maandag 21 januari 2008

Fiona Smith - Patés & terrines

Met paté worden traditioneel vleesproducten bedoeld waarin lever is verwerkt en die bij lage temperatuur au bain marie in een oven worden gebakken. Een terrine is meestal een ovale geglazuurde schaal met rechtopstaande randen en een deksel die wordt gebruikt om in te koken. De naam wordt ook gebruikt voor een gerecht dat in een terrine gemaakt is zoals wild en patés. Een terrine die goed samengedrukt en gekoeld is en in plakken wordt geserveerd wordt ook een paté genoemd. Tot zover de traditionele betekenis van de woorden. Als je de begippen ‘paté’ en ‘terrine’ een beetje oprekt, kan je ook met andere ingrediënten dan vlees, wild en gevogelte aan de slag. Dit is precies wat dit kookboekje probeert te doen. Voor de gelegenheid herinterpreteert de Nieuw-Zeelandse Fiona Smith de traditionele begrippen en beschouwt ze alles wat smeerbaar is als paté en alles wat samengeperst is en goed in plakken te snijden is als terrine. Ook de traditionele basisreceptuur past ze aan de hedendaagse vraag naar vetarme producten aan.

In vier hoofdstukjes geeft Smith in totaal 26 recepten voor patés en terrines. Dat daarbij ook mousses, mousselines en rilletes aan bod komen is geheel conform de opzet van het boekje. Terrines en patés van groenten, vis & schaaldieren en gevogelte gaan de meer traditionele recepten van vlees- en wildpaté’s en terrines vooraf. Achteraan staan er nog vijf recepten voor bijgerechtjes genoteerd waarvan we vooral de kruidige, zoetzure kersen onthouden. Elk recept wordt kort door de auteur ingeleid die ook een ingrediëntenlijst en een stap voor stap receptuur geeft. Een paginagrote kleurenfoto illustreert elk recept.

Hier en daar is wel een origineel en creatief receptje te vinden, zoals de terrine van kidneybonen met knoflook of de terrine van prosciutto en pompoen, maar de meeste recepten zijn variaties op gekende gerechten. Niettemin bieden ze door hun vetarmere reconstructie aan iedere thuiskok handige alternatieven voor wanneer the real thing niet gewenst is.

Deze vertaling van het Engelstalige origineel laat hier en daar wel een steekjes vallen wat niet bevorderlijk is voor het leesplezier. In het boek worden patés bijvoorbeeld in de oven gebraden en niet gebakken, en wat hier ‘balsamicoroom’ wordt genoemd is een al te letterlijke vertaling van balsamic cream. In het Nederlands zeggen we dan gewoon crème van balsamico of balsamico crème.Met hier en daar nog een tikfoutje in de tekst wordt nog maar eens aangetoond dat de kookboekenmarkt nood heeft aan conscientieuze correctors en desk-editors.

Al bij al is dit een leuk boekje met een dertigtal pretentieloze receptjes en is het een aardig dingetje voor wie geen al te hoge verwachtingen koestert.

[Edward Vanhoutte]


Titel: Patés & terrines
Auteur: Fiona Smith
Fotografie: Peter Cassidy
Uitgeverij: Veltman Uitgevers
Jaar: 2007
Collatie:
64 pp. – ill.
ISBN: 978-90-5920-687-8
Kwalitatieve beoordeling: **
Moeilijkheidsgraad: II

dinsdag 15 januari 2008

Winiefred Van Killegem & Stefaan Van Laere - Liefdesreceptjes van Winiefred

Winiefred van Killegem werd begin jaren negentig bekend met haar boek Aardappel-Oogappel waarin ze de aardappel onder andere inzette als schoonmaakmiddel. Als auteur van een tiental boeken over kruiden, groenten, aardappelen en confituur verkocht ze ondertussen al tienduizenden boeken en reist ze onvermoeibaar rond om voordrachten te geven en kruidenwandelingen te begeleiden. Daarnaast verzorgde ze als herboriste ook talrijke rubrieken op de Vlaamse radio en televisie. Voor dit mooie kleine boekje werkte ze samen met auteur en journalist Stefaan Van Laere die al aardig wat culinaire titels op zijn palmares heeft.

Liefdesreceptjes van Winiefred biedt een gereedschapskist voor het liefdesspel waarin wordt ingegaan op de functie, het gebruik en de geschiedenis van verschillende afrodisiaca met de nadruk op groenten, bloemen, fruit en kruiden. Als voorspel serveren de auteurs dertien receptjes voor aperitiefjes en hapjes. Negen gerechten vormen het hoofdstukje ‘Het culinaire orgasme van het hoofdgerecht’ en het naspel wordt ingezet met zeven desserts, twee recepten voor digestiefjes en twee afrondende toemaatjes. Voor wie uitgeput raakt van zoveel liefdesspel, heeft Winiefred aan het einde van het boek nog een recept voor een rustgevend voetbad in petto. Bij elk recept worden de opwekkende ingrediënten bondig door Winiefred becommentarieerd. Nu eens gaat ze dieper in op historische achtergronden, dan weer vertelt ze een leuke anekdote, maar ze licht vooral de stimulerende werking van het ingrediënt toe. Helemaal nieuw zijn deze besprekingen niet. Samen met enkele recepten verschenen ze al eerder in een van Van Killegems voegere publicaties. Tussen de recepten strooiden de auteurs een aardig weetje of een citaat van een beroemdheid.

Met zijn vierendertig recepten biedt dit boekje een mooie verzameling van thematisch goed gekozen recepten. Toch moet dit boekje het vooral hebben van zijn aardig concept, zijn goede uitwerking en zijn mooie boekverzorging. Door een consequent toegepast en goed gekozen gebruik van kleuren en de kunstige illustraties van Klaas Verplancke is dit boek een mooi geschenkideetje voor verliefde koppeltjes die beseffen dat de liefde ook door de maag gaat.

Dit is een alleraardigst boekje dat met een knipoog het afrodisiacum-thema behandelt. En wat de effectiviteit van de opgenomen recepten betreft, het is zoals de auteurs het zelf op een van de laatste bladzijden schrijven: “Belangrijk is ook het placebo-effect: als je erin gelooft heb je meer kans dat het werkt. Baat het niet, dan schaadt het niet.”

[Edward Vanhoutte]


Titel: Liefdesreceptjes van Winiefred
Auteur:
Winiefred Van Killegem & Stefaan Van Laere
Illustraties:
Klaas Verplancke
Uitgeverij:
Davidsfonds
Jaar:
2007
Collatie:
79 pp. – ill.
ISBN:
978-90-5826-489-3
Kwalitatieve beoordeling:
***
Moeilijkheidsgraad:
II

maandag 14 januari 2008

Jean-Pierre Wybauw - Pefecte Pralines 2. Ganache

Twee jaar heeft Jean-Pierre Wybauw geschreven aan dit boek dat de opvolger is van Perfecte Pralines uit 2004. Dit eerste deel verscheen al in acht talen en werd o.a. bekroond als beste chocoladeboek van de wereld (Gourmand award 2005) en beste professioneel kookboek (Golden ladle). Dit tweede pralineboek verschijnt alvast in het Nederlands, het Frans en het Engels en is net zoals zijn voorganger en het boek Chocolade decoraties uit 2006 bedoeld voor een publiek van beroepslui en gevorderde amateurs.

Met dit tweede boek wil Wybauw de kennis uit het eerste boek uitdiepen en een verder inzicht bieden in de vernieuwingen, problematiek, en de verschillende mogelijkheden die het vak van chocolatier bieden. Omdat ganaches het grootste aandeel hebben in het moderne pralineassortiment, beperkt Wybauw zich in dit boek tot dit onderwerp. De behandelde materie is complex en vereist heel wat vakkennis en productbeheersing. Wybauw gaat geen enkele moeilijkheid uit de weg en wendt zich in zijn teksten dan ook duidelijk tot collega’s die het vak van chocolatier goed beheersen. Voor de volkomen leek lijkt dit boek eerder op een cursus toegepaste wetenschappen dan op een kookboek. En in feite is het dat ook.

Een ganache is een zacht smeuïge chocoladecrème, meestal met een vetrijke samenstelling die bestaat uit vet, water, suikers en droge stoffen. Die samenstelling moet in perfecte balans zijn om te resulteren in een aangename textuur, een precies smeltgedrag, een harmonisch geheel van complementaire aroma’s en een goede binding tussen vet en water. Bij het bereiden van ganaches moet de chocolatier een perfect beheersing aan de dag leggen van smaak, geur, kleur, mondgevoel en houdbaarheid. In dit boek levert Wybauw de theorie die de prakijk en de opbouw van ervaring vooraf moet gaan. In een eerste grote deel behandelt Wybauw achtereenvolgens onder meer de verschillende eigenschappen en hoofdbestanddelen van de ganache, de verschillende technieken die bij het bereiden van ganache aan bod komen, en de problematiek van de bacteriologische houdbaarheid. De wateractiviteit speelt een grote rol bij dit laatste en daarom geeft Wybauw bij elk recept uit het tweede deel ook de Aw-waarde.

In dit tweede deel presenteert Wybauw een kleine honderd nieuwe pralinerecepten die vele malen werden getest door een panel van proefpersonen. De recepten zijn ingedeeld in 6 hoofdstukken: speciale ganaches zoals dieetafhankelijke ganaches en ganaches met gefermenteerde alcoholische dranken; ganaches met stimulerende eigenschappen (koffie, gember, munt, …); ganaches met karamelbasis; fruitige ganaches; een hoofdstuk met een variatie aan recepten waaronder een reeks voor cuvetten en een hoofdstuk over pralines met meerdere lagen. Het boek sluit af met een hoofdstuk weetjes en basisrecepten. Deze verschillende hoofdstukken zijn moeilijk terug te vinden in het overzicht van de inhoud omdat die op een zeer inconsequente manier werd samengesteld. Een enkele keer wordt de hoofdstuktitel vermeld, maar veelal zijn het de kleinere onderverdelingen van de hoofdstukken of enkele recepten die opgenomen worden. Dat bemoeilijkt onnodig de raadpleegbaarheid van het boek, maar dat is ook het enige wat op dit boek aan te merken valt.

Over de fantastische fotografie van Frank Croes moet weinig worden gezegd. Als twee topmensen in hun eigen discipline zoals meester-chocolatier Jean-Pierre Wybauw en fotograaf Frank Croes hun talenten, vakmanschap en krachten bundelen in een boek zoals Perfecte Pralines 2 dan kan het niet anders dan dat die van een zeldzame kwaliteit is. Dit boek is waarschijnlijk het beste chocoladeboek van de wereld van 2007.

[Edward Vanhoutte]


Titel: Pefecte Pralines 2. Ganache
Auteur:Jean-Pierre Wybauw
Fotografie: Frank Croes
Uitgeverij: Lannoo
Jaar: 2007
Collatie: 208 pp. – ill.
ISBN: 978-90-209-7273-3
Kwalitatieve beoordeling: *****
Moeilijkheidsgraad: III

Ook in De Leeswolf, 2008/2

Frank Fol - Feesten is gezond 2. Verrukkelijke gerechten van de groentekok/Heerlijke feestideeën boordevol groenten.

Frank Fol kan je moeilijk luiheid en een gebrek aan ondernemerszin verwijten. Met Feesten is gezond 2 publiceerde hij niet alleen een waardige opvolger voor Feesten is gezond uit 2006, het is tevens het derde boek van zijn hand dat in 2007 verscheen. De basis voor zoveel creativiteit en kookboekgeweld is de legumaise die Fol enkele jaren geleden ontwierp en die in 2007 een kleine doorbraak kende in de publicaties van de groentekok zelf. Deze gezonde groentesaus bestaat in verschillende smaakcombinaties, kan warm of koud worden gebruikt en is volgens Fol hét alternatief voor de klassieke mayonaise. Met slechts 15% vetstof in de vorm van koolzaadolie en een enorm arsenaal aan toepassingsmogelijkheden kan dat wel eens lukken maar de geheimhouding rond de receptuur zou wel eens in Fols nadeel kunnen spelen. Laat ons niet vergeten dat mayonaise een immens populair verkoopproduct is waarmee verschillende firma’s een goede omzet boeken niettegenstaande het recept voor mayonaise algemeen bekend is.

Fol doet er alles aan om de légumaises en de verwante producten als (zoete) pesto’s en tapenades in de markt te zetten door creatieve recepten te bedenken waarin ze een essentieel smaakelement vormen. In 2007 lanceerde hij bijvoorbeeld de Smaakbom die de Kokerello Innovatie Award 2007 in de wacht sleepte en die vooral op het jongere segment van de markt is gericht en de Wushi, een als sushi gepresenteerde wrap. Eerder bedacht hij al de meer geraffineerde Follade. Deze drie creaties zijn geregistreerde merken die de kookfilosofie van Frank Fol moeten uitdragen. Ze speelden eerder al een hoofdrol in het kinderkookboek Snoep-Goed en in het boek Smaken van het land dat focuste op vergeten groenten. In dit boek presenteert Fol zeven recepten voor Follades, drie voor Smaakbommen en één voor een Wushi. Maar er valt veel meer te ontdekken.

Voor dit boek creëerde Fol 47 recepten die hij net als in het eerste boek Feesten is gezond presenteert in tien feestmenu’s. De gerechten en de feesten, waarvoor heel wat BV’s uit de (Vlaamse) showbizz, infotainment en politiek worden opgevoerd, worden in beeld gebracht door de fotografen Kris Vlegels, Ivan Put en Marc Wauters. Willem Asaert schreef de begeleidende teksten en is meteen ook de meest gespotte gast op de feesten. Voor wie de bekende en minder of niet bekende gasten niet herkent, is er achteraan het boek een lijst toegevoegd met de namen van de feestgangers en de details van de locaties. Verder worden achteraan ook de geschonken wijnen kort besproken, is er een advertentie voor legumaise opgenomen en is er een index op ingrediënten./p>

De recepten zelf dragen 100% de fingerprint van Frank Fol. Evenwichtig opgebouwde smaakcombinaties met gevoel voor afwisselende texturen die een prettig mondgevoel creëren en met fruit en groenten in de hoofdrol. En ook hier weer komt Fols ondernemerszin goed uit de verf. Van de 47 recepten zijn er 30 die op zijn eigen producten zoals légumaises, tapenades en (zoete) pesto’s worden gebruikt.

[Edward Vanhoutte]


Titel: Feesten is gezond 2. Verrukkelijke gerechten van de groentekok/Heerlijke feestideeën boordevol groenten.
Auteur: Frank Fol & Willem Asaert
Fotografie: Kris Vlegels, Ivan Put & Marc Wauters
Uitgeverij: Lannoo
Jaar: 2007
Collatie: 160 pp. – ill.
ISBN: 978-90-209-7272-6
Kwalitatieve beoordeling: ***
Moeilijkheidsgraad: II

zondag 13 januari 2008

Johannes van Dam - dekleinejohannes

Net na het verschijnen van het magistrale boek Dedikkevandam die een bundeling was van zowat alles waarover de Nederlandse restaurantcriticus en levende culinaire encyclopedie Johannes van Dam de voorbije vijfentwintig jaar had geschreven, verscheen dit kleine broertje met drieëntwintig aanvullingen. Een echt erratum is het niet geworden, er staan geen lijsten in met drukfouten of verschillen tussen de herdrukken van dit werk. Toch kondigt de blurb op de achterflap aan dat een aantal onderwerpen uit Dedikkevandam worden aangevuld en dat een enkele verschrijving of misverstand wordt opgeruimd. Het is aan de lezer om uit te vlooien op welke delen van Dedikkevandam dit kleine boekje een correctie is.

De onderwerpen zijn zeer verscheiden en het lijkt er een beetje op dat dit boek de stukjes publiceert die de auteur wel voor het grotere werk had geschreven, maar die om de een of de andere reden zijn blijven liggen. Zo bijvoorbeeld het hoofdstukje over de pastinaak waarvan Van Dam toegeeft dat die ten onrecht ontbreekt in Dedikkevandam omdat hij er wel degelijk had over geschreven. Het gaat dus niet zozeer om een inhoudelijke aanvulling van Dedikke maar om een toevallige restfractie. Verder leuke stukjes over bergamot, cassoulet, erwtensoep, Pekingeend, rouille, vlierbloesem en wasabi om er maar enkele te noemen. Het lemma ‘Ei’ uit Dedikkevandam (p. 180) wordt hier aangevuld met een stuk over het pocheren van eieren waarin de truuk met het huishoudfolie wordt uitgelegd.

Dit is gewoon een prettig lezend boekje dat verderborduurt op het concept van zijn grotere broer. En op deze manier kan Van Dam nog wel enkele tientallen boekjes volpennen die misschien ooit worden gebundeld in een tweede Dikkevandam.

[Edward Vanhoutte]

Titel: dekleinejohannes
Auteur: Johannes van Dam
Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar
Jaar: 2006
Collatie: 64 pp. – ill.
ISBN: 90-388-1453-4
Kwalitatieve beoordeling: ***
Moeilijkheidsgraad: II


dinsdag 8 januari 2008

Willem Asaert - I Sapori d’Italia. Het beste van de Italiaanse keuken / Le meilleur de la cuisine italienne

In zijn inleiding stelt Willem Asaert dat dé Italiaanse keuken niet bestaat ‘daarvoor is ze te complex en te verscheiden’. Vandaar ook dat dit boek niet ‘de smaak van Italië’ heet, maar ‘de smaken (I sapori) van Italië’. Zes Italiaanse chefs presenteren elk zes authentieke recepten op basis van kwaliteitsvolle basisproducten die niet zelden rechtstreeks uit het moederland worden aangevoerd of die in België nog door landgenoten worden geproduceerd volgens traditionele methodes. Die zesendertig recepten demonstreren een breed repertoire dat weliswaar appeleert aan de traditie maar dat het louter rustieke overstijgt door de eerlijke inventiviteit van de chefs. Natuurlijk wordt er veel gewerkt met de klassieke basisingrediënten zoals basilicum, citroen, eieren, knoflook, platte peterselie, tomaten, ui en rode wijn want die ondersteunen de smaken van vis, vlees of schelpdieren. Maar evenzeer komen wat meer exotisch klinkende zuiderse producten zoals bottarga, pancetta, kappers, vino cotto, bacalà en grappa aan bod in de recepten én in de teksten

Wat de verschillende chefs bindt – drie van hen komen oorspronkelijk uit Sicilië, één uit Sardinië, één uit Puglia in het Zuiden van Italië – is het vakmanschap en de inspiratie om op een eenvoudige manier complexe smaak- en bijtsenensaties in een gerecht te combineren. Met een handvol ingrediënten en een receptuur die soms slechts enkele zinnen lang is, kan elke hobbykok met dit boek aan de slag.

Het boek is zeer systematisch opgevat en verrast daardoor alleen naar inhoud. Elk restaurant wordt door Willem Asaert kort geportretteerd met vermelding van contactgegevens en de fotocollages van Tom Swijns geven de sfeer weer van de bezige keukens en de (lege) zaken. Dan volgen per restaurant zes recepten die het hele menuverloop omspannen: van antipasti’s, soepen, primo en secundo piatti tot snoeperijen, taarten en desserts. Bij elk gerecht hoort ook een paginagrote foto die soms niet precies overeenkomt met de receptbeschrijving. Daarna wordt in korte teksten productinformatie gegeven van drie of vier typische ingrediënten uit de recepten. Het boek sluit af met een inhousopgave op restaurant en een index op ingrediënten, niet op gerechten.

De keuze van de restaurants wordt nergens verantwoord, dus moeten we de uitgever en de auteur maar geloven dat ze behoren tot het kruim van de Italiaanse restaurants in België. Wie er enkele sites met restaurantbesprekingen op naslaat, weet zich snel gerustgesteld. Arte en Ferrier 30 in Antwerpen, La Botte in Genk, Il Fiore in Maasmechelen, Senza Nome en Bocconi in Brussel en La Table des Matières in Mons hebben een reputatie hoog te houden. Die wordt alvast mooi bevestigd met dit boek waarin alle teksten zowel in het Nederlands als in het Frans zijn geschreven.

[Edward Vanhoutte]


Titel: I Sapori d’Italia. Het beste van de Italiaanse keuken / Le meilleur de la cuisine italienne.
Auteur: Willem Asaert
Fotografie: Tom Swijns
Uitgeverij: Stichting Kunstboek
Jaar: 2007
Collatie: 144 pp. – ill.
ISBN: 978-90-5856-250-0
Kwalitatieve beoordeling: ***
Moeilijkheidsgraad: II

vrijdag 28 december 2007

Ben Vinken - ¡Foodie! Belgische Bieren

Ben Vinken is gepokt en gemazeld in de bierwereld. Voor hij bierjournalist en uitgever van gespecialiseerde uitgaven werd waaronder Bierpassie Magazine en Michael Jackson’s Grote Belgische Bieren, tot nader order hét referentiewerk, vervulde hij als jurist en later als marketingsecialist verschillende functies bij grote brouwerijen en consortia. Zo lanceerde hij onder meer Leffe Blond in alle InBev-cafés tegen de zin van zijn bazen die de marktstudies volgden en het bruine abdijbier prefereerden. Verder overtuigde hij zowel VTM als brouwerij Bavik om samen het witbier Wittekerke te produceren, blies hij Pater Lieven nieuw leven in door onder die naam een blonde en een bruine tripel op de markt te brengen en ontwierp hij het etiket voor Hapkin. Zelf noemt Ben Vinken zich nog het liefste ‘de biersommelier’, tevens de naam van zijn bierprogramma op de lifestylezender Vitaya. Een biersommelier gebruikt zijn kennis om het bier vakkundig uit te schenken, te bekijken, te ruiken, te proeven … en te beoordelen. Het vak leerde hij onder meer bij de in 2007 overleden Britse grootmeester Michael Jackson aan wie dit boek ook is opgedragen.

Voor dit boek selecteerde Vinken 64 bieren uit de meer dan 400 verschillende speciaalbieren die in België worden gebrouwen – aan pilsbieren wordt in dit boek geen aandacht besteed. Van elk bier wordt vermeld over welke bierstijl het gaat, uitgaand van de volgende tien basisvariëteiten: abdijbier, trappist, streekbier, witbier, spéciale Belge, Saison, zwaar blond bier, bière brut, bier van gemengde gisting of van spontane gisting. Het bierpaspoort wordt verder aangevuld met de volledige naam, het percentage alcoholvolume en de herkomst. Het verhaal achter elk bier wordt door Vinken in één of meerdere paragrafen kort beschreven en wordt door de auteur persoonlijke ingekleurde met leuke anekdotes en pikante weetjes uit de bierbusiness. Dit wordt aangevuld met zijn persoonlijke proefnotities en een voorstel voor foodpairing. Beer-foodparing belooft immers de culinaire trend te worden in de komende jaren voor gesofistikeerde foodies die de buik vol hebben van alle poeha rond wijnen. Joris Luyten fotografeerde elk door Vinken uitgeschonken bier.

Voorafgaand aan de presentatie van de selectie bieren beschrijft brouwmeester Jef Van den Steen beknopt het brouwproces in een toegankelijke en prettig lezende tekst. De toegankelijkheid van dit boek is ook voor Vinken een aandachtspunt geweest, waardoor dit derde boekje in de trendy ¡Foodie!-reeks een breed publiek zal aanspreken. Door de verwerking van zoveel bierkennis en persoonlijke petites histoires in een handig en luxueus formaat is dit boekje zeker geen doctrinaire bierbijbel, maar eerder een bierkompas dat uitnodigt tot proeven, keuren en vergelijken. Alleen jammer dat er geen plaats werd voorbehouden voor lezersnotities.

[Edward Vanhoutte]


Titel: ¡Foodie! Belgische Bieren
Auteur: Ben Vinken
Fotografie: Joris Luyten
Uitgeverij: Lannoo
Jaar: 2007
Collatie: 191 pp. – ill.
ISBN: 978-90-209-7253-5
Kwalitatieve beoordeling: ****
Moeilijkheidsgraad: II

Ook in De Leeswolf, 2008/1

vrijdag 21 december 2007

Herman den Blijker & Jaap van Rijn - Herman. Kijken, knijpen, voelen, ruiken proeven, koken en eten.

Dit tweede boek van de in Nederland fel gemediatiseerde kok Herman den Blijker is in feite zijn eerste boek. Ik probeer althans zo snel mogelijk het boek Herrie in de keuken! te vergeten dat hij eerder samen met Jaap van Rijn publiceerde en dat de uitloper was van de RTL5 remake van Gordon Ramsey’s Kitchen Nightmares. De Rotterdamse kromtaal uit dit eerste boek is nagenoeg volledig verdwenen, en dit boek heeft wel degelijk een structuur en een concept. Meer nog, de auteurs zijn erin geslaagd een uiterst verzorgd en prettig lezend kookboek te maken waarin een perfect evenwicht werd gevonden tussen de commercieel interessante aandacht voor de persoon van Herman den Blijker en de culinair interessante aandacht voor kwaliteitsproducten en het kookgebeuren.

De titel van dit boek vat het concept bondig samen. Natuurlijk staat de figuur van Herman den Blijker centraal in dit boek, maar even centraal staan kwaliteitsproducten en de bereidingstechnieken waarbij het maximale uit deze producten wordt gehaald. Om te komen tot een succesvolle keuken zet Den Blijker al zijn zintuigen in en keurt en kookt hij met de producten van zijn leveranciers die zorgvuldig geselekteerde lokale telers, vissers, fokkers, handelaren en ambachtslui uit binnen- en buitenland zijn. Het boek bevat een zestigtal recepten onderverdeeld in acht klassieke rubrieken die telkens worden doorspekt met reportages, productinformatie, toelichtingen bij kooktechnieken en persoonlijke anekdotes. Die rubrieken zijn achtereenvolgens: aperitief, vis, schelp- en schaaldieren, gevogelte, lam, groenten, rund, dessert en basisreceptuur. Tussendoor zijn er nog aparte hoofdstukjes over messen, witte en rode wijn. Een zaken- en een receptenregister maken dit boek compleet.

De kwaliteit van de recepten is top en die wordt probleemloos doorgetrokken in de meer prozaïsche gedeeltes van dit boek die een hoog informatief gehalte hebben en die daarmee de recepten perfect ondersteunen en contextualiseren. De rechttoe-rechtaan stijl van Den Blijker is volledig in harmonie met zijn voorliefde voor ongecompliceerde kooktechnieken en goed eten zonder franjes. Daarbij trekt hij volop de kaart van de smaak waardoor hij bijvoorbeeld welkome aandacht heeft voor minder edele stukjes vlees zoals ossenstaart, pianostuk, omloop, sukade en longhaas. Den Blijker is ook niet te beroerd om zijn beperkingen toe te geven en mee te delen dat hij de meer ingewikkelde desserts en het werken met chocolade overlaat aan ‘echte vakmensen’.

De typische fotografie van John Vane en de voorbeeldige boekverzorging bieden Herman den Blijker de optimale omstandigheden om met dit boek zeer sterk uit de hoek te komen. Herman is een signatuurboek van een chef die ons nog veel te vertellen heeft.

[Edward Vanhoutte]


Titel: Herman. Kijken, knijpen, voelen, ruiken proeven, koken en eten.
Auteur: Herman den Blijker & Jaap van Rijn
Fotografie: John Vane
Uitgeverij: Kosmos Uitgevers
Jaar: 2007
Collatie: 223 pp. – ill.
ISBN: 978-90-215-1534-2
Kwalitatieve beoordeling: ****
Moeilijkheidsgraad: II

Ook in De Leeswolf, 2008/2

Jacques Mercier - De verleiding van chocolade

In 1857 verhuisde de Zwitser Jean Neuhaus naar België en opende in de Brusselse Koninginnegalerij een winkel van hoestbonbons, witte drop en zoethout tegen maagpijn. Veertig jaar later zag de familie Neuhaus in de opmars van de chocolade in Europa, en in het bijzonder in België, een kans om de winkel uit te bouwen tot een confiserie en chocolaterie. De definitieve introductie in de chocoladewereld kwam er na de historische uitvinding van de praline in 1912 door Jean Neuhaus junior, de kleinzoon van de stichter, en de ontwikkeling door diens vrouw van de ballotin of het doosje waarin pralines in verschillende lagen naast en bovenop elkaar werden geschikt, gescheiden door een papiertje. Momenteel is Neuhaus een beursgenoteerd bedrijf met 1.400 winkels wereldwijd en 100 in België. De winkel in de koninginnegalerij is er nog altijd een van.

Jacques Mercier schreef dit boek naar aanleiding van het 150-jarig bestaan van Neuhaus. De oorspronkelijke Franse titel – La tentation du chocolat – verwijst naar de naam van de legendarische praline van Neuhaus die in 1958 werd ontwikkeld en momenteel nog altijd wordt geproduceerd. Op de cover staat een andere even legendarische praline afgebeeld, namelijk de Caprice. Het hele assortiment van Neuhaus wordt in het voorlaatste hoofdstuk van dit boek voorgesteld, vóór een hoofdstuk met acht recepten met chocolade die de lezer ongetwijfeld doet zwichten voor de verleiding, als dat nog niet eerder was gebeurd. Wie aan die laatste hoofdstukken toekomt heeft immers een boeiende chocoladeroman gelezen die meer is dan een geschiedkundig naslagwerk. Dit boek doet de evolutie van de chocolade doorheen de eeuwen uit de doeken en verweeft die met de geschiedenis van het gevierde chocolademerk. Het boek begint bij de uitvinding van de praline en presenteert in een eerste hoofdstuk een beknopte bedrijfsgeschiedenis van Neuhaus om vervolgens terug te keren in de tijd en de ontdekking van de chocolade te vertellen. Via Mexico en Spanje kwam de chocolade in Frankrijk, Italië, Duitsland, Engeland, Zwitserland en tenslotte België terecht. De geschiedenis van de Belgische chocolade vanaf de 15de eeuw is dan ook het onderwerp van een mooi geïllustreerd en goed gedocumenteerd hoofdstuk waarin ook andere producenten dan Neuhaus een plaats krijgen. De volgende hoofdstukken handelen onder andere over de (historische) toepassingen van chocolade in de geneeskunde en de schoonheidsindustrie, de verwerking van chocolade van boon tot cacaomassa, de chocoladeproductie en het chocolade-assortiment. Aan de rol van de chocolade in de kunst is alweer een apart hoofdstuk gewijd waarin literatuur, film en theater aan bod komen.

Dit boek is met veel zorg voor historiciteit samengesteld en wordt geïllustreerd met afbeeldingen van historisch materiaal en productiefoto’s uit de ateliers van Neuhaus. De vertaling uit het Frans is van prima kwaliteit. De kleine, thematische porties waarmee de informatie uit elk hoofdstuk aan de lezer wordt geserveerd, bevordert de degustatie van dit boek als was het een doosje pralines van Neuhaus zelf.

[Edward Vanhoutte]


Titel: De verleiding van chocolade
Auteur: Jacques Mercier
Uitgeverij: Lannoo
Jaar: 2007
Collatie: 240 pp. – ill.
ISBN: 978-90-209-7406-5
Kwalitatieve beoordeling: ****
Moeilijkheidsgraad: II

Stefaan Van Laere - De smaak van kaas

Volgens de Belgische wetgever is kaas het al dan niet gegist product, verkregen hetzij door het lebben of verzuren van al dan niet met room gemengde volle melk, van afgeroomde melk of van karnemelk, hetzij door het verwarmen van verzuurde wei. Een kenner die hierbij perfect weet wat kaas werkelijk is, welke variëteiten er zijn en wat de verschillende productieprocessen zijn. Een dergelijke kenner is Stefaan Van Laere geworden tijdens de research die hij deed voor dit boek. Na eerdere boeken over whisky, cocktails, aardbeien en jenever, heeft hij zich deze keer toegelegd op kaas. Anders dan recent verschenen boeken over kaas zoals die van bijvoorbeeld Michel Van Tricht en Betty Koster is dit boek geen referentiewerk met encyclopedische voorstellingen van een selectie kazen, maar een lees-, kijk- en doeboek met als centrale thema de smaak van kaas. In zestien hoofdstukken belicht Van Laere telkens een bepaald facet van de kaas, de kaasproductie, en de consumptie.

Na de obligate en informatieve inleiding licht de auteur de verschillende fases in de kaasproductie toe om vervolgens soorten kaas in te delen volgens verschillende criteria zoals de gebruikte melk, de hardheid, het vetgehalte en het uiterlijk van de korst en de gehele kaas. Aan de veelzijdigheid en de grote voedingswaarde van geiten- en schapenkaas wijdt Van Laere een afzonderlijk hoofdstuk waarin meteen ook de eerste recepten voorkomen. Chef Peter Dudink presenteert bij dit hoofdstuk vijf gerechten die mooi in beeld werden gebracht door Philippe Debeerst. De hoge kwaliteit van de receptuur en de fotografie is trouwens een constante in heel het boek.

De positieve invloed die het eten van kaas kan hebben voor de gezondheid is het onderwerp van een volgend hoofdstuk waarna wordt uitgelegd hoe alle zintuigen kunnen worden ingezet bij een kaasdegustatie. In de drie daaropvolgende hoofdstukken worden door specialisten ter zake de mogelijke combinaties van kaas met wijn, bier en gedistilleerde dranken zoals jenever en whisky besproken. Tips over het kopen van kaas en de voorbereiding van een kaastafel vormen de aanloop naar de presentatie van vier kaaschotels die volgens kaasmeester Michel Peeters de ideale kaastafel vormen. Peeters combineert de verschillende schotels met witte wijn, licht rode wijn, stevige rode wijn en port & witte zoete wijn.

In het langste hoofdstuk van dit boek worden zeven verschillende kaaslanden besproken en geeft een chef telkens vier tot zes recepten met kaas. Edwin Vincke kookt met Nederlandse kaas, Guy Van Cauteren neemt de Belgische kaas voor zijn rekening, en Benoit Dewitte gaat aan de slag met Franse kazen. De ploeg van Chalet Gruyère maakt kaasfondue en kaaskoekjes met Zwitserse kaas, Stef Roesbeke is creatief met Britse kazen, Stefaan van Steenberge mag zich uitleven met Spaanse kazen en Geert Heyne presenteert culinaire recepten met Italiaanse kaas. Aansluitend komen kazen uit Finland, Denemarken en Duitsland aan bod en weidt de auteur even uit over feta en kwark.

Zes weetjes over kaas drie recepten voor kaaskroketten, kaaskoekjes en kaastaart, en de mening van kaasmeester-affineur Fried Elsen besluiten dit boek waarin volgens de index meer dan 280 verschillende kazen worden vermeld.

De zwakte van dit boek is het gebrek aan onderlinge samenhang tussen de hoofdstukken die, alhoewel ze dankzij de onderlegdheid van de auteur zeer veel informatie in een vlotte taal toegankelijk maken, teveel als een losse en toevallige verzameling teksten overkomen. En dat is jammer, want er valt wel een logisch verhaal uit dit boek te destilleren. Niettemin verantwoordt de kwaliteit van de zeer lezenswaardige hoofdstukken en de 55 recepten zeker de aankoop van dit boek door culinaire kaasliefhebbers.

[Edward Vanhoutte]


Titel: De smaak van kaas
Auteur: Stefaan Van Laere
Fotografie: Philippe Debeerst
Uitgeverij: Davidsfonds
Jaar: 2007
Collatie: 180 pp.
ISBN: 978-90-5826-475-6
Kwalitatieve beoordeling: ***
Moeilijkheidsgraad: II

Danny Capon, Christophe Declercq, Wim Denduyver, Hendrik Deschacht & Edwin Gesquiere - Bakbasics. Alle recepten, bereidingen & vaktermen

Bakbasics presenteert zich als een compleet naslagwerk met alle recepten, bereidingen en vaktermen voor de meesterbakker, maar ook voor de bakkersleerling en de amateur-koekenbakker. En dat is niets teveel gezegd. Vijf leraars van de bakkerijschool Ter Groene Poorte in Brugge bundelden hun kennis en praktijkervaringen in dit compendium dat een compilatie biedt van wat zij hun leerlingen bijbrengen. Als dusdanig is het een handig uitgevoerd werkinstrument, een handboek, misschien wel een bakbijbel te noemen die de basisrecepten aanbiedt waarop naar hartelust kan worden gevarieerd.

In vijf overzichtelijke hoofdstukken worden achtereenvolgens de bakkerij, de banketbakkerij, suikerwerk, consumptie-ijs en chocolade behandeld. Aan elk hoofdstuk gaat een inleiding de recepten vooraf. Het boek opent met een verklarende woordenlijst van vaktermen en grondstofspecificaties en besluit met een aflabetische index op recepten.

Hendrik Deschacht, auteur van o.a. Brood en kleingebak (Lannoo, 1994) en Hartig gebak (Lannoo, 1996), neemt de bakkerijrecepten voor zijn rekening en deelt ze in volgens deegsoort: brooddegen, zachte luxedegen, krokante luxedegen, gerezen bladerdegen, peperkoeken en een variadeeltje waarin o.a. pizzadegen en sausen en quichevullingen aan bod komen. Samen is dit deel al goed voor 107 recepten. Danny Capon, die in 2006 Koekjes bij de koffie (Lannoo) publiceerde, presenteert ruim 150 recepten uit de banketbakkerij. Capon behandelt het volledige gamma aan bladerdegen en boterdegen, beslagen, schuimen en afgeleide degen en beslagen. Hij voegt er hoofdstukken aan toe over versiermengsels, banketbakkersroom met zijn afgeleiden, spiegels en soorten ganaches en een assortiment sauzen Hij besluit met een deeltje over wafels en pannenkoeken waarvan er enkele ook in het deel van de bakkerijrecepten werden vermeld. Suikerwerk is dan weer de specialisatie van Edwin Gesquière die een twaalftal recepten geeft voor het delicate ambacht van het suikergieten, -blazen, en -trekken. Christophe Declercq geeft als ijsvakman een 55-tal recepten voor roomijs, sorbets, parfaits en mousses, en biedt met zijn onlangs verschenen boek IJs verfrissend lekker (Lannoo, 2007) een uitbreiding op dit aanbod. In een laatste deel presenteert Wim Denduyver ruim twintig recepten voor de verwerking van chocolade en de productie van bonbons.

De net geen 350 recepten in dit boek worden sec gegeven zonder de fotografie en het proza die we van andere kookboeken gewoon zijn en die we in de geciteerde andere boeken van deze auteurs kunnen vinden. Dit boek is dan ook ontegensprekelijk bedoeld voor vakmensen of geroutineerde amateurs met heel wat basiskennis die hier eindelijk het recept voor de klaaskoeken, nougat, croissants, javanais of advocaat ‘van bij de bakker’ kunnen vinden.

Als herdruk van een boek dat in 2002 zijn eerste druk kende en sindsdien nauwelijks meer te verkrijgen was, gaat Bakbasics een mooie toekomst tegemoet als onbetwistbare bestseller en is het verplichte kost voor de nieuwere generaties van bakkerijprofessionals

[Edward Vanhoutte]


Titel: Bakbasics. Alle recepten, bereidingen & vaktermen
Auteur: Danny Capon, Christophe Declercq, Wim Denduyver, Hendrik Deschacht & Edwin Gesquiere.
Redactie: Ine Dijkhof
Uitgeverij: Lannoo
Jaar: 2007
Collatie: 174 pp.
ISBN: 978-90-209-7429-4
Kwalitatieve beoordeling: ****
Moeilijkheidsgraad: III

Tom Vander Sande - Kruidig met bouillon

Het is moeilijk na te gaan hoe soepen smaakten voor 1886. In dat jaar bracht Carl Heinrich Knorr immers zijn eerste soepblokjes met vleesextracten op de markt, op de voet gevolgd door Julius Maggi die zich aanvankelijk had toegelegd op het verwerken en drogen van peulvruchten en groenten. De technologische vooruitgang maakte het mogelijk om kleine geconcentreerde blokjes te produceren en in de marketing rond dit product werd volop ingezet op de geleidelijke emancipatie van de vrouw die dankzij het bouillonblokje in een oogwenk smakelijke soepen kon bereiden. Met de ontdekking en de synthetisering van glutamaat kon de verafschuwde fabriekssmaak die door de productie tijdens de Tweede Wereldoorlog in het bouillonblokje was geslopen, worden geneutraliseerd en kwamen de smaakaroma’s van de basisingrediënten op de voorgrond. Kortere verwerkingstijden tijdens het koken, de optimalisering van product en verpakkingsmaterialen en een bredere toepassing in de keuken luidde een onafgebroken groei in voor de bouillonindustrie. Een keuken die geen gebruik maakt van deze smaakmaker is tegenwoordig quasi ondenkbaar, tenzij natuurlijk in de omgeving van glutamaat-allergische personen. Monosodiumglutamaat of VeTsin wordt in heel wat producten gebruikt en is te herkennen aan de codes E620, E621, E622, E623, E626, E631 en E635. Glutamaat veroorzaakt een unieke smaakcomponent in levensmiddelen, die umami wordt genoemd en dat de wetenschappelijk erkende vijfde elementaire smaakbeleving is naast zoet, zuur, zout en bitter. Helaas wekt het bij een niet te verwaarlozen gedeelte van de bevolking ook allergische reacties op die gepaard gaan met hoofdpijnen, branderig gevoel en/of zwellingen. Het is jammer dat dit boek geen aandacht heeft voor dit fenomeen.

In dit boek vertelt Tom Vander Sanden op een luchtige manier de geschiedenis van het bouillonblokje en zijn rol in de culinaire geschiedenis van het Westen. Beginnend bij een basishoofdstuk over de ontwikkeling en commercialisering van het smaakblokje, neemt Vander Sanden de lezer op sleeptouw door zes decennia wereldgeschiedenis die hij met een knipoog linkt aan culinaire tendensen en de voorname bijrol die het bouillonblokje hierbij bekleedt. Robrecht Wolters illustreert dit met 42 klassieke recepten waarbij het bouillonblokje nu eens gebruikt wordt als smaakmaker in kookwater, dan weer wordt toegevoegd aan saus of soep, of geraspt en verpulverd wordt gemengd met olie om vlees, vis of gevogelte mee in te wrijven. De gerechten appeleren aan het culinaire geheugen van het oudere deel van de lezers en introduceert hopelijks een vernieuwde belangstelling bij het jongere deel. Rundertong, ossenstaartsoep, paling in ’t groen, garnalencocktail, rog met kappertjes, en gebakken kalfszwezerik konden niet zonder een bouillonblokje, net zomin als de meer recentere creaties zoals kip in zoutkorst met bouillon, escabèche van makreel met limoenschuim of tempura van garnalen dat nu kunnen. De fotografie van Frank Croes speelt een voorname rol in het tot leven brengen van deze brok culturele smaakgeschiedenis rond het bouillonblokje. Begrijpelijkerwijze worden er geen recepten toegevoegd om zelf bouillons te trekken.

[Edward Vanhoutte]


Titel: Kruidig met bouillon
Auteur: Tom Vander Sande
Fotografie: Frank Croes
Foodstylist: Robrecht Wolters
Uitgeverij: Lannoo
Jaar: 2007
Collatie: 128 pp. – ill.
ISBN: 978-90-209-7118-7
Kwalitatieve beoordeling: ***
Moeilijkheidsgraad: II

Jozef Schildermans, Hilde Sels & Marleen Willebrands - Lieve schat, wat vind je lekker?

Over Antonius Magirus, de auteur van het Koocboec oft Familieren keukenboec uit 1612 is weinig bekend. Of ‘Magirus’ zijn echte naam was of een pseudoniem – Magirus betekent ‘kok’ in het Grieks – is evenmin geweten. Vast staat dat hij een levensgenieter was met een grote kennis van de gastronomie, uit de hogere burgerij stamde, vermoedelijk een klassieke opvoeding had genoten, uit Brabant afkomstig was, contacten onderhield met Italië en het Leuvense universitaire milieu, en het Latijn en het Italiaans beheerste. Tot die conclusie komen de historici-publicisten Jozef Schildermans en Hilde Sels en de neerlandica-diëtiste Marleen Willebrands in deze hertaalde tekstuitgave van het Koocboec.

Magirus’ Koocboec was het vijfde kookboek dat in de Nederlanden werd gedrukt. Van deze titel zijn er vandaag slechts drie drukken in zes exemplaren bekend. In tegenstelling tot zijn voorgangers gebruikte Magirus geen enkel overgeleverd handschrift of gedrukt werk uit de Nederlandstalige culinaire traditie als directe bron. Recent onderzoek van de Noor Henry Notaker heeft aangetoond dat 141 van de 170 recepten uit Magirus’ boek een bewerkte vertaling geven van Bartolomeo Scappi’s Opera dell’arte del cucinare uit 1570, het belangrijkste kookboek uit de Italiaanse renaissance. Maar Magirus deelde de recepten opnieuw in volgens bereidingswijze, en moeilijk verkrijgbare Italiaanse ingrediënten verving hij door ingrediënten uit onze contreien. Verdere vernieuwingen die zeer modern aandoen zijn de persoonlijke appreciaties waarmee Magirus de recepten laat beginnen of eindigen, en de opname van basisrecepten waarnaar hij verwijst vanuit de andere recepten. De veelvuldige kruisverwijzingen tussen de recepten tonen aan dat Magirus kookboek niet zomaar een losse verzameling recepten is maar volgens een duidelijk plan werd geschreven. Het veelvuldig gebruik van de ik-vorm en de persoonlijke appreciaties van de auteur bewijzen dan weer dat Magirus zich expliciet als kookboekauteur wilde profileren. Die bevindingen maken van het monumentale Le cuisinier françois van La Varenne uit 1651, dat uit het niets de grondslag van de moderne keuken zou gelegd hebben, een minder revolutionair en vernieuwend werk dan Franse historici bereid zijn toe te geven.

Het Koocboec geeft een mengeling van oude en nieuwe recepten en stapt af van de overdadige keuken ten voordelen van verfijnde recepten waarbij meer groene kruiden en groenten worden gebruikt en sauzen op basis van bouillon worden gemaakt. Magirus schreef dit kookboek immers om de dames van de gegoede burgerij in de steden van de Nederlanden op een spaarzame, maar niet al te zuinige manier lekker te leren koken. Dat vergde een vrij precieze aanpak waarbij de bereidinsgwijze helder uit de doeken wordt gedaan en de hoeveelheid van de ingrediënten nauwkeurig worden vermeld. Ook op dit vlak was Magirus een vernieuwer en trendsetter.

Deze tekstuitgave is populair-wetenschappelijk van opzet en mikt op een breed publiek van culinair en historisch geïnteresseerden. Drie hoofdstukken gaan de eigenlijke tekstuitgave vooraf. Een eerste hoofdstuk bespreekt de auteur, de bronnen, de betekenis en de invloed van het kookboek. In een tweede hoofdstuk worden de historische achtergronden geduid waartegen dit kookboek moet worden begrepen, met name de Tachtigjarige Oorlog met Spanje en het Twaalfjarig Bestand onder de aartshertogen Albrecht en Isabella. Een derde hoofdstuk bespreekt culinair-technische achtergronden van het Koocboec. Via de vertalingen en bewerkingen van Scappi die Magirus publiceerde onderging de Zuid-Nederlandse keuken mediterrane en Arabische invloeden die probleemloos werden geïntegreerd in de bestaande tradities. Tevens wordt de invloed van de geneeskunde met vooral de temperamentenleer en dietleer besproken, en komen de toen gangbare keukeninrichting, gereedschap en bereidingswijzen aan bod.

De tekstuitgave zelf presenteert de teksten en de 170 recepten van het Koocboec in een hertaalde en becommentarieerde versie. De inhoud van het Koocboek wordt niet aaneensluitend uitgegeven, maar wordt telkens onderbroken door verklarende besprekingen en commentaren van de bezorgers en illustraties uit andere contemporaine werken. Door die aanpak verwerft de lezer een beter begrip en kennis van de producten en de kookwijze die door Magirus worden behandeld en van de historische achergronden zonder zich door een hermetisch commentaarapparaat te moeten worstelen.

Deze ‘praktische’ aanpak van de uitgave is ook de argumentatie voor de hertaling van de tekst. In de verantwoording bij de uitgave achteraan het boek opteren de tekstbezorgers expliciet voor leesbaarheid en een snelle interpretatie ten nadele van de oorspronkelijke verschijningsvorm van de tekst, alhoewel ze er meteen aan toevoegen dat het behoud van de authenticiteit van de tekst ook een aandachtspunt was bij de tekstbezorging. Dat het tegelijkertijd huldigen van het historische en het leesbaarheidspprincipe een quasi onmogelijkheid is, bewijst de aanpak van de hertaling van de tekst. Omwille van de leesbaarheid werd niet gekozen voor de vreselijke tussenvorm van een letterlijke hertaling door herspelling maar voor een interpretatieve vertaling naar het hedendaagse Nederlands waarbij onvermijdelijk ingegrepen wordt in woordvolgorde, syntaxis, interpunctie en zinsbegrenzing. Die interpretatieve vertaling wordt ook doorgetrokken tot het woordniveau, maar op een inconsequente manier. Wanneer een woord uit de originele tekst ook in het hedendaagse Nederlands voorkomt maar met een andere betekenis, wordt die vertaald met een ander hedendaags woord dat de betekenis van het originele woord heeft overgenomen. Bijvoorbeeld in recepten waar ‘fruiten’ van vlees niet kan worden vertaald door ‘fruiten’ maar door ‘bakken’. Waar woorden in het modern Nederlands niet meer voorkomen werd dit principe echter aan de kant geschoven ‘om het oorspronkelijke karakter van de tekst zoveel mogelijk te behouden’ (p. 218). Die woorden blijven staan in de hertaalde leestekst en voor hun verklaring verwijzen de editeurs naar een verklarende woordenlijst achteraan het boek. Idem ditto voor de behandeling van oude maten en gewichten. Om geen afbreuk te doen aan het oorspronkelijke karakter van de tekst worden die niet omgerekend naar hedendaagse maten en gewichten, maar bepalingen die een hoeveelheid aanduiden bij die gewichten zijn dan weer wel vertaald. Alhoewel de verantwoording bij deze editie een systematische aanpak van deze hertaling pretendeert, blijkt de toepassing ervan een hoogst subjectieve aangelegenheid te zijn van de tekstbezorgers. Woorden die met dezelfde betekenis zelfs in Van Dale vermeld staan, zoals ‘stramien’, worden niet gewoon herspeld of verklaard worden in de woordenlijst – wat het bewaren van het oorspronkelijke karakter van de tekst zou ten goede komen – maar worden door een ander en gangbaarder woord vertaald (‘stramijn’ wordt hier niet herspeld naar ‘stramien’ maar vertaald door ‘zeef’). Dit bewijst eens te meer dat hertaling van teksten een hoogst precaire aangelegenheid is. De populair-wetenschappelijke opzet van deze tekstuitgave heeft een tekst opgeleverd die historisch noch hedendaags is en die zowel in de keuken als voor wetenschappelijk onderzoek onbruikbaar is.

De hedendaagse bewerking van 30 van de originele recepten die na de tekstuitgave en de verklarende woordenlijst worden gepresenteerd verhelpt dit euvel gedeeltelijk voor de hedendaagse kok. De concordantietabel tussen de kookboeken van Magirus en Scappi, het persoonsnamenregister, de bibliografie en het notenapparaat, biedt dan weer bouwstenen voor een meer wetenschappelijke benadering van de tekst.

Niettemin ontsluit deze uitgave, zij het op een merkwaardige manier, een culinair-historische waardevolle tekst van de zuidelijke Nederlanden. Na Magirus zou het immers tot 1775 duren eer met de Kok-Almanach opnieuw een in het Zuiden geschreven Nederlandstalig kookboek zou worden gedrukt.

[Edward Vanhoutte]


Titel: Lieve schat, wat vind je lekker? Het Koocboec van Antonius Magirus (1612) en de Italiaanse keuken van de renaissance.
Auteur: Jozef Schildermans, Hilde Sels en Marleen Willebrands
Uitgeverij:
Davidsfonds
Jaar: 2007
Collatie: 247 pp. – ill.
ISBN: 978-90-5826-500-5
Kwalitatieve beoordeling: ***
Moeilijkheidsgraad: II

Ook in De Leeswolf, 2008/1

Dina Cheney - Proeven. Fijnproeven met vrienden – Leer je favoriete smaken kennen en beoordelen

Smaak is een flexibele, door waarden gestuurde waarneming. De totale smaak is de som van de smaakverwachting en de fysieke smaak die het beste tot uiting komt bij het blind proeven. De smaakverwachting wordt gestuurd door ons smaakgeheugen waarin alle smaakervaringen worden opgeslagen. Die ervaringen zijn met emoties omgeven. Bij het zien van een product wordt het geheugen geactiveerd en er ontstaat spontaan een smaakverwachting. Daarna volgt de waarneming om het (voor)oordeel te bevestigen of een beetje bij te stellen. Die totale smaak wordt op zijn beurt opgeslagen in de bibliotheek van het smaakgeheugen dat dus dynamisch van aard is.

Beroepsproevers zoals chefkoks, sommeliers, kaasaffineurs, brouwers, koffiebranders of whiskyblenders beschikken over een actief, rijk en absoluut smaakgeheugen dat een uniek referentiekader vormt. Niet-professionele proevers hebben een beperkter en relatief smaakgeheugen dat door veel oefening kan worden getraind. Dat kan bijvoorbeeld in een vergelijkende proeverij of degustatie waarbij verschillende varianten van eenzelfde product worden geproefd en van commentaar worden voorzien. Om tot een gefundeerd smaakoordeel te komen moet de proever in staat zijn om in de diepte te proeven. Dat wil zeggen dat de proever langzaam en op een gestructureerde manier van smaken leert genieten en tot een nauwkeurige analyse van de smaakervaring komt. Met dit boek wil Dina Cheney, freelanceschrijver en gastvrouw van talrijke proeverijen, hierbij een handleiding bieden.

In een eerste hoofdstuk doet Cheney de grondbeginselen van het proeven, diepteproeven en de organisatie van proeverijen uit de doeken. Daarna komen tien hoofdstukken die evenveel producten als voorwerp hebben: wijn, chocolade, kaas, honing, thee, extra ongezuiverde olijfolie, vleeswaren, balsamicoazijn, appelen en bier. De opbouw van de hoofdstukken is telkens dezelfde. Eerst wordt de geschiedenis, origine, het productieproces en de variëteiten van de producten uit de doeken gedaan waarna wordt uitgelegd hoe je het beste verschillende variëteiten aankoopt voor een vergelijkende proeverij. Vervolgens worden er enkele gerechtjes en menu’s gepresenteerd voor bij de proeverij. Daarna volgt een stappenplan voor de organisatie van de proeverij en een chronologie van de verschillende stappen bij het proeven zelf. Een proeverijrooster en een glossarium besluiten elk hoofdstukje.

Dit boek werd met veel zorg, inzicht en kennis samengesteld en is een uitstekende leidraad bij de organisatie van proeverijen. De methodische opbouw biedt een houvast voor de gastheer of gastvrouw die een volledig overzicht krijgt van alle aandachtspunten bij een degustatie.

[Edward Vanhoutte]


Titel: Proeven. Fijnproeven met vrienden – Leer je favoriete smaken kennen en beoordelen.
Auteur: Dina Cheney
Fotografie:
Charles Schiller
Uitgeverij: Lannoo/Spectrum
Jaar: 2007
Collatie: 256 pp. – ill.
ISBN: 978-90-774-4512-9
Kwalitatieve beoordeling: ***
Moeilijkheidsgraad: II

Jan Van Hemeledonck & Christian Denis - Carnet de Cuisine. Christian Denis. Restaurant Clos St. Denis. Streekvers uit Haspengouw.

Voor het vijfde deel van de succesreeks Carnet de Cuisine verdiepte auteur Jan Van Hemeledonck zich in de geschiedenis, de werking en de culinaire principes van toprestaurant Clos St. Denis, waar chef Christian Denis en zijn dochter een transparante keuken voeren. ‘Het is onnodig verwarring te stichten in de mond’ schrijft Denis in zijn inleiding, en hij voegt eraan toe dat het product voor hem heilig is en moet worden gerespecteerd, ‘zowel de typische smaak als de eigen structuur’. Die producten vindt Denis ten overvloede in het Haspengouwse land waar zijn tot klasserestaurant verbouwde kasteelhoeve gevestigd is op een boogscheut van Tongeren, in Vliermaal-Kortessem. Twaalf van die streekproducten worden door Jan Van Hemeledonck in dit boek voorgesteld. Christian Denis ging met die producten aan de slag en bereidde veertig verrassende gerechten waar soms ook de hand van zijn dochter en chef pattisière Véronique in te herkennen is. Negenentwintig basisrecepten vervolledigen dit boek dat met een uitgebreid register op ingrediënt voor de gevorderde amateurkok een ware uitdaging vormt.

Dit boek bevat zeker geen recepten die je dagelijks uitvoert. De basisgedachte is: ‘als je met je genodigden niet naar Clos St. Denis kunt komen, dan komt Clos St. Denis naar jou toe.’ Enige kennis van de keuken is bij het bereiden van deze feestelijke keuken dan ook onontbeerlijk. Toch straalt van elk gerecht een zekere eenvoud af die drie gemeenschappelijke kenmerken vertoont: smaak, geur en presentatie. De fotografie van Philippe Debeerst speelt een centrale rol in dit boek, de recepten zijn immers, zoals in de vorige delen van deze reeks, ingewerkt in de foto’s. De sterrollen in deze recepten zijn niet weggelegd voor deze of gene varieteit van vlees, vis of gevogelte, maar voor bescheiden terroirproducten die het gerecht optillen boven het gemiddelde niveau. Daarbij komen groenten, fruit en drank aan bod. Met grotchampignons bereidt Denis bijvoorbeeld een smaakvolle en uiterst delicate ravioli van paddenstoelen, krokante kalfszwezerik, schalie van Comté en wasabiroom, waarbij krokant, fluweel, zacht, sappig en romig worden gecombineerd tot ultiem mondplezier. Een handelsmerk van Denis, zo blijkt uit de andere recepten. Andere groenten die aan bod komen zijn groene asperges, waterkers van Lauw, kolen en aardappelen. Appelen, peren, en stroop van Vrolingen worden moeiteloos met zoet en hartig gecombineerd, en met rood fruit wordt een nougatine, een macaron en een risotto geparfumeerd met vanille smaakkundig opgesmukt. Zes recepten met jenever, elf waarin witte wijn wordt verwerkt, en zes met bier (waaronder een koekje van bruin bier gecombineerd met sint-jakobsvruchtjes en krokant hoevebiggetje) tonen aan dat ook alcoholische dranken gewaardeerde smaakmakers vormen in een sterrenkeuken. Deze Carnet de Cuisine van Christian Denis is de zoveelste voltreffer van Jan Van Hemeledonck, en een verrijking voor ons culinair cultureel erfgoed.

[Edward Vanhoutte]


Titel: Carnet de Cuisine. Christian Denis. Restaurant Clos St. Denis. Streekvers uit Haspengouw.
Auteur: Jan Van Hemeledonck
Fotografie: Philippe Debeerst
Uitgeverij: Lannoo
Jaar: 2007
Collatie: 174 pp. – ill.
ISBN: 978-90-209-6964-1
Kwalitatieve beoordeling: *****
Moeilijkheidsgraad: III

Ook in De Leeswolf, 2008/2