woensdag 24 november 2010

Antoinette Hertsenberg - Arie en de langnekken

In de acaciabomen van Midden-Amerika leeft de Bagheera Kiplingi of het springspinnetje. Dat is een curieus spinnetje dat, in tegenstelling tot de 40.000 andere spinnensoorten op deze planeet, geen insecten vangt in webben maar zijn eiwitten haalt uit de uiteinden van de bladeren van de acaciaboom. Die moeten ze delen met de vele mieren die de acaciaboom vrijwaren van roofdieren. Deze opmerkelijke symbiose tussen de mier en de acaciaboom, waarvan de springspin profiteert, is een van de best bestudeerde voorbeelden van een voor beide partijen voordelige samenwerking tussen planten en dieren.

Deze biologische ontdekking inspireerde Antoinette Hertsenberg voor het verhaal van haar tweede kinderboek dat evenals Krachtvoer (Karakter, 2009) een vegetarische thematiek heeft. In Arie en de langnekken moet het springspinnetje Arie lijdzaam toezien hoe tante Acacia langzaamaan ziek wordt omdat de langnekken elke nacht de boom komen kaalvreten. De toestand wordt zo kritiek dat Arie dreigt te moeten verhuizen... tot hij Fenna de mier ontmoet. Samen smeden ze een plannetje om de langnekken te verjagen. Bij het volgende bezoek van de langnekken vallen de mieren aan en ze kruipen over hun tong en in hun oren en neusgaten. Genoeg gekriebel om het op een lopen te zetten en nooit meer terug te komen.

Arie en de langnekken is een lees- en voorleesboek dat twee unieke fenomen uit de wondere wereld van de biologie als uitgangspunt neemt: het vegetarische springspinnetje en de symbiose tussen mier en acaciaboom. Het boekje is nergens belerend en neemt het vegetarisme enkel als context voor een leuk natuurverhaal. De illustraties van Len Munnik vormen een perfecte symboise met het verhaal van Antoinette Hertsenberg en ondersteunen het voorlezen van het verhaal voor de allerkleinsten.

Dat de Bagheera Kiplingi occasioneel een mierenlarfje opeet of een soortgenoot kannibaliseert laten we bij lezing van dit mooie kinderboek graag buiten beschouwen.

[Edward Vanhoutte]


Titel: Arie en de langnekken
Auteur: Antoinette Hertsenberg
Illustraties: Len Munnik
Uitgeverij: Karakter Uitgevers
Jaar: 2010
Collatie: 40 pp. – ill.
ISBN: 978-90-6112-577-8
Kwalitatieve beoordeling: ****
Moeilijkheidsgraad: II

maandag 22 november 2010

Francis van Arkel - Party Time. Feestelijke hapjes en drankjes

Heb je al van ze gehoord? Of erger nog; heb je ze al eens meegemaakt? Vervelende partyplanners die ‘loungen’ en ‘chillen’ in hun repertorium klaar hebben om je zogezegd zin te doen krijgen in een feestje? Ook in Party Time van Francis van Arkel zijn alle redenen goed genoeg. Als ontlading na de geleverde arbeid op kantoor, omdat het tegenwoordig ‘hoort’ na een shoppingsessie, of gewoon om je vrije dag in schoonheid af te sluiten, ... In het redenen te over-stuk kan ik me volledig vinden. Over de uitwerking valt nog te discussiëren.

Als je feest, doe je het beter meteen goed. Een leuk ‘kader’ lijkt me bijvoorbeeld al een eerste stap in de goede richting. Helaas. De vormgeving zorgt ervoor dat Party Time een te groot uitgevallen dwarsligger is, die er door zijn opvallende ‘paarsheid’ nóg minder aantrekkelijk uitziet. De sterretjes op de voorkant gaven me bovendien het gevoel dat de makers misschien een gebrek aan creativiteit te verbergen hebben. Er ontbreekt alleen nog het sterrengeluid dat je in pretparken als de Efteling overvalt.

Nuja, over naar de ‘partycrowd’. Onder het motto ‘een schaaltje olijven of wat gesneden Italiaanse vleeswaren is natuurlijk wat saai, we willen wat hippers happen!’ worden ons hippere alternatieven gedaan. Over de spicy muffinkoekjes heb ik mijn twijfels. Waarom Van Arkel het precies vertikt ei te gebruiken, is mij ook niet volledig duidelijk. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat het de muffin aan luchtigheid ontbreekt. Andere hapjes zijn even weinig gedurfd. Een crostini met mozarella kan uiteraard wel smaken, maar het is niet meteen iets waarmee je je party opfunkt. En verder wordt er in diezelfde toon opgelapt en opgesmukt. Zo bestaat een hapje als ‘tonijn in courgette met kappertjes’ gewoon uit courgettes maar daartussen wat tonijnsalade. Dat zijn hapjes van het nonkel en tante-allooi. Hapjes waarover enkel zij de lof zwaaien – bij gebrek aan andere commentaar. Schaamte en beleefdheid hebben er wellicht ook iets mee te maken. Naast hapjes is er in Party Time ook gedacht aan de dorstigen onder ons. In het hoofdstuk dat handelt over cocktails wordt er zelfs een recept gegeven voor sangria; het bevat druivensap, appel, sinaasappel, citroen, peer, blauwe en witten druiven, maar dus geen alcohol.

De foto’s zijn zo overbelicht dat de kleuren pijn doen aan je ogen. Daardoor lijkt het alsof de ongetwijfeld kraakverse hapjes ingewisseld zijn voor hun plastic variant.

Enig speurwerk leverde mij ook het volgende weetje op. Dit boek wordt klaarblijkelijk aangeboden in een partypakket. Zo krijg je er voor een luttele veertig euro heel wat ‘party-basics’ bij, de voornaamste bestanddelen hiervan zijn chips met bijbehorende dipsauzen, bruschetta’s, pinda’s, spreads, likeur, cider, sap, en een vuurwerkbon.

Hoezo trouwens? Een knallend vuurwerk om het gebrek aan alcohol goed te maken? Erg memorabel zal het feestje dan wel niet worden. Hetzelfde verhaal dringt zich op voor Party time. You’ve been to this party before. En dat je het toen hebt uitgezeten was al een prestatie op zich.

[Femke Vandevelde]


Titel: Party Time. Feestelijke hapjes en drankjes.
Auteur: Francis van Arkel, NutriVisie
Fotografie: Peer van der Kruis, Vier/a studio
Uitgeverij: ImageBooks Factory
Jaar: 2010
Collatie: 46 pp. – ill.
ISBN: 978-905964-7992
Kwalitatieve beoordeling: **
Moeilijkheidsgraad: I

vrijdag 19 november 2010

Eric Van den Hende, Frieda Lemmens, Walter Serbruyns, Peter Claus, Geert Peeleman, Kris Van Rysselberghe - Bakboek. De klassiekers

Het gaat de bakkerijafdeling van het Antwerpse Provinciaal Instituut PIVA duidelijk voor de wind. Jaar na jaar stijgt het aantal leerlingen, geregeld worden er prijzen weggekaapt op nationale en internationale wedstrijden, de afdeling werd net volledig verbouwd en beschikt nu over de modernste technologieën en het leerkrachtenteam is gevoelig verjongd. En alsof dat nog niet genoeg is, brengen de praktijkleerkrachten nu ook nog het Bakboek op de markt waarin ze al hun vakkennis bundelden voor de thuisbakker. Brood, patisserie, koekjes, taarten en gebak: het hele klassieke gamma passeert de revue in een uitzonderlijk methodische en didactische vorm. Dit boek bewijst eens te meer dat het niet volstaat om een geweldige bakker te zijn om een goed bakboek te schrijven; met moet vooral een goed vakleerkracht zijn. En dat zijn de zes auteurs van dit boek onder leiding van Eric Van den Hende.

Het boek opent met een inleiding op grondstoffen, technieken, materiaal een vaktermen. Een goede beheersing van de basis is immers van primordiaal belang voor een succesvolle bakonderneming. Het is niet meteen duidelijk welke logische ordening aan de basis ligt voor de behandeling van de grondstoffen in dit hoofdstuk. Een alfabetische organisatie was beslist overzichtelijker geweest. De acht daaropvolgende hoofdstukken presenteren recepten voor en met Vullingen; Beslag; Soezendeeg; Boterdeeg; Bladerdeeg; Brokkeldeeg, Gistedeeg; en Dessertkoekjes & aperitiefhapjes. Het boek eindigt met een recept voor zoutdeeg waarmee de kinderen aan de slag kunnen terwijl de volwassenen hun baktalenten demonstreren. Aan het einde van deze bakturf volgt nog een register op terminologie en een eentje op recepten en hoofdingrediënten.

De verschillende hoofdstukken en onderdelen in dit boek zijn gemarkeerd met een gekleurd bovenhoekje dat het opzoeken van recepten moet vergemakkelijken voor wie de kleurcodes kent natuurlijk. Dit boek besteedt speciale aandacht aan de fotografie van Frank Croes die nu eens illustratief is waar een foto het eindresultaat toont en dan weer instructief waar een fotocollage een bepaalde techniek van beeld voorziet. Op die manier lijkt het een beetje alsof de vakleerkracht in je keuken staat, want bakken is veel proberen en het vooral zien doen.

De receptuur is helder geschreven en wordt overzichtelijk gepresenteerd. Telkens worden het benodigde materiaal, de ingrediënten voor de verschillende componenten van het recept en de bereiding aangegeven. Tips zorgen voor extra vakkennis, receptalternatieven en aanwijzingen allerhande.

Een enkel zwak punt ligt echter bij de omrekening van de recepten van de bakkerijschool naar de thuiskeuken. Een bakker bakt nu eenmaal geen 12 soezen maar een veelvoud daarvan. Bij de verwerking van kleine hoeveelheden zoals 100 ml water, 50 g boter en 75 g bloem zijn de auteurs vergeten dat de impact van de hittebron exponentieel hoger ligt dan bij de verwerking van grotere hoeveelheden. Ik raad iedereen dan ook aan om het basisrecept voor soezendeeg minstens te verdubbelen, en het deeg voor het toevoegen van de eieren even te laten afkoelen tot ca. 80°C. Ook dat zijn de auteurs even uit het oog verloren. Schoonheidsfoutjes.

Bakboek. De klassiekers is by far het beste bakboek van de laatste jaren en bijna het ultieme bakboek tout court. It's a cool baking world!

[Edward Vanhoutte]


Titel: Bakboek. De klassiekers
Auteur: Eric Van den Hende, Frieda Lemmens, Walter Serbruyns, Peter Claus, Geert Peeleman, Kris Van Rysselberghe
Fotografie: Frank Croes
Uitgeverij: Standaard Uitgeverij
Jaar: 2010
Collatie: 464 pp. – ill.
ISBN: 978-90-02-23969-4
Kwalitatieve beoordeling: ****
Moeilijkheidsgraad: II

woensdag 17 november 2010

Francis van Arkel, Michiel Postma, Leo van Mierlo - Stamppot!

Het is ongelofelijk hoeveel personen er aan een klein boekje kunnen werken. Neem nu Stamppot!: een klein boekje van 14,5 cm op 14,5 cm, 46 pagina's dun waarvan 24 bedrukt met tekst en de rest met foto's of tekeningen. Aan de teksten, de foto's en de styling hebben maar liefst – hou u vast – tien (10!) mensen gewerkt. Het boekje bevat dan ook elf recepten voor stamppotten, een recept voor gehaktbal en één voor varkensrollade, vier recepten voor fruitcompotes, een inleiding en enkele wistjedatjes. Ik vraag me af hoe je dat doet, zo'n boekje maken met tien mensen.

Stamppotten allerhande vormen een essentieel onderdeel van de Nederlandse culinaire traditie, maar ook in Vlaanderen wordt er wat afgestoempt. De basis bestaat doorgaans uit aardappelen en groenten. De uitwerking kent vele variaties. Dit boekje presenteert alvast elf recepten voor stamppot met boerenkool, appels (hete bliksem), snijbonen, andijvie, prei, rode ui, rucola, witloof, koolrabi en spruitjes, zoete aardappel en een voor hutspot. De recepten zijn kort – veel werk is er nu eenmaal niet aan een stamppot. Een fotootje toont telkens een serveersuggestie van het resultaat.

Een kort boekje met een spaarzaam aantal van korte recepten behoeft slechts een korte bespreking. Stamppot! is een gewoon boekje waarvan het doel mij niet helemaal duidelijk is. De Brusselse kok Albert Verdeyen schreef een tijdje geleden in zijn eentje een boek vol met 45 stoemprecepten. Elf recepten met tien man te boek stellen is geen vetpot.

[Edward Vanhoutte]


Titel: Stamppot!
Auteur: Francis van Arkel, Michiel Postma, Leo van Mierlo
Fotografie: Remco Lassche, Bart Nijs, Rein van Koppenhagen, Peer van der Kruis
Uitgeverij: ImageBooks Factory
Jaar: 2010
Collatie: 46 pp. – ill.
ISBN: ?
Kwalitatieve beoordeling: **
Moeilijkheidsgraad: II

maandag 15 november 2010

Ton de Zeeuw - Aangebrand

Aangebrand, het thrillerdebuut van Ton de Zeeuw, doet zijn titel alle eer aan. Al in het eerste hoofdstuk treffen we Nicolaas Hak, held van het verhaal, in een – erotische welteverstaan – bankschroef aan.

Nicolaas Hak, of Nic de Naaier, zoals hij zichzelf gemoedelijk van een alliteratie voorziet, is een culinair journalist die zijn dagen vult met het loeren naar eten en de diensters daarvan. Alles gaat zijn gezapige gangetje in diens recensieleventje tot hij na een lunch in het Amsterdamse restaurant Multatuli geconfronteerd wordt met de enorme voorgevel van eigenares Cora Traarbach. Zij is door haar obers getipt dat Hak een vernietigende commentaar op haar keuken in petto heeft. Wat Hak trouwens niet weet is dat niet zij maar haar ambitieloze man, Herman, zijn kunstjes in de keuken opvoert… Omdat de koningin van de jetset een belabberde recensie en de daaruit voortkomende bemoeienissen kan missen pakt zij het stevig aan. Helaas zakken haar fijnproevers, nadat ze uit de Marlies Dekkersverpakking bevrijd zijn, in als ‘soufflés’. Als Traarbach beseft dat haar verleidingspogingen op niets uitdraaien, zint ze op wraak.

Zo belandt Hak in steeds nauwere schoentjes; als hij zijn copieuze maaltijd in Bussum wil afsluiten met een koket dessert, wordt hem een kaart overhandigd waar hij in plaats van crème brulées en mascarponés allerhande, compromitterende foto’s van zichzelf aantreft. Helemaal onderaan de kaart leest hij het wel heel erg onheilspellende ‘een gewaarschuwd mens telt voor twee’. Wanneer er in een restaurant bij Den Haag afgehakte vingers in zijn lamssaus drijven beslist hij dat het welletjes is geweest en gaat hij, zoals een onvervalste speurneus, op zoek naar wie het op hem gemunt heeft. Zijn zoektocht is niet bepaald aandoenlijk. Zo leerde ik dat je als culinair recensent zowel de landelijke politie als onderwereldfiguren tot je vriendenkring hebt behoren.

Intussen ontmoet Hak Tara, redactrice van Snoepweb en tevens een culinaire recensente, die na een paar gezamenlijke feestmaaltijden mee op onderzoek uitgaat. Uiteraard vallen er ondertussen enkele doden – niet toevallig kennissen van Traarbach. Een van de slachtoffers wordt zelfs ontmand teruggevonden in de vriezer tussen de rode poon en de hazenrug. Daarna wordt er nog eens een poging tot moord ondernomen op de held van dit verhaal, met behulp van een monsterlijk kolkend potje koffie. Hoeft het te verbazen dat dit zonder gevolg blijft?

Wanneer het Hak en Tara te heet onder de voeten wordt, besluiten ze onder te duiken. Zo komen ze halsoverkop terecht in De Librije, omringd door de goede zorgen van sterrenchef Jonnie Boer. En alsof dit nog niet genoeg reclame was voor de landelijke gastronomie, blaast Tara na de bloedstollende finale uit in het Oud-Sluis van Sergio Herman.

Personages en intriges razen met een dergelijke vaart voorbij dat je zelf bij de meest karikaturale al eens zin hebt om, net zoals het hoffelijke hoofdpersonage, uit te roepen: ‘Op je kankerpoten letter, teringlijer!’ En wanneer Hak, compleet ten einde raad, uitroept: ‘Ben ik bevorderd tot de showbizzpagina? Het moet niet gekker worden!’ ben ik niet geneigd daar de ironie van in te zien.

In Aangebrand zullen een aantal culinaire prominenten zichzelf ongetwijfeld herkennen. Maar of ze dat nu erg zo jammer vinden, valt nog te betwijfelen. Ik heb ermee gegrijnsd, maar dat is vast niet de reactie waar een schrijver van een thriller op mikt.

[Femke Vandevelde]


Titel: Aangebrand
Auteur: Ton de Zeeuw
Uitgeverij: Karakter
Jaar: 2010
Collatie: 190 pp.
ISBN: 978-90-6112-698-0
Kwalitatieve beoordeling: ***
Moeilijkheidsgraad: I

vrijdag 12 november 2010

Claudia Reina - Onze Smultuin. Verhalen, recepten en tuintips

Het eerste wat opvalt aan Onze Smultuin is de bijzondere manier van inbinden: een open rug toont de manier waarop de katernen met rood katoendraad aan elkaar zijn geknoopt. De traagheid van dit ambachtelijke knoopproces is een mooie metafoor voor de manier waarop dit kookboek de opbrengst van de tuin volgens het ritme van de seizoenen benadert.

In Onze Smultuin schetst Claudia Reina portretten van twee vriendinnen die samen met hun moeders in een huis wonen met een paradijselijke tuin. Elk van de vier dames neemt in dit boek een seizoen voor haar rekening en toont aan de hand van een hele resem recepten aan tot wat voor lekkers de opbrengst van de tuin kan leiden. Deze recepten vulde Reina aan met haar favorieten tot het honderdtal in het boek. Op de twee lunchhapjes met garnalen na zijn alle recepten vegetarisch en van biologisch-dynamische teelt.

Naast de verhalen en de tuintips van tuinman Dennis, vind je in Onze Smultuin recepten voor ontbijtjes, soepen, salades, pasta's, risotto's, taarten en allerhande toetjes. De recepten zijn beknopt gehouden en de ingrediënten zijn in een groene kleur gedrukt zodat alles lekker overzichtelijk blijft. Achteraan het boek staat nog een register op ingrediënt, en de indeling per seizoen is natuurlijk ook een handige indicator.

Om eens in het traditionele rollenpatroon te vervallen: Onze Smultuin is een damesboek en voor de belangstellende heren hadden er wel wat meer hardcore tuinthema's aan bod mogen komen, bijvoorbeeld over het kweken van snijbiet, palmkool, het snijden van eekhoorntjesbrood of het oogsten van kweeperen. Met zijn paginagrote foto's is Onze Smultuin ook een aardig kijkboek dat mooi werd vormgegeven.

De bijzondere aandacht voor vormgeving is ook terug te vinden in Reina's eigen digitale maandblad Smultuin waaraan De kookboekenrecensent sinds kort meewerkt. In een dwarse opmaak informeert het tijdschrift bijna vijftig bladzijden lang over het reilen en zeilen in de seizoenstuin, de culinaire toepassingen van de opbrengst, handige publicaties, workshops en lekkere smultuinadresjes.

Boek en maandblad zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De vier dames en tuinman Dennis die in het boek worden geïntroduceerd, hebben hun eigen rubrieken in het maandblad dat op het ritme van de seizoenen voorziet in verhalen, recepten en tuintips.

[Edward Vanhoutte]


Titel: Onze Smultuin. Verhalen, recepten en tuintips
Auteur: Claudia Reina
Fotografie: Leon 10e design
Uitgeverij: Fontaine Uitgevers
Jaar: 2009
Collatie: 112 pp. – ill.
ISBN: 978-90-5956-313-1
Kwalitatieve beoordeling: ***
Moeilijkheidsgraad: II

woensdag 10 november 2010

Tine Bral - Mijn papa is de chef

Laat ons elkaar vooral niets wijs maken. Topchefs met bloeiende zaken werken aan een hels tempo en hebben weinig tijd voor de dagdagelijkse beslommeringen van de gezinsorganisatie. Volgens Jay Rayner in het decembernummer 2004 van The Observer Food Monthly is dat meteen ook de reden waarom er procentgewijs weinig vrouwelijke chefs zijn die op het hoogste niveau presteren. Angela Hartnett, chef van het York and Albany restaurant in Camden Town en protégé van Gordon Ramsay, vertrouwde hem toe: 'I would like to have kids but if I have kids I won't be able to do this', en ook nog 'Women seem willing to wait for their men while they work godawful hours, but it rarely works the other way round'.

Denk dus niet dat al die topkoks dagelijkse maaltijden staan te bereiden voor hun kroost of wekelijkse kooksessietjes met de kinderen organiseren: of de vrouw staat thuis in de potten te roeren, of de kinderen eten samen met het personeel in het restaurant, als ze al niet op school blijven over de middag. Roger Vandamme bekende onlangs zelfs dat hij probeert om elk jaar de verjaardagstaart van zijn kleine zelf te maken, maar dat hij al eens naar de bakker moeten lopen wegens gebrek aan tijd. Dat heb je met een top-patissier. Of vind je het vreemd dat het Tana en niet Gordon Ramsay is die familiekookboeken op de markt brengt?

Dat elf topchefs van bij ons hun medewerking hebben verleend aan een boek dat het jonge volkje aan de gezonde en gevarieerde voeding wil helpen, verdient alleen maar lof. Maar de samenkooktafereeltjes zijn wel duidelijk in scene gezet. En dat wordt in het boek niet eens tegengesproken. Dimitry Lysens van Magis verwoordt wat over het algemeen geldt voor alle chefgezinnen: 'We wonen boven de zaak, maar koken hier zelden. Ontbijten, ja, en een broodmaaltijd. […] 's Middags eten de kinderen op school. Als ze thuis zijn, eten ze 's middags mee met het personeel en 's avonds een boterham.' De zoon van Bart Desmidt van Bartholomeus eet 's middags boterhammen met choco, hespenworst en ham en gaat op woensdag met zijn vader op restaurant, en ook bij Angelo Rosseel van La Duree is samen eten vooral iets voor de vakantie. Omdat het boek expliciet de kaart speelt van de culinaire opvoeding van het kind was een ander concept logischer en eerlijker geweest. Bijvoorbeeld Mijn partner is de chef en ik kook voor de kinderen.

Volgens de persmededeling vertellen de chefs in het boek wat ze hun kids dagdagelijks voorschotelen en hoe ze hen ingrediënten laten eten die ze niet lusten. 'Het kan immers niet elke dag kip met appelmoes en frietjes zijn.' En laat dat nu net een gerecht zijn dat wel in het boek voorkomt, samen met fishsticks, pizza's, spaghetti, pannenkoeken enzoverder.

In het boek staan een pak 'gewone' recepten zoals voor tomatensoep met balletjes, macaroni met ham en kaas of vol-au-vent, maar ook gastronomischer creaties zoals gekonfijte eendenbout met groene linzen, vers gedroogde tomaatjes en gebakken spekjes of hamburger de luxe met bloedworst, huisgemaakte paté en ganzenleverterrine. Tussen de chefhoofdstukjes geven psychologe Marleen Theunis en voedingsdeskundige Dimitri Declercq tips, advies en goede raad bij de culinaire opvoeding van kinderen.

Mijn papa is de chef presenteert een aardige verzameling doordeweekse recepten van topchefs en elf leuke portretten van de chefs met hun kroost, opgehangen aan een flinterdun concept dat zichzelf in de uitwerking wat tegenspreekt.

[Edward Vanhoutte]


Titel: Mijn papa is de chef
Auteur: Tine Bral
Receptuur: Stijn Bauwens, Filip Claeys, Erwin Denys, Dimitri Lysens, Axel Colonna-Cesari, Gert De Mangeleer, Bart Desmidt, Angelo Rosseel, Dominique Persoone, Viki Geunes
Fotografie: Roos Mestdagh
Uitgeverij: Linkeroever
Jaar: 2010
Collatie: 176 pp. – ill.
ISBN: 978-90-5720-351-0
Kwalitatieve beoordeling: ***
Moeilijkheidsgraad: II

maandag 8 november 2010

Jolande Burg - La Vita è Bella! Italiaans vegetarisch

Dat vegetarisch koken een vak apart is, daar zijn we ondertussen al uit. De keuken die zich misschien wel het best tot vegetarisch koken leent, is de Mediterraanse. Jolande Burg bracht zo La Vita è Bella! Italiaans vegetarisch op de markt. Om te vertellen over Zuiderse uitgepuurde smaken hoefde ze (als Nederlandse) niet speciaal de oversteek te maken; Burg bewoont namelijk al enkele jaren een villa in de Italiaanse streek Apulië. Toch is het niet al eten wat de klok slaat in La Vita è Bella!; zo stopt ze een ethische draad in haar kookboek. Haar vleesloze motto luidt als volgt: met vegetarisch eten kan je de wereld er een beetje beter op maken, zonder jezelf ook maar enigszins te kort te doen.

Primo; de basisrecepten. Handig en correct dat ze deze vooraan plaatst, toch vallen al snel enkele minpuntjes op. Zo steekt ze van wal door te beweren dat het maken van bouillon een tijdrovende aangelegenheid is en dat men uit tijdsnood beter kant-en-klare blokjes gebruikt. Kook tussendoor wat wortelen, ajuin, prei en selder met peperkorrels af, en meer is er niet aan. Verder neemt ze ook nog recepten op voor pasta, focaccia en pizzadeeg. Bij het maken van pizzadeeg gebruikt Burg een ruime hoeveelheid ei, zonder water toe te voegen. Door wat water te bezigen, zou ze misschien een pizza verkrijgen die ‘gemakkelijker’ bewerkbaar is.

Na de basisrecepten komen de lunch- & voorgerechten, salades, soepen, hoofdgerechten en desserts aan bod. De lichtere gerechtjes bevatten in de meeste gevallen kaas – dat strikt genomen zelfs geen vegetarisch product is. Bovendien: om aan de kaasproductie te kunnen voldoen worden wereldwijd miljoenen koeien, geiten en schapen gekweekt om dagelijks te kunnen melken. Net dat dierenleed klaagt Burg aan in haar voorwoord…

Gelukkig houdt Burg ons warm met andere gerechten. Een greep uit haar creaties: de preirisotto met hazelnoten, farfalle met brandnetelpesto en zonnebloempitten en de auberginerolletjes met mozzarella en rauwe tomatensaus. Op en top Italiaans.

Het beste bewaart Burg voor het einde van het boek. Het hoofdstuk met desserts is duidelijk het meest verrassende deel van het boek; hier ligt de gemiddelde kwaliteit van de gerechten aanzienlijk hoger. Zo vond ik prachtige recepten terug van ondermeer citroen-ricottataart, limoen-honing panna cotta met pistachenootjes en kiwi, ricottabeignets met abrikozensaus en parmezaanijs met grappa en peer. Dit laatste gerecht heeft zo’n onweerstaanbare combinatie van zoet, zuur, zout, romig, fris met fruitig dat dit ene recept het aanschaffen van het boek de moeite waard maakt.

De fotografie, die op het conto staat van haar echtgenoot en wijnkenner Erik Spaans, is misschien zelfs een tikje ouderwets, maar die eenvoud past eigenlijk perfect in de opzet van het boek. In La Vita è Bella! gaat het immers over dagdagelijks Italiaans eten, niet over gastronomische tierlantijnen.

Dat een vegetarisch kookboek uitblinkt in zijn desserts, is misschien al een teken aan de wand – spreekt de vleeseter. Ik zal dan ook nooit vegetariër worden, maar als ik vegetarische gasten ontvang, weet ik dat er in dit boek enkele smaakvolle gerechten neergeschreven zijn. Het leven kan blijkbaar ook mooi zijn zonder kalfslapjes. Si.

[Femke Vandevelde]


Titel: La Vita è Bella! Italiaans vegetarisch
Auteur: Jolande Burg
Fotografie: Erik Spaans
Uitgeverij: Inmerc
Verschijningsjaar: 2010
Collatie: 224 pp.
ISBN: 978-90-6611-600-9
Kwalitatieve beoordeling: ****
Moeilijkheidsgraad: II

vrijdag 5 november 2010

Ton de Zeeuw & Robert van der Aa - Vegetarisch uit eten

Ergens vegetarisch uiteten gaan is moeilijk, en gevarieerd vegetarisch dineren zoniet nog moeilijker. De vegetariër krijgt in de meeste culinaire tempels een vergeethoekje toebedeeld, vaak in een aanbod even beperkt als dat van de kindergerechten. En uit dat verdomhoekje willen Ton de Zeeuw, restaurantcriticus van de Telegraaf, en Robert van der Aa, een zelfbestempelde vegetarische culinaire globetrotter, de vegetarische gerechten helpen. Daarom maakten beide heren er een erezaak van om de Nederlandse restaurants te verzamelen die de vegetarische keuken als volwaardig behandelen. Hiervan is de gids Vegetarisch uit eten het rechtstreekse resultaat.

Voor het duo overgaat tot de bespreking van de maar liefst 125 restaurants, wordt eerst de menukaart beschreven, gevolgd door een korte introductie van kok en gebouw. Helaas vind je nergens een kritische analyse van de restaurants terug, noch een beoordeling (in de vorm van sterren of punten). Dat een gerecht vegetarisch is, is meteen ook het enige criterium waaraan de restaurants moeten beantwoorden om in Vegetarisch uit eten opgenomen te worden. Hierdoor krijg je een rommelige mixmash van restaurants die alleen al qua aanpak mijlenver uit elkaar liggen: zo wordt er koers gezet naar brasseriën, Aziatische restaurants en verder naar zeer klassieke bistro’s tot zelfs gastronomische toprestaurants. De bonte verzameling aan restaurants heeft tot gevolg dat ook de opgenomen gerechten weinig overeenkomst vertonen. Positief is wel dat de Zeeuw en van der Aa niet enkel zijn uitgaan van ‘totaal’ vegetarische restaurants – vermoedelijk wegens te beperkte keuze – maar ook van restaurants waar je ondermeer vegetarisch kunt eten.

Wat betreft de keuken worden in dit boek enkele typische zwakheden gedemonstreerd. De typische vleesvervangers, soja en quorn, hebben intrinsiek zeer weinig smaak en vullen bovendien de maag niet erg. Dat is meteen ook de voornaamste reden waarom veel koks deze links laten liggen ten voordele van sterkere producten zoals kaas, champignons, truffels en noten, … Gevolg is dat de gerechten met bijvoorbeeld geitenkaas niet bij te houden zijn. En dan hebben we het nog niet eens gehad over het gebruik van stremsel uit de lebmaag van de koe, waardoor veel kazen in de regel niet vegetarisch zijn. Eenzelfde probleem treedt op bij de groenten, ook hier gebruikt men de meest frequente, krachtig afsmakende groenten. Zo word je overspoeld door recepten met asperges, artisjok, hopscheuten, maar blijf je op je honger zitten als het om zeekraal gaat. Een ander gemis is het ontbreken van sterke sauzen. Aangezien deze meestal op basis van dierlijke fonds gemaakt worden zijn zij uit den boze in de vegetarische keuken. Wat overblijft zijn emulsiesauzen (hollandaise) en dressings.
Ook in de fotografie zit er weinig samenhang. Er werden zoveel verschillende fotografen aangetrokken dat niet alleen de foodfotografie ‘verschilt’, maar ook de sfeer onderling botst.

De woordenlijst achteraan waarin enkele vaktermen worden uitgelegd is een fantastisch systeem. Namelijk: de gerechten worden er compacter, logischer en gemakkelijker door, en je vermijdt kleuterachtige reclametaal.

De beste vegetarische gerechten verdwalen in een onsamenhangend geheel van recepturen – probeer jouw favoriete gerecht vervolgens maar eens terug te vinden. Een beetje meer kritische geest en een beetje minder restaurants, en je had een degelijke vegetarische gids plus kookboek gehad. Nu heb je een halve gids en een kwart kookboek. En dat is net wat te weinig waar voor je geld.

[Femke Vandevelde]


Titel: Vegetarisch uit eten
Auteur: Ton de Zeeuw & Robert van der Aa
Uitgeverij: Karakter
Jaar: 2010
Collatie: 269 pp. – ill.
ISBN: 9789061129882
Kwalitatieve beoordeling: ***
Moeilijkheidsgraad: II

woensdag 3 november 2010

Janneke Dröge, Femque van Geffen & Cecile Thijssen - Dutch dishes, your favourite food from Holland

De o zo typische stijl van Janneke Dröge & Femque van Geffen – ik gebruik meteen enkele sfeeradjectieven als ‘kleurrijk’, ‘vlot’, gaande van ‘meisjesachtig tot ‘een beetje naïef’ – heeft ook in overzeese gebieden furore gemaakt. Als je op de thee komt bij grootheden als Robbie Williams en Jamie Oliver vind je er het ‘Hollandse’ servies – inclusief molentje aan het lepeltjeshandvat – van het ontwerpersduo Blond. De nieuwste internationale aanwinst van Dröge & van Geffen heet dan ook toepasselijk Dutch Dishes, your favourite food from Holland. Het is geen nieuwe ster aan de hemel, aangezien Dutch dishes de Engelse vertaling is van de originele Hollandse happen, die intussen toch al dateert van 2008. Dit kookboek is volledig gewijd aan de Hollandse pot. Ook het Delfts blauw waaraan de hele ‘Blond’ vormgeving is opgetrokken, is typisch Hollands. Hoeveel de dames ook afweten over aankleding, over de inhoud zijn ze toch niet zo zeker, zo bleek uit het voorwoord. Daar geven ze namelijk openlijk toe dat ze de hulp hebben ingeschakeld van een echte professional; Cecile Thijssen. Zij is een echte specialiste in het schrijven, bewerken en vertalen van kookboeken.

In de recepten is er redelijk wat aandacht naar de vormgeving van de structuur uitgegaan: er wordt met verschillende lettergroottes gewerkt en verder worden de meest relevante werkwoordsvormen in kleur weergegeven. Wat er wél ontbreekt, is een foto van het afgewerkte gerecht. Dit zou moeten gecompenseerd worden door een ‘humoristische’ paginagrote tekening – die in vele gevallen niet eens met het specifieke gerecht zelf heeft te maken. Weet een native English speaker trouwens hoe een bitterbal er precies uitziet? Ik begrijp de drang naar couleur locale, en daarmee dus naar eigen profilering, heel goed, maar doen de Engelstaligen dat ook? Is het bovendien niet vervelend dat je in het kookproces je boek opzij moet leggen, en even een foto moet opdiepen uit de wilde wateren van het internet?

Naast elk recept staat de moeilijkheidsgraad, die varieert van ‘easy’, tot ‘difficult’ met gradaties als ‘rather difficult’, ‘pretty difficult’, ‘a little difficult’, ‘not difficult but timeconsuming’, ‘more difficult’, ‘a little more difficult’, ‘a bit more difficult’, ‘difficult but fun’, ‘kind of difficult’ ja zelfs tot ‘a lot of work’. Dat heb je nu eenmaal met koken natuurlijk.

De gerechten zelf nu. Over een recept als ‘liver with apple’ kan ik enkel lyrisch zijn. Vooral het gebruik van calvados doet al eens luidkeels zingen. Toch is de algemene keuze van de gerechten weinig verrassend. 'Meat balls' zijn een vernederlandste versie van albondigas, en ‘hachee’ is zo veel minder lekker dan het ietwat zuidelijker stoofvlees. Toch hebben de auteurs blijkbaar ook aan een extraatje gedacht; zo krijg je er bij de meeste recepten ‘the Blond version’ gratis bij, waarin het recept nog sneller of gemakkelijker wordt uitgelegd. Ook andere ‘weetjes’ zou je hier moeten terugvinden, ik denk bijvoorbeeld aan het vermanende en daardoor infantiele ‘Laat je appel niet te lang liggen of ie wordt bruin.’ Meestal rechtvaardigt de extra blonde versie het gebruik van blik, poeders of diepvries. Geen hoogvliegers dus.

Op het einde van het kookboek zie je een blond meisje de afwas doen, en dat geeft ook perfect het gevoel weer dat je hebt nadat je dit boek hebt uitgeprobeerd. Je ruimt je aanrecht op, en je plaatst het boek met een zucht in je kast, zonder er het pronkstuk van je collectie van te maken.

[Femke Vandevelde]


Titel: Dutch dishes, your favourite food from Holland
Auteur: Janneke Dröge & Femque van Geffen
Recepten: Cecile Thijssen
Illustraties: Blond Amsterdam
Uitgeverij: Kosmos
Jaar: 2010
Collatie: pp. 144
ISBN: 9789021548302
Kwalitatieve beoordeling: ***
Moeilijkheidsgraad: II

zondag 31 oktober 2010

Janneke Dröge & Femque van Geffen - Eigen taart is goud waard. 60 recepten voor taartjes

In tijden van communautaire problemen is een uitspraak als ‘Eigen taart is goud waard’ misschien niet zonder gevaar, hier is het heerlijk complexloos de titel van een bakboek.

Eigen taart is goud waard. 60 recepten voor taartjes trekt onmiddellijk de aandacht door de opmerkelijk vrolijke tekeningen van auteurs Janneke Dröge & Femque van Geffen. Deze dames zijn niet aan hun proefstuk toe. Zo ontwierp het Amsterdamse duo al eerder dekbedden, slippers, douchekapjes, eetserviezen en wat nog meer. Aangezien bordjes en plateautjes altijd incompleet blijven tot ze er een lekker gebakje boven uittorenen hebben, kon een bakboek niet langer uitblijven.

In dit taartenboek worden de basisrecepten pas in het laatste hoofdstuk besproken. Vreemd eigenlijk, want slechts als de basisrecepten betrouwbaar zijn, dan pas kan je de ‘aanvullingen’ beoordelen. Het wordt nog vreemder als de titel van dat laatste hoofdstuk ‘Let’s get started’ blijkt te zijn.

Ik begrijp trouwens ook niet goed waarom Dröge en van Geffen het de taartbakkers zo moeilijk willen maken bij de basisbereidingen. Zo doen ze ons een zandtaart bakken zonder water te gebruiken. Pas als de bereiding zonder water al een paar keer mislukt is, staan de dames ons toe om er wat water aan toe te voegen. Om een suikerkorstdeeg blind af te bakken gebruiken ze voorts aluminiumfolie, terwijl dat volgens mij toch nog steeds een redelijk giftig materiaaltje is. En voor de prijs hoef je het bakpapier tegenwoordig ook al niet meer te laten. Vervolgens wordt de banketbakkersroom voor koffiebroodjes op p. 98 nog eens totaal anders bereid dan in het basisrecept voor banketbakkersroom zelf, waarbij het dus aan de lezer zelf is om uit het overaanbod het meest correcte recept te filteren. Blijkbaar heeft dit kookboek weinig basis, althans zonder de lezer mee aan het werk te zetten.

In hoeverre is de inhoud van de recepten eigen vinding? Waarom staat er in het colofon bijvoorbeeld nadrukkelijk vermeld dat de rechten van de receptuur bij Kosmos uitgevers ligt? Zijn de recepten misschien verschenen in een eerdere reeks van de uitgeverij? Als dat zo is, dan verbergen de dames dat met hun charmante concept, waarin je, voor je het goed en wel beseft, met woord en beeld meegesleept wordt.

Daarom over de vormgeving niets dan lof. De roze ruitjes van oma’s tafellaken doen de herinnering aan appelcake verscherpen, en dan bewerkstellig je, zoals de cover van het boek in het vooruitzicht stelt, een meisje met rood uitslaande haren en blozende wangen. Ook de foto’s worden steevast met een schattig klevertje afgebeeld. Andere illustraties zijn evenmin overgestileerd, en met de losse hand geschetst, waarbij er al eens buiten de lijntjes wordt gekleurd.

Is je man weer eens uit huis met die leuke, niet onaardig uitziende – ik wik mijn woorden – collega of heb jij stiekem iets voor je – getrouwde – baas? Ga niet gooien met keukenapparatuur, maar zet je ‘gevoelens’ om in een taartje, koekje, cupcake, meringue of quiche van eigen formaat. Het concept van Blond is ‘onwijs gaaf’ en een must voor al wie houdt van de Amsterdamse stadsheid. Toch heeft dit boek net een foutje teveel om zijn wereldse schoonheid volledig te doen uitkomen. Almost the cherry on my cake.

[Femke Vandevelde]



Titel: Eigen taart is goud waard. 60 recepten voor taartjes
Auteur: Janneke Dröge & Femque van Geffen
Illustraties: Blond Amsterdam
Uitgeverij: Kosmos
Jaar: 2010
Collatie: pp. 144
ISBN: 978-90-215-4829-6
Kwalitatieve beoordeling: ****
Moeilijkheidsgraad: II

donderdag 28 oktober 2010

De Koekjesfee - Koekjes, cupcakes en taarten voor kinderfeestjes

Als het aan De Koekjesfee lag, dan mag de Anglo-Amerikaanse traditie van iced cakes voor elke gelegenheid gerust doorbreken in de lage landen. Sinds jaren runt Karen, de vrouw achter De Koekjesfee, een bedrijfje dat niet alleen een (online) winkel uitbaat waar je naast allerhande bakmaterialen en ingrediënten ook uniek gedecoreerde taarten, koekjes en cupcakes kan bestellen, maar dat ook drukbijgewoonde workshops over decoratietechnieken organiseert. Met de publicatie van een eerste boek Feestelijke taarten, cupcakes & koekjes (Standaard, 2009) boorde De Koekjesfee een nieuwe afzetmarkt aan. Het boek werd een regelrechte bestseller. En nu ligt er dus een tweede boek in de winkel.

In dit tweede boek gaat de Koekjesfee rustig op hetzelfde elan verder. Voor dit boek werden een zestigtal nieuwe ontwerpen gerealiseerd voor versierde koekjes, cupcakes en taarten die dienst kunnen doen op kinderfeestjes. De opbouw van het boek is identiek aan Feestelijke taarten etc., en zelfs enkele basisrecepten zijn dezelfde. Overigens is dit boek helemaal geen bakboek, want de enkele basisrecepten voor koekjes, cupcakes en taarten zijn, nu ja, basisrecepten. De lezer wordt zelfs geadviseerd om taart- en cakemixen uit de supermarkt te gebruiken. De focus van het boek ligt dan ook 100% op de decoraties en de decoratietechnieken.

Wie van tekenen, knutselen en boetseren houdt en zijn of haar talenten wil botvieren op koekjes, cupcakes en taarten zal dit boek zeker weten te waarderen. De uitgewerkte voorbeelden in het boek zijn schattig en van een hoog niveau. Het is dan ook de grote verdienste van dit boek dat de auteur op een overzichtelijke, zij het verbose manier, uitlegt hoe je gietertjes, beertjes, pilootjes, kaboutertjes of zwarte pieten kan boetseren uit suikerpasta of hoe je met gekleurd eiwitglazuur koekjes omtovert in fris gekleurde voetbaltruitjes, hobbelpaardjes, windmolentjes of piratenbootjes. Maar de sterkte van dit boek is meteen ook zijn zwakte. De koekjes met eiwitglazuur zijn zo lekker als het basisrecept van het koekje. De fel met suikerpasta bewerkte, gedrapeerde en gedecoreerde taarten mogen er dan al bijwijlen adembenemend uitzien – vooral voor kinderogen – maar ze zijn helaas niet te vreten. En daar begint en stopt ook mijn kritiek op het boek.

Voor de grote groep koekjes- en taartendecorateurs is dit boek een handzame handleiding en een grote inspiratiebron. In die zin is het een waardige en zeer geslaagde opvolger van Feestelijke taarten, cupcakes & koekjes. Wie daarentegen meer geïnteresseerd is in de smaak dan in het uitzicht van gebakjes allerhande, heeft in dit boek niets te zoeken.

[Edward Vanhoutte]



Titel: Koekjes, cupcakes en taarten voor kinderfeestjes
Auteur: De Koekjesfee
Fotografie: Frank Croes
Uitgeverij: Standaard Uitgeverij
Jaar: 2010
Collatie: 192 pp. – ill.
ISBN: 978-90-02-23953-3
Kwalitatieve beoordeling: ***
Moeilijkheidsgraad: II

maandag 25 oktober 2010

Voorgerechten | Hoofdgerechten | Nagerechten. Inspiraties voor een smaakvol diner.

In deze recensie worden drie boeken gewikt en gewogen voor de leesmoeite van één. Eerlijkheidshalve is dit eigenlijk moeite te veel voor de drie kookboeken Voorgerechten, Hoofdgerechten en Nagerechten onder de reeksnaam Inspiraties voor een smaakvol diner. Hoewel de covers van de boeken er degelijk uitzien, net zoals het papier trouwens stevig in de vingers ligt, zijn ze inhoudelijk weinig waard.

De kookboeken horen duidelijk thuis in de 'Kitchen Classics' serie, al vind je nergens enige verwijzing naar die merknaam terug. Dat ziet de getrainde hobbykok ook aan de pseudowetenschappelijke ‘drie keer getest, en dus goedgekeurd’-keukenproef die zo typerend is voor Kitchen Classics.

Toch hoeft een reeksconcept geen onoverkomelijk probleem op te leveren. Wat wél problematisch is, is dat sommige gerechten gewoon rechtstreeks uit de Kitchen Classics geknipt en zo in de juiste categorie van Inspiraties voor een smaakvol diner geplakt worden. In het boek Nagerechten constateerde ik bijvoorbeeld dat alle gerechten waarbij maar iets van chocolade wordt gebruikt uit het boek Kitchen Classics Chocolade kwamen, in dit geval geflankeerd door precies dezelfde foto. Enkele voorbeelden; de chocolade-rumfondue en de fancy ‘perfect warme chocolademelk’. Net hetzelfde geldt voor Hoofdgerechten en het boek Kitchen Classics Feestrecepten, zo zien we tweemaal precies hetzelfde recept van gepeperde runderfilet met bearnaisesaus opdoemen. Waarom wordt die verwantschap verzwegen? Volgens mij is dit stilzwijgen veel minder onschuldig dan op het eerste gezicht lijkt, en zit er wel degelijk een bewuste verkoopstrategie achter verscholen. Door een ‘best of’ te maken presenteren de gehaaide makers van Inspiraties voor een smaakvol diner hun bundeling als een nieuwe reeks. Gevolg: nietsvermoedend zullen sommige mensen deze boeken kopen, terwijl ze de KC-versie al in hun boekenkast staan hebben.

Als fervent kookboekenlezer heb ik enkele trucjes om kookboeken snel kwalitatief te beoordelen. Eén ervan, is opzoeken hoe je volgens het boek in kwestie mooie soezen maakt. In Nagerechten wordt er lustig gegoocheld met de verhoudingen, waardoor je dus niét de typische krokante en luchtige soezen bekomt. Mijn oordeel komt dus niet minder uit de lucht vallen: als je nog niet weet hoe een goede soezendeeg gemaakt moet worden, hoe kan je dan verwachten dat ik de andere recepten wél vertrouw? Voor een uitgebreide inhoudelijke bespreking van de recepten zou ik de lezer liever doorverwijzen naar mijn recensies van KC in de versie van Feestrecepten en Chocolade. Met het risico mezelf te herhalen, wijs ik nog even op de kern van die besprekingen; de recepten kloppen niet en zijn nooit ‘smaakvol’, laat staan heerlijk.

Als je product er goed uitziet, win je misschien iets sneller mijn vertrouwen. Maar als achteraf blijkt dat dit slechts een omhulsel is om je eigen gebrek aan inspiratie te verbergen, blijft er echter weinig over van die eerste indruk. Voor-, Hoofd en Nagerechten zijn beslist géén nieuwe kookboeken; het zijn bloemlezingen van andere kookboeken, hoewel dat nergens vermeld wordt. De drie boeken worden doelbewust gepresenteerd als delen van een nieuwe reeks boeken met, volgens de inleiding, ‘recepten die iedereen moet hebben’, maar wat als ik ze al heb? Onmiddellijk terug naar de kookboekhandel, met de kassabon in de hand.

[Femke Vandevelde]



Titel: Voorgerechten | Hoofdgerechten | Nagerechten. Inspiraties voor een smaakvol diner.
Auteur: Diverse auteurs
Fotografie: Jared Fowler
Uitgeverij: De Lantaarn
Jaar: 2010
Collatie: 254 pp. – ill.
ISBN: 978-90-5426-528-3 (Voorgerechten)
978-90-5426-529-0 (Hoofdgerechten)
978-90-5426-530-6 (Nagerechten)
Kwalitatieve beoordeling: **
Moeilijkheidsgraad: I

vrijdag 22 oktober 2010

Inge Van de Vyver - Snel en creatief koken voor je gezin

Ik heb nooit onder stoelen of banken gestoken dat Inge Van de Vyver mijn favoriete kandidate was in de editie 2009 van het VTM-programma De beste hobbykok van Vlaanderen. Dit boek toont overtuigend aan waarom.

Inge van de Vyver kookt in dit boek niet voor duur geklede vrienden die exclusieve wijnen degusteren en die zich aan een chique en volgens de etiquette opgemaakte tafel mét linnen servetten, kristal en zilverwerk tegoed doen aan strakke gerechtjes opgetrokken uit upmarket ingrediënten. Van de Vyver kookt in dit boek voor haar gezin en is niet te beroerd om de tomaten niet te ontvellen, een bouillonblokje of kant-en-klaar deeg te gebruiken en dat nog toe te geven ook. Waarachtigheid is een fel ondergewaardeerde eigenschap van de echte kok.

Met een eigen zaak en vier kinderen weet Van de Vyver wat het betekent om een druk huishouden te runnen. Daarbij is gevarieerd, lekker en snel koken essentieel. Met dit boek haalt elk gezin zevenenvijftig eenvoudige recepten in huis waarmee iedereen aan de slag kan.

De recepten in dit boek zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: Broodjes en tussendoortjes, Salades en soepen, Hoofdgerechten en Zoet. Anders dan in andere kookboeken worden de ingrediënten telkens gegeven voor één persoon zodat je makkelijk zelf kan berekenen hoeveel inkopen je moet doen. De receptuur is in een directe, heldere stijl geschreven en is perfect te volgen. Een klein klokje geeft in één oogopslag aan hoelang je voor de bereiding moet uittrekken en hier en daar staat nog een handige tip bij het recept vermeld. De vormgeving van de bladspiegel is overzichtelijk en mooi, en de fotografie van Diane Hendrikx geeft samen met de foodstyling een extra sfeervolle dimensie aan het boek. De foto's (en de recepten) van de hutspot, het zuiders brood of de pizza à la mama of papa, bijvoorbeeld, zouden zo in een boek van Stéphane Reynaud kunnen staan. En daar zit de matte afwerking van het papier ook voor iets tussen. Het boek begint nog met een inleiding en enkele tips van Van de Vyver en besluit met een gemengde index op recepten en hoofdingrediënt.

Op de receptuur is weinig aan te merken, behalve misschien op de toevoeging van suiker bij de tomaten-paprikasoep. Met zelf gegrilde tomaten – toch kinderspel voor wie de techniek onder de knie heeft – hoeft dat helemaal niet en krijgt je soep een nog diepere smaak.

In de laatste fase van de boekproductie is er helaas iets misgegaan: de grootte van het lettertype bij het boodschappenlijstje verschilt nogal eens van recept tot recept, en erg jammer is ook de drukfout bij de zoete of hartige pannenkoeken waarbij de ingrediënten van Quiche met zalm en spinazie zijn afgedrukt. Gelukkig heeft een aandachtige geest dit nog opgemerkt voor het boek werd gedistribueerd, en werden de foute ingrediënten achter een klever met de correcte ingrediënten verstopt.

Inge Van de Vyver presenteert verse en gevarieerde no-nonsense gerechten voor elke dag: snelle bruschetta, maar ook zelfgebakken brood; worstenbroodjes, maar ook cassoulet met worst; toast champignon, maar ook verse aardappelkroketjes en verse fishsticks. Voedzame ingrediënten zoals quinoa, tarwe en zoete aardappel gebruikt ze om extra smaak en textuur te geven aan de gezinsmaaltijd.

Snel en creatief koken voor je gezin is veruit het meest waarachtige kookboek van 2010.

[Edward Vanhoutte]



Titel: Snel en creatief koken voor je gezin
Auteur: Inge Van de Vyver
Fotografie: Diane Hendrikx
Uitgeverij: Luster
Jaar: 2010
Collatie: 144 pp. – ill.
ISBN: 978-94-6058-0444
Kwalitatieve beoordeling: ****
Moeilijkheidsgraad: II

woensdag 20 oktober 2010

Hilde Smeesters - Ketnet kookt 2... de wereld rond. Het supercoole Ketnet-Kook- en Knutselboek

Het supercoole Ketnet-Kookboek heeft er een nieuw broertje bij, namelijk Het supercoole Ketnet-Kook- en Knutselboek. Dit tweede boek in de 'Ketnet kookt' reeks staat weer boordevol kook- en knutseltips voor kinderen vanaf 8 jaar.
Het eerste wat opvalt in de vergelijking van de twee boeken is de toevoeging van het woord 'Knutselboek' in de ondertitel. De boekenmakers wekken hiermee de indruk dat het boek een even groot kook- als knutselaanbod bevat. Maar niets is minder waar. Met evenveel knutselingen, maar vier recepten minder dan in het eerste boek, is de verhouding tussen de twee onderwerpen van dit boek wel wat in evenwicht gebracht (17 uitgewerkte knutselideeën en 36 recepten).

Waar het eerste boek de veertig recepten nog onderverdeelde in klassieke hoofstukjes zoals ontbijtjes, kleine hapjes, grote gerechten, zoetigheden, brood, verjaardagstraktaties en feestrecepten voor Sinterklaas, Halloween, Kerst en Pasen, werd voor dit tweede boek een meer thematische aanpak gekozen. In vijf hoofdstukken worden de vijf continenten voorgesteld door middel van recepten en knutselideeën. Toch werd dit mondiale thema niet consequent doorgetrokken in de uitwerking van het boek. De jonge lezer krijgt geen enkele informatie over de continenten en de landen waaruit de recepten en knutselingen werden gesprokkeld en ook een overzichtelijke wereldkaart waarop de locaties aangeduid zijn, ontbreekt. Nochtans is een dergelijke contextualisering spek voor de bek van het doelpubliek.

Na de obligate inleiding met veiligheidsvoorschriften en wat informatie over vreemde ingrediënten en het gebruikte keukenmateriaal, mogen de Belgische wafels het hoofdstuk over Europa op gang trekken. Van daar gaat het naar Scandinavië – met o.a. Zweedse balletjes –en komen we via de Nederlandse snert in Duitsland, Rusland, Oekraïne, Tsjechië, Italië, Griekenland, Spanje, Turkije (twee recepten), Oostenrijk en Engeland. Op deze reis door Europa zijn twee aanmerkingen te maken. Ten eerste is het gevolgde traject verre van logisch: om van België naar Scandinavië te gaan moet je door Nederland, na Scandinavië kan je direct Duitsland aandoen, om van Tsjechië naar Italië te gaan, passeer je door Oostenrijk enz. Ten tweede is het vreemd dat 'Engeland' wordt gebruikt in de plaats van 'Groot-Brittannïe', en niet 'Holland' in de plaats van 'Nederland'. Als de auteur echt 'Engeland' bedoelt, dan had er evengoed 'Vlaanderen' kunnen staan voor België (hoewel wafels een Brusselse uitvinding zijn). Over de keuze van de landen wordt ook niets gezegd. Waarom bijvoorbeeld Estland of Hongarije ontbreken, toch landen met een zekere culinaire traditie en cultuur, blijft een raadsel. Na Europa worden beide Amerika's (carrot cake, cazuela), Afrika (briouats, mafé)), Azië (koe low kai, pakoras) en Oceanië (sausage roll, anzac biscuits) op een drafje aangedaan. Uit deze vier continenten worden evenveel landen belicht als uit Europa alleen.

De moeilijheidgraad van de recepten varieert van makkelijk over redelijk makkelijk naar niet zo makkelijk en dat wordt met één, twee of drie koksmutsjes aangegeven. De receptuur wordt in goed beheersbare stappen beschreven en het uiteindelijke resultaat wordt aan de hand van een foto geïllustreerd. De recepten worden voorgesteld als de favorieten gerechten van overwegend Belgische kinderen met vreemde roots. Die kinderen worden d.m.v. een beknopte identikit voorgesteld. Daarin is ook plaats geruimd voor wat informatie over het gerecht. De knutselideeën zijn eenvoudig en eenvoudig uit te voeren. Waar de recepten mikken op kinderen vanaf 8 jaar, zijn de knutselingen eerder voor jonge kinderen bedoeld.

Net zoals het eerste Ketnet kookboek is dit een beetje een vreemd boek van een zender die nauwelijks iets met koken doet. Buiten het logo en de doelgroep heeft dit boek dan ook weinig met de kinderzender te maken. Er figureren geen wrappers in en ook de settings hebben niets met televisie te maken. Niettegenstaande al de in deze bespreking opgesomde caveats, biedt dit boek toch een aardige verzameling doe-ideeën voor gretige ketnetters.

[Edward Vanhoutte]


Titel: Ketnet kookt 2... de wereld rond. Het supercoole Ketnet-Kook- en Knutselboek
Auteur: Hilde Smeesters
Fotografie: Heikki Verdurme, Whitespray & Shutterstock
Uitgeverij: Lannoo
Jaar: 2010
Collatie: 128 pp. – ill.
ISBN: 978-90-209-91000
Kwalitatieve beoordeling: ***
Moeilijkheidsgraad: I
Leeftijdsaanduiding: vanaf 8 jaar