zondag 31 oktober 2010

Janneke Dröge & Femque van Geffen - Eigen taart is goud waard. 60 recepten voor taartjes

In tijden van communautaire problemen is een uitspraak als ‘Eigen taart is goud waard’ misschien niet zonder gevaar, hier is het heerlijk complexloos de titel van een bakboek.

Eigen taart is goud waard. 60 recepten voor taartjes trekt onmiddellijk de aandacht door de opmerkelijk vrolijke tekeningen van auteurs Janneke Dröge & Femque van Geffen. Deze dames zijn niet aan hun proefstuk toe. Zo ontwierp het Amsterdamse duo al eerder dekbedden, slippers, douchekapjes, eetserviezen en wat nog meer. Aangezien bordjes en plateautjes altijd incompleet blijven tot ze er een lekker gebakje boven uittorenen hebben, kon een bakboek niet langer uitblijven.

In dit taartenboek worden de basisrecepten pas in het laatste hoofdstuk besproken. Vreemd eigenlijk, want slechts als de basisrecepten betrouwbaar zijn, dan pas kan je de ‘aanvullingen’ beoordelen. Het wordt nog vreemder als de titel van dat laatste hoofdstuk ‘Let’s get started’ blijkt te zijn.

Ik begrijp trouwens ook niet goed waarom Dröge en van Geffen het de taartbakkers zo moeilijk willen maken bij de basisbereidingen. Zo doen ze ons een zandtaart bakken zonder water te gebruiken. Pas als de bereiding zonder water al een paar keer mislukt is, staan de dames ons toe om er wat water aan toe te voegen. Om een suikerkorstdeeg blind af te bakken gebruiken ze voorts aluminiumfolie, terwijl dat volgens mij toch nog steeds een redelijk giftig materiaaltje is. En voor de prijs hoef je het bakpapier tegenwoordig ook al niet meer te laten. Vervolgens wordt de banketbakkersroom voor koffiebroodjes op p. 98 nog eens totaal anders bereid dan in het basisrecept voor banketbakkersroom zelf, waarbij het dus aan de lezer zelf is om uit het overaanbod het meest correcte recept te filteren. Blijkbaar heeft dit kookboek weinig basis, althans zonder de lezer mee aan het werk te zetten.

In hoeverre is de inhoud van de recepten eigen vinding? Waarom staat er in het colofon bijvoorbeeld nadrukkelijk vermeld dat de rechten van de receptuur bij Kosmos uitgevers ligt? Zijn de recepten misschien verschenen in een eerdere reeks van de uitgeverij? Als dat zo is, dan verbergen de dames dat met hun charmante concept, waarin je, voor je het goed en wel beseft, met woord en beeld meegesleept wordt.

Daarom over de vormgeving niets dan lof. De roze ruitjes van oma’s tafellaken doen de herinnering aan appelcake verscherpen, en dan bewerkstellig je, zoals de cover van het boek in het vooruitzicht stelt, een meisje met rood uitslaande haren en blozende wangen. Ook de foto’s worden steevast met een schattig klevertje afgebeeld. Andere illustraties zijn evenmin overgestileerd, en met de losse hand geschetst, waarbij er al eens buiten de lijntjes wordt gekleurd.

Is je man weer eens uit huis met die leuke, niet onaardig uitziende – ik wik mijn woorden – collega of heb jij stiekem iets voor je – getrouwde – baas? Ga niet gooien met keukenapparatuur, maar zet je ‘gevoelens’ om in een taartje, koekje, cupcake, meringue of quiche van eigen formaat. Het concept van Blond is ‘onwijs gaaf’ en een must voor al wie houdt van de Amsterdamse stadsheid. Toch heeft dit boek net een foutje teveel om zijn wereldse schoonheid volledig te doen uitkomen. Almost the cherry on my cake.

[Femke Vandevelde]



Titel: Eigen taart is goud waard. 60 recepten voor taartjes
Auteur: Janneke Dröge & Femque van Geffen
Illustraties: Blond Amsterdam
Uitgeverij: Kosmos
Jaar: 2010
Collatie: pp. 144
ISBN: 978-90-215-4829-6
Kwalitatieve beoordeling: ****
Moeilijkheidsgraad: II

donderdag 28 oktober 2010

De Koekjesfee - Koekjes, cupcakes en taarten voor kinderfeestjes

Als het aan De Koekjesfee lag, dan mag de Anglo-Amerikaanse traditie van iced cakes voor elke gelegenheid gerust doorbreken in de lage landen. Sinds jaren runt Karen, de vrouw achter De Koekjesfee, een bedrijfje dat niet alleen een (online) winkel uitbaat waar je naast allerhande bakmaterialen en ingrediënten ook uniek gedecoreerde taarten, koekjes en cupcakes kan bestellen, maar dat ook drukbijgewoonde workshops over decoratietechnieken organiseert. Met de publicatie van een eerste boek Feestelijke taarten, cupcakes & koekjes (Standaard, 2009) boorde De Koekjesfee een nieuwe afzetmarkt aan. Het boek werd een regelrechte bestseller. En nu ligt er dus een tweede boek in de winkel.

In dit tweede boek gaat de Koekjesfee rustig op hetzelfde elan verder. Voor dit boek werden een zestigtal nieuwe ontwerpen gerealiseerd voor versierde koekjes, cupcakes en taarten die dienst kunnen doen op kinderfeestjes. De opbouw van het boek is identiek aan Feestelijke taarten etc., en zelfs enkele basisrecepten zijn dezelfde. Overigens is dit boek helemaal geen bakboek, want de enkele basisrecepten voor koekjes, cupcakes en taarten zijn, nu ja, basisrecepten. De lezer wordt zelfs geadviseerd om taart- en cakemixen uit de supermarkt te gebruiken. De focus van het boek ligt dan ook 100% op de decoraties en de decoratietechnieken.

Wie van tekenen, knutselen en boetseren houdt en zijn of haar talenten wil botvieren op koekjes, cupcakes en taarten zal dit boek zeker weten te waarderen. De uitgewerkte voorbeelden in het boek zijn schattig en van een hoog niveau. Het is dan ook de grote verdienste van dit boek dat de auteur op een overzichtelijke, zij het verbose manier, uitlegt hoe je gietertjes, beertjes, pilootjes, kaboutertjes of zwarte pieten kan boetseren uit suikerpasta of hoe je met gekleurd eiwitglazuur koekjes omtovert in fris gekleurde voetbaltruitjes, hobbelpaardjes, windmolentjes of piratenbootjes. Maar de sterkte van dit boek is meteen ook zijn zwakte. De koekjes met eiwitglazuur zijn zo lekker als het basisrecept van het koekje. De fel met suikerpasta bewerkte, gedrapeerde en gedecoreerde taarten mogen er dan al bijwijlen adembenemend uitzien – vooral voor kinderogen – maar ze zijn helaas niet te vreten. En daar begint en stopt ook mijn kritiek op het boek.

Voor de grote groep koekjes- en taartendecorateurs is dit boek een handzame handleiding en een grote inspiratiebron. In die zin is het een waardige en zeer geslaagde opvolger van Feestelijke taarten, cupcakes & koekjes. Wie daarentegen meer geïnteresseerd is in de smaak dan in het uitzicht van gebakjes allerhande, heeft in dit boek niets te zoeken.

[Edward Vanhoutte]



Titel: Koekjes, cupcakes en taarten voor kinderfeestjes
Auteur: De Koekjesfee
Fotografie: Frank Croes
Uitgeverij: Standaard Uitgeverij
Jaar: 2010
Collatie: 192 pp. – ill.
ISBN: 978-90-02-23953-3
Kwalitatieve beoordeling: ***
Moeilijkheidsgraad: II

maandag 25 oktober 2010

Voorgerechten | Hoofdgerechten | Nagerechten. Inspiraties voor een smaakvol diner.

In deze recensie worden drie boeken gewikt en gewogen voor de leesmoeite van één. Eerlijkheidshalve is dit eigenlijk moeite te veel voor de drie kookboeken Voorgerechten, Hoofdgerechten en Nagerechten onder de reeksnaam Inspiraties voor een smaakvol diner. Hoewel de covers van de boeken er degelijk uitzien, net zoals het papier trouwens stevig in de vingers ligt, zijn ze inhoudelijk weinig waard.

De kookboeken horen duidelijk thuis in de 'Kitchen Classics' serie, al vind je nergens enige verwijzing naar die merknaam terug. Dat ziet de getrainde hobbykok ook aan de pseudowetenschappelijke ‘drie keer getest, en dus goedgekeurd’-keukenproef die zo typerend is voor Kitchen Classics.

Toch hoeft een reeksconcept geen onoverkomelijk probleem op te leveren. Wat wél problematisch is, is dat sommige gerechten gewoon rechtstreeks uit de Kitchen Classics geknipt en zo in de juiste categorie van Inspiraties voor een smaakvol diner geplakt worden. In het boek Nagerechten constateerde ik bijvoorbeeld dat alle gerechten waarbij maar iets van chocolade wordt gebruikt uit het boek Kitchen Classics Chocolade kwamen, in dit geval geflankeerd door precies dezelfde foto. Enkele voorbeelden; de chocolade-rumfondue en de fancy ‘perfect warme chocolademelk’. Net hetzelfde geldt voor Hoofdgerechten en het boek Kitchen Classics Feestrecepten, zo zien we tweemaal precies hetzelfde recept van gepeperde runderfilet met bearnaisesaus opdoemen. Waarom wordt die verwantschap verzwegen? Volgens mij is dit stilzwijgen veel minder onschuldig dan op het eerste gezicht lijkt, en zit er wel degelijk een bewuste verkoopstrategie achter verscholen. Door een ‘best of’ te maken presenteren de gehaaide makers van Inspiraties voor een smaakvol diner hun bundeling als een nieuwe reeks. Gevolg: nietsvermoedend zullen sommige mensen deze boeken kopen, terwijl ze de KC-versie al in hun boekenkast staan hebben.

Als fervent kookboekenlezer heb ik enkele trucjes om kookboeken snel kwalitatief te beoordelen. Eén ervan, is opzoeken hoe je volgens het boek in kwestie mooie soezen maakt. In Nagerechten wordt er lustig gegoocheld met de verhoudingen, waardoor je dus niét de typische krokante en luchtige soezen bekomt. Mijn oordeel komt dus niet minder uit de lucht vallen: als je nog niet weet hoe een goede soezendeeg gemaakt moet worden, hoe kan je dan verwachten dat ik de andere recepten wél vertrouw? Voor een uitgebreide inhoudelijke bespreking van de recepten zou ik de lezer liever doorverwijzen naar mijn recensies van KC in de versie van Feestrecepten en Chocolade. Met het risico mezelf te herhalen, wijs ik nog even op de kern van die besprekingen; de recepten kloppen niet en zijn nooit ‘smaakvol’, laat staan heerlijk.

Als je product er goed uitziet, win je misschien iets sneller mijn vertrouwen. Maar als achteraf blijkt dat dit slechts een omhulsel is om je eigen gebrek aan inspiratie te verbergen, blijft er echter weinig over van die eerste indruk. Voor-, Hoofd en Nagerechten zijn beslist géén nieuwe kookboeken; het zijn bloemlezingen van andere kookboeken, hoewel dat nergens vermeld wordt. De drie boeken worden doelbewust gepresenteerd als delen van een nieuwe reeks boeken met, volgens de inleiding, ‘recepten die iedereen moet hebben’, maar wat als ik ze al heb? Onmiddellijk terug naar de kookboekhandel, met de kassabon in de hand.

[Femke Vandevelde]



Titel: Voorgerechten | Hoofdgerechten | Nagerechten. Inspiraties voor een smaakvol diner.
Auteur: Diverse auteurs
Fotografie: Jared Fowler
Uitgeverij: De Lantaarn
Jaar: 2010
Collatie: 254 pp. – ill.
ISBN: 978-90-5426-528-3 (Voorgerechten)
978-90-5426-529-0 (Hoofdgerechten)
978-90-5426-530-6 (Nagerechten)
Kwalitatieve beoordeling: **
Moeilijkheidsgraad: I

vrijdag 22 oktober 2010

Inge Van de Vyver - Snel en creatief koken voor je gezin

Ik heb nooit onder stoelen of banken gestoken dat Inge Van de Vyver mijn favoriete kandidate was in de editie 2009 van het VTM-programma De beste hobbykok van Vlaanderen. Dit boek toont overtuigend aan waarom.

Inge van de Vyver kookt in dit boek niet voor duur geklede vrienden die exclusieve wijnen degusteren en die zich aan een chique en volgens de etiquette opgemaakte tafel mét linnen servetten, kristal en zilverwerk tegoed doen aan strakke gerechtjes opgetrokken uit upmarket ingrediënten. Van de Vyver kookt in dit boek voor haar gezin en is niet te beroerd om de tomaten niet te ontvellen, een bouillonblokje of kant-en-klaar deeg te gebruiken en dat nog toe te geven ook. Waarachtigheid is een fel ondergewaardeerde eigenschap van de echte kok.

Met een eigen zaak en vier kinderen weet Van de Vyver wat het betekent om een druk huishouden te runnen. Daarbij is gevarieerd, lekker en snel koken essentieel. Met dit boek haalt elk gezin zevenenvijftig eenvoudige recepten in huis waarmee iedereen aan de slag kan.

De recepten in dit boek zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: Broodjes en tussendoortjes, Salades en soepen, Hoofdgerechten en Zoet. Anders dan in andere kookboeken worden de ingrediënten telkens gegeven voor één persoon zodat je makkelijk zelf kan berekenen hoeveel inkopen je moet doen. De receptuur is in een directe, heldere stijl geschreven en is perfect te volgen. Een klein klokje geeft in één oogopslag aan hoelang je voor de bereiding moet uittrekken en hier en daar staat nog een handige tip bij het recept vermeld. De vormgeving van de bladspiegel is overzichtelijk en mooi, en de fotografie van Diane Hendrikx geeft samen met de foodstyling een extra sfeervolle dimensie aan het boek. De foto's (en de recepten) van de hutspot, het zuiders brood of de pizza à la mama of papa, bijvoorbeeld, zouden zo in een boek van Stéphane Reynaud kunnen staan. En daar zit de matte afwerking van het papier ook voor iets tussen. Het boek begint nog met een inleiding en enkele tips van Van de Vyver en besluit met een gemengde index op recepten en hoofdingrediënt.

Op de receptuur is weinig aan te merken, behalve misschien op de toevoeging van suiker bij de tomaten-paprikasoep. Met zelf gegrilde tomaten – toch kinderspel voor wie de techniek onder de knie heeft – hoeft dat helemaal niet en krijgt je soep een nog diepere smaak.

In de laatste fase van de boekproductie is er helaas iets misgegaan: de grootte van het lettertype bij het boodschappenlijstje verschilt nogal eens van recept tot recept, en erg jammer is ook de drukfout bij de zoete of hartige pannenkoeken waarbij de ingrediënten van Quiche met zalm en spinazie zijn afgedrukt. Gelukkig heeft een aandachtige geest dit nog opgemerkt voor het boek werd gedistribueerd, en werden de foute ingrediënten achter een klever met de correcte ingrediënten verstopt.

Inge Van de Vyver presenteert verse en gevarieerde no-nonsense gerechten voor elke dag: snelle bruschetta, maar ook zelfgebakken brood; worstenbroodjes, maar ook cassoulet met worst; toast champignon, maar ook verse aardappelkroketjes en verse fishsticks. Voedzame ingrediënten zoals quinoa, tarwe en zoete aardappel gebruikt ze om extra smaak en textuur te geven aan de gezinsmaaltijd.

Snel en creatief koken voor je gezin is veruit het meest waarachtige kookboek van 2010.

[Edward Vanhoutte]



Titel: Snel en creatief koken voor je gezin
Auteur: Inge Van de Vyver
Fotografie: Diane Hendrikx
Uitgeverij: Luster
Jaar: 2010
Collatie: 144 pp. – ill.
ISBN: 978-94-6058-0444
Kwalitatieve beoordeling: ****
Moeilijkheidsgraad: II

woensdag 20 oktober 2010

Hilde Smeesters - Ketnet kookt 2... de wereld rond. Het supercoole Ketnet-Kook- en Knutselboek

Het supercoole Ketnet-Kookboek heeft er een nieuw broertje bij, namelijk Het supercoole Ketnet-Kook- en Knutselboek. Dit tweede boek in de 'Ketnet kookt' reeks staat weer boordevol kook- en knutseltips voor kinderen vanaf 8 jaar.
Het eerste wat opvalt in de vergelijking van de twee boeken is de toevoeging van het woord 'Knutselboek' in de ondertitel. De boekenmakers wekken hiermee de indruk dat het boek een even groot kook- als knutselaanbod bevat. Maar niets is minder waar. Met evenveel knutselingen, maar vier recepten minder dan in het eerste boek, is de verhouding tussen de twee onderwerpen van dit boek wel wat in evenwicht gebracht (17 uitgewerkte knutselideeën en 36 recepten).

Waar het eerste boek de veertig recepten nog onderverdeelde in klassieke hoofstukjes zoals ontbijtjes, kleine hapjes, grote gerechten, zoetigheden, brood, verjaardagstraktaties en feestrecepten voor Sinterklaas, Halloween, Kerst en Pasen, werd voor dit tweede boek een meer thematische aanpak gekozen. In vijf hoofdstukken worden de vijf continenten voorgesteld door middel van recepten en knutselideeën. Toch werd dit mondiale thema niet consequent doorgetrokken in de uitwerking van het boek. De jonge lezer krijgt geen enkele informatie over de continenten en de landen waaruit de recepten en knutselingen werden gesprokkeld en ook een overzichtelijke wereldkaart waarop de locaties aangeduid zijn, ontbreekt. Nochtans is een dergelijke contextualisering spek voor de bek van het doelpubliek.

Na de obligate inleiding met veiligheidsvoorschriften en wat informatie over vreemde ingrediënten en het gebruikte keukenmateriaal, mogen de Belgische wafels het hoofdstuk over Europa op gang trekken. Van daar gaat het naar Scandinavië – met o.a. Zweedse balletjes –en komen we via de Nederlandse snert in Duitsland, Rusland, Oekraïne, Tsjechië, Italië, Griekenland, Spanje, Turkije (twee recepten), Oostenrijk en Engeland. Op deze reis door Europa zijn twee aanmerkingen te maken. Ten eerste is het gevolgde traject verre van logisch: om van België naar Scandinavië te gaan moet je door Nederland, na Scandinavië kan je direct Duitsland aandoen, om van Tsjechië naar Italië te gaan, passeer je door Oostenrijk enz. Ten tweede is het vreemd dat 'Engeland' wordt gebruikt in de plaats van 'Groot-Brittannïe', en niet 'Holland' in de plaats van 'Nederland'. Als de auteur echt 'Engeland' bedoelt, dan had er evengoed 'Vlaanderen' kunnen staan voor België (hoewel wafels een Brusselse uitvinding zijn). Over de keuze van de landen wordt ook niets gezegd. Waarom bijvoorbeeld Estland of Hongarije ontbreken, toch landen met een zekere culinaire traditie en cultuur, blijft een raadsel. Na Europa worden beide Amerika's (carrot cake, cazuela), Afrika (briouats, mafé)), Azië (koe low kai, pakoras) en Oceanië (sausage roll, anzac biscuits) op een drafje aangedaan. Uit deze vier continenten worden evenveel landen belicht als uit Europa alleen.

De moeilijheidgraad van de recepten varieert van makkelijk over redelijk makkelijk naar niet zo makkelijk en dat wordt met één, twee of drie koksmutsjes aangegeven. De receptuur wordt in goed beheersbare stappen beschreven en het uiteindelijke resultaat wordt aan de hand van een foto geïllustreerd. De recepten worden voorgesteld als de favorieten gerechten van overwegend Belgische kinderen met vreemde roots. Die kinderen worden d.m.v. een beknopte identikit voorgesteld. Daarin is ook plaats geruimd voor wat informatie over het gerecht. De knutselideeën zijn eenvoudig en eenvoudig uit te voeren. Waar de recepten mikken op kinderen vanaf 8 jaar, zijn de knutselingen eerder voor jonge kinderen bedoeld.

Net zoals het eerste Ketnet kookboek is dit een beetje een vreemd boek van een zender die nauwelijks iets met koken doet. Buiten het logo en de doelgroep heeft dit boek dan ook weinig met de kinderzender te maken. Er figureren geen wrappers in en ook de settings hebben niets met televisie te maken. Niettegenstaande al de in deze bespreking opgesomde caveats, biedt dit boek toch een aardige verzameling doe-ideeën voor gretige ketnetters.

[Edward Vanhoutte]


Titel: Ketnet kookt 2... de wereld rond. Het supercoole Ketnet-Kook- en Knutselboek
Auteur: Hilde Smeesters
Fotografie: Heikki Verdurme, Whitespray & Shutterstock
Uitgeverij: Lannoo
Jaar: 2010
Collatie: 128 pp. – ill.
ISBN: 978-90-209-91000
Kwalitatieve beoordeling: ***
Moeilijkheidsgraad: I
Leeftijdsaanduiding: vanaf 8 jaar

maandag 18 oktober 2010

Michel Troisgros & Mitja Tušek - M.T.

Het boek M.T. – dat met zijn bruine kaft en A4-formaat op het eerste gezicht denken doet aan een Moleskine agenda – bestaat uit twee delen. Enerzijds vind je er een reeks kunstwerken van Mitja Tušek in terug. Tussen deze kunstafbeeldingen staan anderzijds verschillende recepten van Michel Troisgros. Daarna stoten we nog op twee essays; ‘Raden naar…’ van Luk Lambrecht en ‘Distant pleasures, immediate thoughts’ van Eric de Chassey. In beide teksten wordt er met geen woord gerept over de recepten, noch over het nut er van. De grootste aandacht wordt besteed aan de analyse van de kunstwerken.

De centrale vraag die de lezer moet beantwoorden wanneer hij dit boek tracht te begrijpen is waarom men kunstwerken en recepturen naast elkaar plaatst. Gaat het in M.T. om de kok als kunstenaar of vormt de kok slechts een onderdeel van ‘de kunst’? Wanneer blijkt dat de kunstenaar Tušek erom bekend staat zaken samen te brengen die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben, ligt het antwoord dan ook niet meer veraf. De combinatie van de prenten en de recepturen vormt bijgevolg één geheel; het kunstwerk an sich.

Tot zover de kunst, over naar de keuken. In het boek staan dus 31 recepten van Michel Troisgros – die trouwens net als Michel Tušek de initialen M.T. draagt – vermeld. Hij is chef en eigenaar van het sterrenrestaurant Maison Troisgros in Roanne. Die sterren werden binnengehaald door diens vader en broer. In 1968 werd het onder hun leiding zelfs uitgeroepen tot beste restaurant ter wereld. Sindsdien hangt er een aura van onaantastbaarheid rond het restaurant. Toch is het echter al lang duidelijk dat Troisgros als huis sinds de prille jaren tachtig geen (moderne) potten meer breekt. Zoals het geval was met de Franse gastronomie is het restaurant in de jaren negentig voorbijgestreefd door de Spaanse, Britse en (jawel) Belgische en Nederlandse gastronomie. Waarna deze landen op hun beurt overvleugeld werden door de Noord-Europese en Japanse keukens. Omdat het eergevoel van de Fransen nu eenmaal een redelijke omvang inneemt, en ze halsstarrig het grootste gastronomische land ter wereld willen blijven, is het geen geheim dat er in Frankrijk nogal kwistig met sterren wordt gestrooid. Zodra gegeven, wordt er ook niet meer aan die hemel getornd.

Laten we voorlopig de sterren staan, over naar de recepten. In het algemeen is er voor de gerechten zeer veel voorbereiding nodig – de o zo typische Franse mise en place. Helaas, nergens vind je uitgesproken sterke smaken, verouderde combinaties des te meer. Wanneer Troisgros dan wél gedurfdere smaakcombinaties opzoekt, vallen deze erg tegen; de knolseldersoep met banaan en de meerzalm met gedroogd fruit sla ik beleefd over.

Op fouten kan je Troisgros echter niet betrappen. Ook de vertaling is goed geredigeerd waardoor de recepten winnen aan praktische uitvoerbaarheid. Het boek is overigens in een Nederlandstalige en een Engelse versie verkrijgbaar.

In tegenstelling tot de experimentele kunst van Tušek komt het eten flauwtjes over. M.T. is een kunstboek van een vernieuwende en gedurfde kunstenaar, met daarnaast ook recepten van een traditionele, maar zoutloze chefkok. De recepten brachten mij niet bepaald in de zevende hemel, en mocht ik het hier op aarde nog aanraden, dan zal het enkel zijn in zijn functie als kunstwerk.

[Femke Vandevelde]


Titel: M.T.
Recepten: Michel Troisgros
Art: Mitja Tušek
Teksten: Luk Lambrecht, Eric de Chassey
Curator: Luk Lambrecht, Koen Leemans
Redactie recepten & vertaling: Edward Vanhoutte
Eindredactie: Mieke Mels
Vormgeving: Luc Derycke
Uitgeverij: bkSM
Jaar: 2010
Collatie: 72 pp.
ISBN: 9789077193280
Kwalitatieve beoordeling: ***
Moeilijkheidsgraad: III

maandag 11 oktober 2010

An Vissers, Christina Van Geel & Ann De Bode - Kooksprookjes

Als Warre Wortel en Benny Banaan een eindje willen varen, dan maken ze een broodbootje waarin ze een zacht dekentje van roze zalm leggen. Met een knapperig blaadje sla als zeil en een anker van mayonaise kiezen ze het ruime sop. Maar o wee! Senne Slak bijt gaatjes in het zeil waardoor ze geen meter meer verder kunnen. Gelukkig helpt de rivier een golfje en komen ze toch nog veilig aan land.

In Kooksprookjes beleven Warre Wortel en Benny Banaan tien gekke avonturen in Kooksprookjesland. In dat gekke land kunnen groenten en fruit praten en bewegen en is Senne Slak de odd one out. Kooksprookjes is een project van Christina Van Geel die in een vorig leven te horen was op Radio 1 (Pili pili, Dito, ...) en reportages maakte voor de digitale cultuurzender Exqi en An Vissers, chef-eigenaar van brasserie Den Amand in Brugge. Vissers verzon recepten op het niveau van kinderen van 4 tot 8 jaar bij de verhalen van Van Geel. Dit project bestaat uit vertel-kookworkshops voor kinderen, een website (www.kooksprookjes.be) en dit boek waarvoor Ann De Bode de illustraties en de grappige figuurtjes in fimoklei maakte.

Het boek bestaat dus uit tien geïllustreerde verhalen. Maar als je het boek omdraait, is het opeens een kookboek geworden met bij elk verhaal een overeenkomstig recept. De recepten worden stap voor stap geïllustreerd met potloodtekeningen en een duidelijke foto toont het te verwachten eindresultaat – alhoewel een ankertje in mayonaise opeens van ketchup blijkt te zijn. De moeilijkheidsgraad, de benodigde tijd en zelfs het budget wordt overzichtelijk aangegeven. Voor geen enkel recept wordt een warmtebron gebruikt, zodat de kinderen, afgezien van het hanteren van een mes, veilig kunnen werken. De auteurs van dit boek zijn overduidelijke fans van het knutselkoken, wat aan het overgrote deel van de recepten te zien is.

Omdat de auteurs groenten en fruit als hoofdpersonages gebruiken, komen ze al gauw in de problemen. Zo smikkelt Benny Banaan van de toverpaddestoel die een hoedje van perzik heeft en een steeltje van... banaan. Op feestjes drinken Kobe Komkommer, Cindy Citroen, Fred Courgette, Simon Sinaas, Ella Erwt, Pamela Peer en Pablo Paprika dan weer aardbeiensap en vruchtenlimonade en eten ze vrolijk olijven, radijsjes en tomaatjes. Wat Truus Tomaat daar zelf van vindt, komen we in dit boekje echter niet te weten.

Koken met kleuters en jonge kinderen is hip. Of spelen met eten de juiste pedagogische insteek is daarbij, valt nog te bezien. Feit is dat de kinderen het zelf in elk geval reuze vinden. Het dubbelconcept Kooksprookjes is als boek in elk geval een geslaagde uitwerking van die filosofie.

[Edward Vanhoutte]


Titel: Kooksprookjes
Auteur: An Vissers & Christina Van Geel
Fotografie: Jo Van de Vijver
Illustraties: Ann De Bode
Uitgeverij: Uitgeverij De Eenhoorn
Jaar: 2010
Collatie: 39 + 25 pp. – ill.
ISBN: 978-90-5838-640-3
Kwalitatieve beoordeling: ***
Moeilijkheidsgraad: I
Leeftijdsaanduiding: 4 tot 8 jaar

woensdag 6 oktober 2010

Tony Le Duc e.a. - Kook Ze! Heet

Mijn heetste ervaring op restaurant – afgezien van het vrouwelijke gezelschap – had ik in Restaurante Tentações de Goa‎ aan de voet van de Castillo de San Jorge in Lissabon. Toen de zweetdruppels al bij het aperitief op mijn voorhoofd parelden en ik angstig de kaart inkeek op zoek naar verkoelende gerechten, verzekerde mijn gastheer, zelf een Goees, mij dat er geen ontkomen aan was en dat het allemaal nog erger zou worden. Naarmate de maaltijd vorderde werden er steeds meer gerechten aangevoerd – het ene al pikanter dan het andere. Ik begon mijn gastheer ervan te verdenken een duivels pact te hebben gesloten met zijn schoonbroer die de keuken bemande. Mijn ademhaling versnelde, mijn hart pompte, mijn tong brandde, tranen rolden over mijn wangen en nu brak mij ook nog eens het angstzweet uit. Mijn hoofd tolde, gesprekken kon ik niet meer volgen, kleuren werden feller, smaken scherper, de Goees lachte, kwelde, bulderde. Hoe lang nog? Hoeveel nog? Dit was een complot, een valstrik, de ultieme gastronomische moord. Het plafond en de muren kwamen op me af, een klap, een lichtflits... en toen zag ik alles glashelder, wist ik feilloos de specerijen te detecteren, en ik ontwaarde de meest diverse specerijen in de gerechten. Ik doorbrak de geluidsmuur van mijn eigen proeven en zweefde op een zalige gastronomische ervaring. Culinaire tantra voor gevorderden.

Niettegenstaande de Goees deze hete gerechten gewoon was, verzekerde hij mij dat ook zijn familie het moest uitzweten. Zoals elke chilispecialisten zal beamen, moet je het eten van pikante gerechten opbouwen. Maar zweten en branden doet iedereen, nog volgens de Goees. Het eten van lokale chilipepers en derivaten is echter niet zonder gevaar. Dat mocht groentenkok Frank Fol ondervinden toen hij op de Olympische Spelen in Beijing op de spoedafdeling terechtkwam met ernstige maagklachten na het verorberen van de lokale heetmaker.

Bij de veertig recepten die in dit nummer van Kook Ze! weer fantastisch in beeld werden gebracht door Tony Le Duc, geeft het aantal chilipepertjes de heetheid van de gerechten aan: van de frisse salade van langoustine met bergamot en sanshopeper van Wouter Van der Vieren van restaurant Clandestino (één pepertje) tot de dodelijk pikante Nigeriaanse peppersoep met de gevreesde Madame Jeanette peper (drie pepertjes). 'Je wordt er licht van in je hoofd' noteert de tekstschrijver van dienst nog, tot het licht uitgaat.
De Kook Ze! bookazines hebben na zes nummers niet alleen een stevige reputatie opgebouwd wat de receptuur en de foodfotografie betreft, maar scheert telkens hoge ogen door de unieke vormgeving – deze keer in latex jasje – en de integratie van een magazine-gedeelte waarin het centrale thema vanuit diverse hoeken wordt belicht. In dit nummer is dat niet anders en weerom wordt de hoge kwaliteit moeiteloos gehaald. Hiervoor brengt Le Duc weer een horde foodauteurs in stelling. In het openingsstuk beschrijft Marc Declercq kort de geschiedenis van capsaïcïne houdende pepers en noteert hij de voor- en de nadelen van het (overdadige) gebruik ervan. De 'Tips om pikante avonturen te overleven' met bijhorende schaal van Scoville kunnen je algemene gezondheid en je smaakpapillen in het bijzonder redden. Een andere connotatie van 'heet' snijdt Jan Scheidtweiler aan in zijn onthullend stuk over de mythe van het afrodisiacum en de economie die op deze mythe is gebouwd. Felic Wilbrink herinnert zich een hete avond in Brighton en Willem Asaert schrijft een lofzang op de peperkorrel en verguist de pseudo-peper. Reisjournaliste Debbie Pappyn neemt de lezer mee op een wereldreis met acht bestemmingen. Bart Moeyaert schreef met 'Hm' het kortverhaal van deze aflevering en de column van Agnes Goyvaerts krijg je er als uitsmijter bij. Fotogalerijen zijn er deze keer van Michel Vaerewijck en Jean Van Cleemput die in de foto's uit het boek Beluga kitch, naakt en lekkere zeebeesten combineert.

Kook Ze! Heet is het zesde argument op rij om onmiddellijk een abonnement te nemen op de volgende jaargang van dit unieke boekconcept. Zelf de meest kritische geest moet het toegeven: Minestrone is hot! Vier pepers op de schaal van Le Duc.

[Edward Vanhoutte]



Titel: Kook Ze! Heet
Auteur: Daphne Aalders, Willem Asaert, Marc Declercq, Veerle De Pooter, Agnes Goyvaerts, Bart Moeyaert, Debbie Pappyn, Jan Scheidtweiler & Felix Wilbrink.
Recepten: Daphne Aalders, Willem Asaert, Blue Elephant, Veerle De Pooter, Sergio Herman, La Porte des Indes, Dominique Persoone, Jon Sistermans, Benoït Strowel, Wouter Van der Vieren & Pieter Van Doveren
Fotografie: Tony Le Duc, Michel Vaerenwijck & Jean Van Cleemput
Illustraties: Jan Bosschaert & Klaas Verplancke
Uitgeverij: Minestrone
Jaar: 2010
Collatie: 176 pp. – ill.
ISBN: 978-94-90028-12-1
Kwalitatieve beoordeling: ****
Moeilijkheidsgraad: II

maandag 4 oktober 2010

Loes Janssen Miraglia - Sicilicious. Een culinaire ontdekkingsreis door Sicilië

Sicilious. Een culinaire ontdekkingsreis door Sicilië is een kookboek van een Nederlandse die met een Siciliaan gehuwd is, zo leren we uit de inleiding. Loes Janssen Miraglia doorspekt die inleiding met historische feiten, op hun beurt onderbroken door quotes van Goethe, Homerus, Ovidius, ... Ook de Siciliaanse keuken bevat namelijk al 25 eeuwen wijsheid. Het is best een gedurfde aanpak om eerst een culinaire geschiedenis neer te schrijven voor je je gerechten ‘weggeeft’. Geef toe: een hoofdstuk over groenten openen met 17 regels Pythagoras… het is beslist anders dan voor de zoveelste keer te moeten lezen hoeveel vitaminen spinazie bevat. En die aanpak die bovendien niet echt onverstandig is. Immers; zo krijgt de lezer al meer voeling met het eten dat volgt.
Na de geschiedenis omschrijft Miraglia de ‘onmisbare ingrediënten’ van een Siciliaanse keuken, die naast olijfolie en kruiden ondermeer citrusvruchten en kappertjes bevat. Vervolgens is er een uitgebreid hoofdstuk opgenomen over de Siciliaanse wijnen, waarbij de typische ondergrond en de druivensoorten worden besproken door sommelier Sebastiano Grasso. Pas vanaf hoofdstuk 4 vinden we de echte gerechten terug. Achtereenvolgens worden de thema’s antipasti, riso e zuppa, pasta, pesce, carne, verdure, contorni en dolci van gerechten voorzien. Zoals al duidelijk werd is dit kookboek groots opgevat. Miraglia heeft Sicilië – kleine uithoekjes en grote steden werden zonder onderscheid aangedaan – doorkruist op zoek naar zowel authentieke als ultramoderne gerechten. Moeilijk kiezen tussen een klassieker als gelatina di maiale (de siciliaanse tegenhanger van Gentsche uufflakke) of een moderne risotto van aardbeien (dat als voorgerecht dient gegeten te worden). Naast elk recept wordt vermeld uit wiens koker het de pan in is beland, gaande van ‘nonna tina’ (in het geval van de limoncello) tot schoonmoeder Tina Grasso (in het geval van de risotto).

Vermeldenswaardig in dit boek is de rol van de auteur. Anders dan in de meerderheid van de kookboeken is de auteur hier niét de kok die de recepten uitvindt, maar degene die aandachtig luistert naar de culinaire familiehoofden, die gerechten vervolgens neerschrijft en daarnaast nog eens het fototoestel ter hand neemt.

Miraglia is een gepassioneerde archivaris van het culinaire erfgoed van Sicilië. Haar functie breekt met de zure blikken die je van andere archivarissen toegeworpen krijgt in bijvoorbeeld de Koninklijke Bibliotheek in Brussel. Terwijl de insteek wél dezelfde is: uit honger naar wat de generaties voor jou hebben gedaan, stoffige kelders uitspitten. Hoewel Miraglia altijd haar bescheidenheid aan de dag legt, kan ik zeggen wat zij niet durft uit te spreken. Ze heeft wel degelijk het ultieme Siciliaanse boek gemaakt, aangezien de recepten ondersteund en dus versterkt worden met cultuurhistorische en mythologische weetjes. Ik weet food for the mind wel te smaken, en u?

[Femke Vandevelde]



Titel: Sicilicious. Een culinaire ontdekkingsreis door Sicilië
Auteur: Loes Janssen Miraglia
Fotografie: Loes Janssen Miraglia
Uitgeverij: Karakter
Jaar: 2010
Collatie: 240 pp. – ill.
ISBN: 9789061129387
Kwalitatieve beoordeling: ****
Moeilijkheidsgraad: II

vrijdag 1 oktober 2010

Reader’s Digest - Gezond & lekker buiten koken

Het is weer voorbij die mooie zomer; gedaan met kookpartijen in de buitenlucht. Op een goede zomeravond hebben Reader’s Digest en tv-programma Camping life de handen in elkaar geslaan om een handleiding tot het buitenhuis koken uit te geven – mét behulp van lukraak verzamelde recepten. Nu de zon ook hier definitief is verdwenen, is de tijd aangebroken om op Gezond & lekker buiten koken te reflecteren.

Het boek zet qua look niet meteen aan tot een grote eetlust: de kleuren doen pijn aan de ogen, het lettertype is duf en de fotografie is al even gedateerd. Reeds na vijf minuten besefte ik dat het zeer onpraktisch is om het kookboek te doorbladeren. Voordeel is dan wel weer de harde, doorschijnende plastic kaft, waardoor het boek waterbestendig is, ook geen onbelangrijk detail, me dunkt.

Het concept ‘buiten koken’ resulteerde in een boek ‘koken op een gasvuur ergens in een open veld’. Maar wat dat verschilt van koken op een gasvuur in je keuken, is mij niet helemaal duidelijk. Ook klopt het concept gewoon niet, heel veel van de dingen die in dit kookboek vermeld staan zijn onmogelijk buiten klaar te maken. Hoe je bijvoorbeeld ijs bereidt in een veldkeuken is ’s werelds best bewaarde geheim. In een ander geval wordt er een taartje bereid met een crème van mango – bestaande uit geplette mango met plattekaas. Volgens dit boek kan je de mango met een gewone vork pletten. Maar als je niet luistert naar de naam Freddy De Kerpel, moet je helaas de hulp van een keukenrobot inroepen.

De gaartijden kloppen ook niet altijd. Dat is natuurlijk moeilijk aangezien er meestal wordt uitgegaan van een bbq, en een toestel dat in verschillende maten en gewichten bestaat. Toch kloppen enkele basiszaken niet. Ossenhaasporties van 150 gr. moeten volgens dit boek slechts 3 min. per zijde op de bbq liggen om saignant te zijn. Helaas is het vlees dan nog koud. Bovendien moet je er rekening mee houden dat door het buitenweer de warmte veel sneller wegtrekt. Zwaardvisspiesen van 20 gr. verblijven dan weer veel te lang – 8 tot 10 min. – op de bbq, terwijl zwaardvis net als tonijn ‘bleu’ gegeten wordt. Ook haalt men eerst het vel van de eend alvorens het te bakken, terwijl net het vel de lekkere smaak geeft. Op de bbq kan de rook zelfs nog een extra touch zijn voor de eendbereiding.

De smaakcombinaties zijn soms zeer absurd: zo wordt zalm gecombineerd met mangosaus, waaraan roze peper en koriander wordt toegevoegd, om dan afgewerkt te worden met nieuwe aardappelen en waterkers.

Als ik al een buitenmens ben, dan ga ik liever aperitieven in buitenlucht dan ik me een maaltijd uit dit boek bereid.

[Femke Vandevelde]



Titel: Gezond & lekker buiten koken
Auteur: Reader’s Digest
Vormgeving: Combimuller
Uitgeverij: The Reader’s Digest BV
Jaar: 2010
Collatie: 144 pp. – ill.
ISBN: 9789064078934
Kwalitatieve beoordeling: **
Moeilijkheidsgraad: I

woensdag 29 september 2010

Hans den Engelsen - Het gouden saladeboek


Hans den Engelsen, chef-eigenaar van 't Raedhuys in Duiven, bewees eerder al met Asperges. Het witte goud (De Lantaarn 2010), Het gouden tapasboek (De Lantaarn, 2008) en Het gouden amuseboek (De Lantaarn, 2008) dat hij het schrijven van kookboeken onder de knie heeft. Een selectie van de recepten uit die laatste twee boeken werden als Amuses. De lekkerste voorafjes (De Lantaarn, 2009) en Tapas. Het heerlijke Spaanse leven (De Lantaarn, 2009) ook aangeboden in een zogenaamde boekbox. Daarbij werd telkens een klein boekje samen met vier amuselepels of tapasvorkjes in een aantrekkelijk geprijsde doos aangeboden. Of dit met Het gouden saladeboek het geval zal zijn, hangt waarschijnlijk af van de invallen van de uitgever. Vier slakommetjes verpakken wat moeilijk in een doos, een saladebestek kan nog net.

De vormgeving van dit boek is volledig conform de reeks, waardoor waardoor het voor de uitgever op termijn een kleine moeten wordt om een 'Gouden' verzamelwerk op de markt te brengen. Inmiddels verschenen al negen delen in de reeks, dus een gevarieerd aanbod aan recepten is al voorhanden.

Ook dit boek bevat een gevarieerde verzameling van recepten waarbij de definitie van wat een salade nu werkelijk is, alleen maar diffuser wordt. Na lezing van dit boek houd ik het op 'een gehusseld gerecht van groenten, vlees, vis, fruit of een combinatie ervan die zowel als hoofd- en als bijgerecht kan worden geserveerd.'

In vijf hoofdstukken presenteert Den Engelsen zeveneveertig recepten die via de index makkelijk terug te vinden zijn. Omdat de hoofdingrediënten meestal ook in de naam van het gerecht worden vernoemd, en de verschillende ingrediënten uit de receptennaam in de index worden geordend, levert deze index een goede toegang op het boek. Nog beter was het natuurlijk geweest als er ook in index op (hoofd)ingrediënten was opgenomen zodat het ook als 'ik-heb-nog-wat-in-mijn-koelkast-en-ik-wil-een-salade-maken boek' had kunnen functioneren. Maar zoals gezegd, de huidige index komt aardig in de buurt.

De vijf hoofdstukken behandelen achtereenvolgens zowel koude als warme salades met groenten, met vlees en met vis, maaltijdsalades en salades met fruit. Den Engelsen kent zijn klassiekers en zijn versies van salade niçoise, Russische salade, huzarensalade of Waldorfsalade passeren dan ook de revue, evenals op het eerste gezicht minder evidente combinaties. Ik vernoem alleen maar de Bretonse salade met witte bonen en oester, bloemkoolsalade met gerookte zalm en salade van gerookte eendenborst met babymaïs. Echt total loss gaat Den Engelsen echter nergens. Het blijft al bij al binnen de grenzen van de klassieke keuken. Dit geeft ook meteen als voordeel dat alle salades lekker doenbaar blijven en dat alle gebruikte ingrediënten, naargelang het seizoen, makkelijk te verkrijgen zijn.

In Het gouden saladeboek presenteert Hans den Engelsen een gevarieerd aanbod aan salades waarbij het product en de eenvoud centraal staan. Uitermate geschikt voor wie de zomer drie vierden van het jaar mist.

[Edward Vanhoutte]



Titel: Het gouden saladeboek
Auteur: Hans den Engelsen
Fotografie: Wim Hanenberg, Zwiet-art, Shutterstock
Uitgeverij: De Lantaarn
Jaar: 2010
Collatie: 120 pp. – ill.
ISBN: 978-90-5426-597-9
Kwalitatieve beoordeling: ***
Moeilijkheidsgraad: II

maandag 27 september 2010

Jane Lawson - Sneeuwvlokken en haardvuur

De Belgische weersomstandigheden zetten meestal al rond de nazomer aan tot winterkost. Wie had durven denken dat ook Jane Lawson, een auteur uit het zonovergoten Australië, zo naar winterse gerechten verlangt? De cover en de illustraties van Sneeuwvlokken en haardvuur verraadt de sfeer van het boek: taferelen met hertenkoppen, geweien en wandelstokken ademen een dermate winterse sfeer uit dat je instant een warm fleecedekentje nodig hebt. Gelukkig staan er volgens de ondertitel 115 hartverwarmende gerechten in het boek.

De vier hoofdstukken waaruit dit boek bestaat dragen de volgende titels: ‘Brrr koud buiten!’, ‘Door en door warm’, ‘Bont en diamanten’ en ‘Dreaming of a white Christmas’. Deze passen perfect op het hoesje van een haardvuurdvd, of in een andere geval; songtitels van een Vlaamse a-capellaband. Los van deze merkwaardigheid, zijn de gerechten echt goed. De gerechten hebben trouwens zelfs een persoonlijke en vernieuwende toets. Of het nu gaat om een ouderwetse zelfgemaakte bitterbal, borsjt met mierikswortelroom of rozijnen-biercake met walnootkruimels, zo goed als alles deed mij instant watertanden. Mede door onze onbekendheid met de Russische en Oost-Europese keuken zijn heel veel gerechten verrassend. Voor het overige zijn de invloeden uit Noord- en Zuid-Europa afkomstig. Bovendien merken we zowel qua originaliteit en presentatie veel invloeden uit de moderne West-Europese sterrengastronomie. De creativiteit komt het best tot uiting in de overheerlijke desserts. Een voorbeeld: appeloliebollen met karnemelk-nootmuskaatijs. Zoet, zuur, bitter, kruidig, fruitig, fris én alcoholisch op één bord, gaande van uiterst eenvoudig tot gecompliceerd, al deze aroma’s maken dit gerecht tot een waar feest.

Prachtig zijn de twee foto’s waarmee het boek eindigt en afsluit: een spierwitte tafel, in het eerste geval mooi versierd en met op elke zitplaats een gevuld bord, in het tweede geval zijn alle borden leeggegeten en ligt de tafel erbij alsof er net een atoombom op gevallen is. De perfect uitgelichte foodfoto’s worden evenwichtig afgewisseld met sfeerfoto’s, iets wat het kookboek ook tot een lifestyleboek maakt. Ook de uitvoering – helder witte hardback, glanzend papier, mooi lettertype – sluit bij dit concept aan.

Enkel het gegeven dat een wit boek snel vuil wordt in een keuken is een beetje spijtig. En het zal vuil worden, want er staan zoveel goede gerechten in dat ik het de komende winter meermaals vanuit mijn boekenkast naar mijn keuken zal versleuren. Laat de korte dagen en de lange nachten maar komen. Op een echte winteravond kan je vanaf vijf tot tien best wat eten, iets beters is er toch niet te doen.

[Femke Vandevelde]



Titel: Sneeuwvlokken en haardvuur
Auteur: Jane Lawson
Illustraties: Teo van Gerwen Design, Waalre
Uitgeverij: Unieboek
Jaar: 2009
Collatie: 287 pp.
ISBN: 9789047510208
Kwalitatieve beoordeling: ****
Moeilijkheidsgraad: II

vrijdag 24 september 2010

Willem Asaert, Marc Declercq, Toni De Coninck, Guido Francque - Food & Wine

In een recent interview met een populair weekblad adviseerde grumpy old man Herwig Van Hove alle restaurateurs om hun sommeliers aan de deur te zetten en hun klanten goede wijnen aan te bieden die algemeen in de supermarkt te verkrijgen zijn. Volgens Van Hove zijn de voordelen legio: men bespaart op personeelskosten en men wint het vertrouwen van de klant die niet alleen een correcte prijszetting zal weten te appreciëren – de prijzen zijn te controleren in de supermarkten – maar die zich graag ook graag laten verrassen door een lekker wijntje dat ook door particulieren kan worden aangekocht. Tachtig procent van de wijnen wordt in Vlaanderen immers via de supermarkt verhandeld. Daartegenover staat de sommelier die met een beetje moeite wel enkele kleine wijnhuizen vindt die exclusief aan hem of haar willen leveren met als gevolg dat restaurants, onafhankelijk van de kwaliteit van de wijn, zelf hun prijs bepalen. Horecamensen die niet zoveel tijd en energie willen investeren kunnen daarnaast ook nog terecht bij speciaalleveranciers die enkel aan horeca leveren tegen prijzen die nooit aan particulieren openbaar worden gemaakt. Zelfs Colruyt doet hieraan mee.

Voor de sommeliers die meewerkten aan dit boek Food & Wine – en die overigens nergens worden vermeld – was de vlotte beschikbaarheid van de gesuggereerde wijnen, conform de beroepseer, geen criterium. Met behulp van de vlot leesbare ‘handleiding’ aan het begin van het boek kan een beetje wijnstudax wel alternatieve wijnen vinden in het toegankelijke wijnaanbod, maar voor de novice is het een quasi ondoenbare zaak om de wijnsuggesties bij elk opgenomen recept na te volgen.

De recepten zijn van de hand van vijftien chefs van wie de acht meest mediagenieke hun naam op de cover van het boek terugvinden. Die acht worden aangevoerd door driesterrenchefs Peter Goossens, Sergio Herman en Jonnie Boer die sowieso garant staan voor een goede verkoop. Nochtans wordt de potentiële koper hiermee op het verkeerde been gezet, want het boek biedt geen enkel instrument om te weten te komen welk recept van wie is. Wie dat graag wil weten, moet zich wenden tot de vijf boeken die aan de basis liggen van deze ‘best of’ compilatie: Groenten&Wijn (Lannoo, 2002) met recepten van Frank Fol, Kaas&Wijn (Lannoo, 2003) met recepten van Peter Goossens, Jonnie Boer en Jacques Thorel, Vis&Wijn (Lannoo, 2004) met recepten van Sergio Herman en Wim Vandamme – in 2007 heruitgegeven onder de titel Vis in de pan – Vlees&Wijn (Lannoo, 2006) met recepten van Johan Segers en Lucas Rive en Desserts&Wijn (Lannoo, 2008) met recepten van Ann en Els Decoen, Pierre Marcolini, Gunther van Essche, Philippe Vandecappelle, Thierry Wynant, Adriaan van Haarlem, Jeroen Goossens, Christophe Michalak, Arnaud Larher, en Roger van Damme.

Naast een keuze van drieënzestig toprecepten uit de vijf vermelde boeken, werden in deze verzamelaar ook de informatieve gedeeltes overgenomen. Voor het hoofdstuk Groenten & Wijn zijn dat Frank Fols 15 kooktechnieken, bij Vis & Wijn zijn dat Marc Declercqs uitvoerige beschrijvingen van 26 van de oorspronkelijk 30 vissen en schelpdieren, bij Vlees & Wijn zijn dat de besprekingen van de rassen, herkomst en versnijdingen van rund, kalf, varken en lam, bij Desserst & Wijn zijn dat de basisrecepten en bij Kaas & Wijn zijn dat 32 beschrijvingen van kazen en kaasjes. Hierdoor krijgt dit boek een licht encyclopedisch, zij het eclectisch, karakter dat menig hobbykok aanspreekt. De teksten, foto’s, recepten, samenstelling en redactie zijn identiek aan die van de vijf basisboeken, wat een kwaliteitsgarantie is. Niet voor niets kreeg deze reeks en enkele afzonderlijke boeken prestigieuze prijzen voor kookboeken.

Wie de originele reeks ‘&Wijn’ gemist heeft, kan met Food & Wine zijn achterstand inhalen. In een lijvig boekwerk worden recepten van topchefs omkaderd met teksten van het kruim van culinair schrijvend Vlaanderen en met foto’s van Tony Le Duc en Frank Croes, op zichzelf al kwaliteitslabels. Wie de oorspronkelijke reeks echter al op de boekenplank heeft staan, vindt in Food & Wine niets nieuws. En dat is jammer, want een extra register op chefs, wijnsuggesties, of ingrediënten was beslist een meerwaarde geweest.

[Edward Vanhoutte]



Titel: Food & Wine
Auteur: Willem Asaert, Marc Declercq, Toni De Coninck, Guido Francque
Fotografie: Frank Croes, Tony Le Duc
Recepten: Jonnie Boer, Ann & Els Decoen, Frank Fol, Jeroen Goossens, Peter Goossens, Sergio Herman, Christophe Michalak, Lucas Rive, Jacques Thorel, Johan Segers, Wim Vandamme, Philippe Vandecapelle, Michel Van Tricht, Thierry Wynant
Uitgeverij: Lannoo
Jaar: 2010
Collatie: 351 pp. – ill.
ISBN: 978-90-209-8802-4
Kwalitatieve beoordeling: ****
Moeilijkheidsgraad: II

woensdag 22 september 2010

Hubert van Herreweghen - Geuze en Humanisme

In juni 1955 vergastte Hubert Van Herreweghen de toehoorders van de Vlaamse Club voor Kunst, Wetenschap en Letteren in Brussel op een causerie met de ronkende titel Geuze en Humanisme. De neerslag van deze lezing werd verlucht met pentekeningen van Maurits van Saene en op Nieuwjaarsdag 1966 aangeboden aan de leden van de Vlaamse Club. De volledige oplage van 400 exemplaren was in geen tijd de deur uit en sindsdien is deze plaquette ook antiquarisch, quasi onvindbaar. Naar aanleiding van de negentigste verjaardag van de dichter, en profiterend van de revival en het succes van gastronomische streekproducten, verzorgde Uitgeverij P met steun van de provincie Vlaams-Brabant deze anastatische herdruk van het origineel.

In Geuze en Humanisme geeft Van Herreweghen de lezer zijn ‘zelfgenoegzame beschouwingen over de voortreffelijkheid van het bier van Brussel en Brabant en van de mensen die het drinken’ aldus de ondertitel. De aangekondigde zelfgenoegzaamheid spat al van de aanhef waarin Van Herreweghen de Rotterdamse humanist Erasmus begroet als ‘grote Anderlechtenaar’. Nu is Erasmus natuurlijk net zo min Anderlechtenaar als de geuze in mijn kelder van Antwerpen zou zijn, maar Van Herreweghen geeft aan het einde van zijn aanhef toe dat hij Erasmus louter ter sprake bracht ‘om de indrukwekkende titel van deze voordracht enigszins te verrechtvaardigen.’

In een dertigtal typografisch fraai vormgegeven bladzijden met veel witruimte vergast Van Herreweghen de lezer op verhalen rond de ethymologie van het woord geuze en op kennis over het brouwproces waarbij de unieke wilde gisting die alleen ten zuidwesten van Brussel mogelijk is, een centrale plaats inneemt. Het is in deze bladzijden dat de tekst enige literaire allures krijgt, wanneer Van Herreweghen de lambiek hoort piepen gelijk een nest jonge muizen en bedenkt ‘hoe goed en gewillig en dienstvaardig die natuurkrachten liggen te woelen en te wroeten om de deugd boven het bederf te doen zegevieren, om de krachten van het goede de bacteriën van rotheid en kwaad te laten verslaan, en om, bij de opstanding uit de kelder, aan de dankbare mens vreugde en perfectie van smaak te bezorgen.’ (p. 21-22)

Zoals het bij een goed bier past, worden ook de vermoedelijke medicinale krachten niet onbesproken gelaten. Sterker nog dan Jan De Wilde die ooit zong: ‘En de Guize dein hei vuile bruekes’ leven gesauveid.’ (En de geuze heeft veel broertjes het leven gered.), laat Van Herreweghen een stervende boer die enkel nog geuze binnenhoudt zowaar uit de dood opstaan.

Van Herreweghen besluit zijn causerie met een enkele verzen van Jan Van Nijlen en Jan Greshoff waaraan hij een eigen ‘Litanie van de Schone Uithangborden’ toevoegt. Zelfgenoegzaam voegt hij eraan toe ‘Is dat niet vele klassieke en expressionistische verzen waard?’

Op het einde van deze korte tekst komt de aap echter uit de mouw. Al het voorgaande was slechts een uitvoerige inleiding, een uitstel op het proeven en drinken van de geuze zelf. Wie dit boekje ter hand neemt, doet er dus goed aan ook een geuze klaar te zetten.

Geuze en Humanisme is geen groot literair moment in het oeuvre van Van Herreweghen, maar vooral een hebbedingetje, een kleinood, een troost voor wie geen origineel exemplaar heeft kunnen bemachtigen. Meer dan een zachtkabbelende causerie die meandert van weetje naar anekdote is het echter niet. Een leuk tussendoortje van een overigens ferm dichter.

[Edward Vanhoutte]



Titel: Geuze en Humanisme
Auteur: Hubert van Herreweghen
Illustraties: Maurits van Saene
Uitgeverij: P
Jaar: 1955/2010
Collatie: 40 pp. – ill.
ISBN: 978-94-77757-19-2
Kwalitatieve beoordeling: ***
Moeilijkheidsgraad: II

maandag 20 september 2010

Pascale Naessens - Mijn pure keuken: volop genieten en toch slank

Je bent ‘internationaal model’ af, en je journalistiek aangelegde man heeft voelsprieten met allerhande mediakanalen, logisch gevolg: een nieuw kookboek met als titel Mijn pure keuken. Veel mensen kunnen lekker koken, veel minder mensen zijn goede koks. Het is een beetje alsof iedereen die een sjaal kan breien opeens een eigen kledinglijn zou ontwerpen.

Maar willen deze voornoemde feiten zeggen dat Pascale Naessens een slecht boek heeft gemaakt? Helemaal niet. Het zou zelfs een moeilijke opdracht zijn, te weten dat ze een topfotograaf als Heikki Verdurme tot haar beschikking had. En dat ze, nog voor ze ooit een letter op papier had gezet, verzekerd was van een heuse mediacampagne. Het boek zelf. Na een woord vooraf door Piet Huysentruyt, die zijn wierook ook niet in de soep liet vallen, word je ingeleid in de ‘pure’ theorie van Naessens. Zij volgt grotendeels de ideeën van de net overleden Montignac, namelijk dat je geen zetmeel met vetten of eiwitten mag combineren. Daardoor verklaart ze ook het gebrek aan desserts. Maar vanuit deze theorie kan je dus wél desserts maken, zolang je maar geen zetmeel gebruikt. Jammer dat ze op dit terrein niet geëxperimenteerd heeft, daar had de meerwaarde van het boek kunnen liggen.

Wat er ook van zij, Naessens kan wel degelijk koken: de combinaties zijn juist doch eenvoudig. De gerechten zijn grotendeels mediterraan geïnspireerd, gaande van hapjes over salades tot vlees, visgerechten en vegetarische schotels. Opvallend is dat er zeer veel vis geserveerd wordt – Naessens heeft dan ook jaren met manlief Paul Jambers doorgebracht op een zeiljacht – een woelige onderneming, die dan ook resulteerde in diverse producten.

Hoewel het boek voorgesteld wordt als een dieetboek, is dat eigenlijk helemaal niet het geval. Naessens werkt enkel in een vrij magere keuken in het opzicht dat er zoveel mogelijk wordt gebakken in plantaardige oliën. Volgens haar filosofie mag je dan ook gerust genieten van een hapje gegrilde sprot met mayonaise of van een geitenkaasbolletje afgewerkt met kruiden. Verademend! Maar dieetwaardig? Nou, niet echt.

Andere gerechten zijn bij de haren getrokken. Wie koopt nu een kookboek om ‘uitgelegd’ te worden hoe je een carpaccio van tomaat bereidt? Gelukkig hebben de meeste gerechten een betere bestaansreden. Dan heb ik het bijvoorbeeld over kabeljauw met dikke erwtensoep en groene curry. Allemaal even foutloos beschreven, al moet je je de intrareceptuele tekstjes à la ‘de liefde van Paul gaat door de maag’ laten welgevallen.

De fotografie stuwt dit gemiddeld boek naar een hoger niveau. Hoewel Heikki Verdurme waarschijnlijk contractueel verplicht was om naast Paul Jambers, ook Luk Alloo op beeld vast te leggen, zijn de foto’s robuust en intiem.

Naessens is een hobbykok die het succes van haar kookboek niet volledig op eigen conto kan schrijven. Laten we hopen dat ze pas een nieuw kookboek uitbrengt als ze echt een muurvast concept heeft dat de tand des tijds kan doorstaan. Niet als ze wil uitpakken met de receptjes waarmee ze de aandacht trekt van Paul Jambers. Al weet net die man wat verkoopt. Ziedaar de zesde druk van Mijn pure keuken.

[Femke Vandevelde]



Titel: Mijn pure keuken: volop genieten en toch slank
Auteur: Pascale Naessens
Fotografie: Heikki Verdurme
Uitgeverij: Houtekiet / Linkeroever uitgevers
Jaar: 2010
Collatie: 192 pp.
ISBN: 9789057203466
Kwalitatieve beoordeling: ***
Moeilijkheidsgraad: II