woensdag 9 december 2009

Hugh Johnson - Hugh Johnson’s Wijngids 2010

Je mag er donder op zeggen dat veel wijnliefhebbers en –kenners zich vroeger meermaals in de toiletten van één of ander restaurant hebben verschanst om stiekem Hugh Johnson’s Wijnwijzer te raadplegen om dan als volleerde sommeliers het gezelschap aan tafel te verbazen met hun net opgedane kennis. Eind jaren 1970 was dat nog mogelijk, want het lange rode boekje paste met zijn 144 pagina’s perfect in je binnenzak. Anno 2009 is dat wat minder evident, tenzij je over wel erg ruime kledij beschikt of met je tas gaat toiletteren. De 27ste editie van Hugh Johnson’s Wijngids telt ondertussen al 427 pagina’s en weegt meer dan een halve kilo.

Hugh Johnson is zowat de best verkopende wijnauteur ter wereld en is een hevig opponent van het kritisch analyseren en het numeriek quoteren van wijn. In zijn autobiografie Wine: A Life Uncorked (2006) uit hij bijvoorbeeld felle kritiek op de praktijken van wijncriticus Robert Parker die zijn invloed aanwendt bij de wijnhuizen om smaken bij te sturen naar wat hijzelf het lekkerst vindt. Johnson is meer de man van de registratie, de informatie en de soms sensuele beschrijvingen. Hij stipt voortdurend aan dat smaak iets persoonlijks is. Daarom vindt de lezer in deze Wijngids 2010 – net als in alle voorgaande edities – geen rangschikking van wijnen. Johnson geeft wel mee welke wijnen hij het afgelopen jaar met uitzonderlijk genoegen heeft gedronken wat een catalogus van zijn persoonlijke smaakherinneringen oplevert, maar schuwt ervoor dit te promoveren tot een lijst van 'de 200 beste wijnen van de wereld '. Het sterrensysteem dat in deze wijngids wordt gebruikt duidt enkel op de reputatie van de wijn die wordt weerspiegeld in de prijs: één ster betekent dat het een eenvoudige alledaagse wijn betreft terwijl de wijnen met vier sterren groot, prestigieus en duur zijn.

Vooraleer Johnson de bespreking van de wijnen per land aanvat, schrijft hij eerst over de oogsten van 2008 en 2007 en geeft hij overzichten van de nieuwe en bijna nieuwe merken op de markt en van de druivenrassen voor rode en witte wijn. Extra handig voor de foodie zijn de zestien adviespagina’s over wijn en spijs waarin Johnson passende wijnen suggereert bij veelvoorkomende gerechten en ingrediënten waaronder ook gehaktballen, frankfurters, boudin noir en haggis. Andersom somt hij ook enkele klassieke gerechten op bij bijzonderen wijnen. Uit dit hoofsdtuk onthouden we vooral dat pinda’s dodelijk zijn voor elke wijn, dat olijven een te uitgesproken smaak hebben om goed met wijn te combineren en dat wijn en kaas niet altijd perfecte partners zijn. Johnson drinkt vooral witte wijn bij kaas.

In wat volgt, komen wijnen aan bod uit een dertigtal landen en continenten, met aparte hoofdstukken voor de châteaux van Bordeaux en voor sherry, port en madera. Elk hoofdstuk start met een kaart en een inleiding op de besproken streek. Daarna volgen korte besprekingen van de recente oogstjaren en jaargangen en pas daarna volgt de strikt alfabetische ordening van de wijnen. Van elke besproken wijn wordt de naam gegeven plus het gebied waar hij vandaan komt, er wordt aangegeven of hij in rode, rosé en/of witte, droge, zoete en/of mousserende uitvoering voorkomt, het normale kwaliteitsniveau van de wijn wordt met het reeds aangehaalde sterrensysteem vermeld, en er volgt informatie over welke oogstjaren op dronk zijn en welke je best nog even bewaart. De daaropvolgende beschrijvingen zijn helder, informatief en wars van jargon of specialistisch gewauwel.

Achteraan geeft Johnson nog een overzicht van de ideale schenktemperaturen, een verklarende woordenlijst van proeftermen en technische begrippen, een checklist van de wijnjaren per wijngebied en een bespreking van wijn in Zuid-Amerika. Dit laatste hoofdstuk staat een beetje verloren in dit boek, maar is zeker het lezen meer dan waard.

Hugh Johnson's Wijngids 2010 is iets te fel uit de kluiten gewassen om nog discreet in restaurants binnen te smokkelen, maar het is zonder meer een standaardreferentiewerk voor wie wijn wil aankopen en drinken. Als fervent voorstander van bier aan tafel zou ik na lectuur van deze gids nog bijna aan de wijn gaan.

[Edward Vanhoutte]


Titel: Hugh Johnson’s Wijngids 2010
Auteur: Hugh Johnson
Uitgeverij: Spectrum
Jaar: 2009
Collatie: 427 pp.
ISBN: 978-90-475-0558-7
Kwalitatieve beoordeling: *****
Moeilijkheidsgraad: II
Oorspronkelijke titel: Hugh Johnson’s Pocket Wine Book, 2010 Edition (Mitchel Beazley/Octopus, 2009)

maandag 7 december 2009

Marijke Sterk - Anticrisiskookboek

In het Studentenkookboek stond Marijke Sterk toe om al eens een blik open te trekken achter het kookfornuis. Als het eindresultaat maar lekker was.

Inmiddels heeft Sterk een nieuw boek in getrouwe pocketvorm uit: het Anticrisiskookboek. Omdat ons spaarvarkentje minder speklagen dan vroeger heeft, wil Sterk helpen budgetteren op culinair niveau. Zolang de gerechten er niet bij inschieten, is hier volgens mij niets op tegen.

Het Anticrisiskookboek heeft de volgende opzet: in krappe tijden gezonde gerechten tevoorschijn toveren voor € 2, € 2,5 of €3 per persoon. Deze bedragen vormen meteen de eerste drie hoofdstukken van het boek. Hier viel me meteen de hoeveelheid varkens- en kipgerechten op. Op zich geen probleem, al verwacht ik van een goed kookboek meer variatie. Daarnaast stelde ik een nijpend gebrek aan desserts vast, en een overaanbod aan hoofdmaaltijden.

Hoewel er aan gerechten zelf geen gebrek is (ze neemt maar liefst 150 recepten op!) mis ik samenhang op gebied van smaak, bereiding of herkomst. Is er echt geen andere parameter dan budget gebruikt? Zijn daarom ook de porties zo krap? In haar inleiding geeft Sterk aan dat 80 gram vlees/vis per persoon volstaat. Voor ik hier verder over kan nadenken, wordt mijn aandacht getrokken door een ‘extraatje’ van dit kookboek: een groentebereidingswijzer waarin per ingrediënt de verschillende bereidingswijzen (koken, roerbakken, smoren en grillen) aan bod komen. Maar ook dit is geen kado. Ten eerste wordt de voorfase van de bereiding schromelijk over het hoofd gezien. Er wordt namelijk niet vermeld hoe men groenten moet snijden. En zoals iedere hobbykok wel weet, hangt de kooktijd van een groente af van de stukken waarin je haar snijdt. Zo heeft een brunoise nu eenmaal een andere kooktijd dan een marcedoine. Maar wat erger is: de lukrake kooktijden zijn ronduit fout. Courgette moet je volgens deze handleiding 4 à 6 minuten koken, maar dan bekom je een kleur- en geurloos papje zonder smaak. Grillen, bakken, eventueel 1 à 2 minuten stomen, dat is wat je moet doen met courgette! Blijft de courgette te lang op het vuur staan, dan zal het witloof veel te snel worden opgediend. Volgens haar wijzer zou je deze groente 10 à 15 minuten moeten doen smoren. Maar als je die instructie opvolgt, is je witloof gewoon rauw, en dubbel helaas, bitter. Als ik zie dat dezelfde fouten ook in de gerechten voorkomen (aardappelen blijven doodleuk 20 minuten doorkoken), dan vraag ik me echt af of ze ‘die dingen’ ooit al heeft geproefd.

Ook over de vormgeving kan ik geen mooi verhaal afsteken. Het kleurloze zetsel en het opgewaardeerde krantenpapier zijn wel erg drastische besparingen. Daarenboven zijn de illustraties niet functioneel. Met een beetje geluk tref je om de 15 à 20 bladzijden een of andere strakke fruitsoort aan.

Afsluiten doet de auteur met een hoofdstukje puur natuur. Hierin wijst Sterk de lezer op de rijkdom van de eigen moestuin. Toch kan ze hiermee mijn eerste indruk niet veranderen: het kookboek bevat volgens mij te veel fouten om van degelijk afgeleverd werk te spreken.

In tijden van crisis probeert dit boek gewoon in te spelen op de crisis, maar het zorgt er alleen voor dat degenen die last hebben van de crisis en dit boek dus nodig hebben, er geld aan verliezen.

[Femke Vandevelde]


Titel: Anticrisiskookboek
Auteur: Marijke Sterk
Illustraties: Charlotte van Beek
Uitgeverij: Terra
Jaar: 2009
Collatie: 224 pp.
ISBN: 978-90-8989-123-5
Kwalitatieve beoordeling: *
Moeilijkheidsgraad: I

vrijdag 4 december 2009

Marianna Buser - Het gouden vergeten groenten boek

Ik heb het altijd gek gevonden dat bepaalde groenten zoals knolselder, schorseneren, pastinaak, rode biet en aardpeer de laatste jaren steevast als vergeten groenten worden bestempeld terwijl ze in het seizoen al meer dan 35 jaar ononderbroken op mijn bord terechtkomen. Dat dergelijke groenten bij het grotere publiek misschien minder bekend zijn dan wortelen en tomaten wil ik graag aannemen, maar vergeten zijn ze allerminst. Op de markt of in de supermarkten zijn ze overigens vlot te verkrijgen en mocht er geen afname zijn, dan zou er ook geen aanbod zijn. Dat zijn nu eenmaal de wetten van de markteconomie waaraan ook de voedings- en agro-industrie onderhevig zijn. Bij vergeten groenten denk ik eerder aan warmoes, daslook, brave hendrik, kardoen en melde waarmee chefs tegenwoordig denken het verschil te kunnen maken.

Dit boek richt de schijnwerpers op herfstraap, winterwortel, knolselder, koolraap, pastinaak, peterseliewortel, rode biet, schorseneer, Japanse andoorn, aardpeer en winterrammenas, en dat zijn niet echt vergeten groenten, maar knolgewassen en wortelgroenten die in de herfst en de winter worden geoogst. De originele titel van dit boek luidt dan ook Wurzelgemüse wat perfect aansluit bij de inhoud.

Van de elf groenten die in dit boek worden voorgesteld, is de Japanse andoorn (crosne, Japanse aardappel, Chinese of Japanse artisjok) de minst bekende. In kookboeken van de jaren 1920 tot 1940 vind je wel enkele recepten met deze knolletjes die qua smaak doen denken aan schorseneer, artisjok of bloemkool, maar in West-Europa brak deze groente nooit echt door. Net daarom zijn deze knolletjes, waarvan er zomaar eventjes 400 in 1 kg gaan, gewild in de betere restaurants en worden ze op beperkte schaal gekweekt in Frankrijk. De prijs is dan ook navenant.

De Japanse andoorn is even veelzijdig als onbekend. Je kan ze rauw verwerken in een salade, bijvoorbeeld gecombineerd met peer en kumquats, of je kan er soep van maken door ze te combineren met hokkaido pompoen. Als voorgerecht spelen ze de hoofdrol in een groentenaspic en als bijgerecht kunnen ze met gekookte kastanjes worden geserveerd. Als hoofdgerecht begeleiden ze lamskoteletjes, gestoomde zalm of zwarte tagliatelle, en als vegatarisch alternatief worden ze gewoon gebakken en op smaak gebracht met kruiden en specerijen. In dit boek vind je alvast negen recepten om deze onbekende groente te ontdekken, samen met wat informatie over de familie, de geschiedenis, de botanische kenmerken, de voedingswaarde, de teelt, het gebruik in de keuken en de verkrijgbaarheid. De overige tien hoofdstukken in dit boek zijn op dezelfde wijze opgebouwd en focussen elk op één welbepaald knolgewas of wortelgroente.

Het gouden vergeten groenten boek gaat strikt genomen niet over vergeten groenten. Maar door de honderd creatieve recepten met groenten die veelal volgens een klassieke methode worden klaargemaakt, wordt dit bijzaak.

[Edward Vanhoutte]


Titel: Het gouden vergeten groenten boek
Auteur: Marianna Buser
Fotografie: Armin Zogbaum
Uitgeverij: De Lantaarn
Jaar: 2009
Collatie: 122 pp. – ill.
ISBN: 978-90-5426-325-8
Kwalitatieve beoordeling: ***
Moeilijkheidsgraad: II
Oorspronkelijke titel: Wurzelgemüse (Edition Fona, 2004)

woensdag 2 december 2009

Karin Luiten - Alles uit de kast – slim koken met vers en voorraad

Dat je al eens verder moet kijken dan je neus lang is, bewijst Alles uit de kast. De kinderlijke uitstraling en de niet zo aanlokkelijke cover van het boek wekten in eerste instantie mijn wantrouwen op. Maar al gauw moest ik mijn mening herzien.

Onder het motto ‘Er zit meer in je kast dan je zelf voor mogelijk houdt’ bindt Karin Luiten de strijd aan met de kant-en-klaarmaaltijd. ‘Magnetronbakkies’ zijn duur, minder smaakvol en barsten dan nog eens van de conserveringsmiddelen die echte dikmakers zijn. Dat laatste is ook een besogne van Luiten, die in haar spaarzame vrije tijd nog een rubriekje in het vrouwenmagazine Elle en een zaterdagrubriek in het dagblad Trouw heeft.

Aan de basisvoorwaarden voor een degelijk kookboek is voldaan: de vooropgestelde seizoenstructuur wordt gevolgd en het register is gemakkelijk hanteerbaar. Over de gerechten zelf kunnen we even kort zijn: die zijn simpelweg goed, soms zelf verrassend. Zo is Luitens variatie op gorgonzola opmerkelijk. Lamsvlees wordt hier ingewisseld voor pompoen om een zoetzuur contrast te bereiken. Ook over het idee om roquefort in een stamppot met raapsteeltjes te verwerken, ben ik enthousiast.

Het allerleukste aan Alles uit de kast zijn de estafetterecepten. Beeld je de volgende situatie in: je hebt 200 g geitenkaas nodig en in verpakking die je hebt gekocht zit 300 g. Weggooien zou zonde zijn, dus recycleer je de restjes in een ander gerechtje. Na het gewone recept, neemt Luiten daarom een kruisverwijzing op naar een ander recept. Al zorgen die snelkoppelingen er wél voor dat je heel wat moet bladeren. Maar dit heeft als voordeel dat er ook meer in dit kookboek zit dan je denkt: de 70 recepten vormen zonder de variaties al een schat aan informatie, en als je vervolgens de links traceert, kom je aan heel wat meer dan het vooropgestelde aantal. Toch zit er niets te veel in het boekje, tenzij misschien de obligate verkooptruuk. En dan heb ik het over het middenstuk waarin Luiten collega BN’ers (Bekende Nederlanders) ondervraagt over hun eetvoorraden. Dat Luiten hierdoor de indruk wekt dat enkel bekendheden de moeilijkheid hebben om een werkend en kokend leven te organiseren, vergeven wij haar. Waarom Luiten, zelf toch een bekende foodblogger met een bescheiden kookimperium überhaupt nog bekend volk nodig heeft om haar boek te doen verkopen, blijft de vraag.

Luiten zelf stelt ogenschijnlijk basale vragen als: ‘Wat is de ideale basisvoorraad? Welke keukenspullen zijn onmisbaar?’ Luiten is dus heel vooruitziend, en wil dat ook op haar lezer overbrengen. Kopjes als ‘hoe maak je meer dan één maaltijd per keer’, wijzen al op haar gedrevenheid om iets met overschotjes te doen. En die nuchterheid maakt haar kookboek aantrekkelijk. De gerechten vragen geen speciale vorm van dresseren en zouden evengoed op jouw keukentafel gespot kunnen zijn. Ook de foto’s sluiten aan bij het ‘kleine moeite, groot effect’-idee. Zelfs de illustraties nam ze voor haar eigen rekening. Met een speciale vermelding voor het cartoonpoppetje dat Luiten zelf moet voorstellen.

De kracht van dit kookboek schuilt niet noodzakelijk in de gerechten zelf. Alles uit de kast doet veel meer dan je van een specifiek gerecht doen dromen. Het drukt je met je neus op de feitelijke ingrediënten van de kast. En daarbij speelt Luiten op een al te menselijk kantje in: iedereen heeft namelijk graag de illusie een gerecht zelf uitgedacht te hebben. Ikzelf kan bijvoorbeeld niet wachten om iets te doen met rode biet en kaas – als variatie op de eerder aangehaalde pompoen met gorgonzola.

Luiten bewijst dat een kookboek soms niet meer hoeft te zijn dan de perfecte uitwerking van een logisch idee. Dat zij daar als eerste op gekomen is, is slim, zoals de ondertitel van haar kookboek al aangaf.

[Femke Vandevelde]



Titel: Alles uit de kast – slim koken met vers en voorraad
Auteur: Karin Luiten
Fotografie: Sascha Schalkwijk
Uitgeverij: Gottmer/Becht
Jaar: 2008
Collatie: 144 pp. - ill.
ISBN: 978-90-2301-239-9
Kwalitatieve beoordeling: ****
Moeilijkheidsgraad: II

vrijdag 27 november 2009

Yolanda van der Jagt - Hollandse kramen

Yolanda van der Jagt heeft gewerkt in de Californische sterrenkeuken van Alice Waters, en deelde het keukenmes met Jamie Oliver in het al even befaamde Londense River Cafe. Helaas wordt zij door dit indrukwekkende cv maar al te vaak in het kielzog van deze chefs vernoemd, terwijl zij een zelfstandig plekje aan de kookhemel verdient.

Haar jongste spruit, Hollandse kramen, heeft op het eerste gezicht alles mee om dat plekje te veroveren: een handig formaat, een bijzonder mooi lettertype, drie leeslintjes in verschillende kleuren en smaakvolle foto’s. Hieruit zou je kunnen concluderen dat Van der Jagt met haar kookboek een breed publiek wil aanspreken. En marktpleinen trekken nu eenmaal veel volk. Toeval wil dat Van der Jagt verslingerd is aan markten. Bij de beschrijving van het typische marktingrediënt moest ik zelfs een glimlach onderdrukken. Zo wil ze geen enkele groente discrimineren: lelijke plekjes op salade, kromme komkommers, alle varianten zijn welkom. Ze laat groenten gewoon groenten zijn. En zo hoort het ook.

Zoals het een echte marktgangster betaamt, loopt ze hoog op met verse, artisanale, soms zelfs biologische producten. Al negeert ze bewust het feit dat niet ieder kraam kwaliteit verkoopt. Uiteraard volgt ze bij haar kramentocht de kringloop der seizoenen, in haar mand zal je bijvoorbeeld geen vis zien liggen in het paaiseizoen.

In haar woord vooraf typeert Van der Jagt haar gerechten als eenvoudig en snel, en als benodigdheden stelt ze het met een handvol ingrediënten. Toch verwacht ze heel wat van haar lezers die na één kolom moeten weten hoe ze een vis moeten fileren. Tussendoor beloont ze de inspanningen van de lezer met haar beste adresjes. Nog aantrekkelijker voor echte foodshoppers: achteraan vind je een lijstje dat de beste markten verzamelt, op nationaal én internationaal niveau.

Als je door de recepten gaat, valt onmiddellijk op dat er meer bijgerechten dan hoofdgerechten zijn opgenomen. Afzonderlijk kunnen die eenvoudig zijn, maar als je gasten ontvangt, heb je toch al gauw wat meer nodig dan een ‘handvol’ lekkers. Bovendien vraagt het combineren van verschillende, kleine gerechten natuurlijk meer tijd in de keuken. Ook jammer: wanneer ze het over begeleidende drank heeft, houdt ze het vaagweg op ‘een glas wijn’. Maar dat is dan ook mijn enige kritiek.

Van der Jagt heeft haar boek een indeling per kraam meegegeven. Het is dus even wennen voor wie in zijn gerechten normaalgezien het gebruikte vlees als uitgangspunt beschouwt en hieraan groenten toevoegt. Voor vlees verwijst Van der Jagt je vriendelijk door naar de slager.

De grote voordelen van het boek: de ingrediënten zijn goedkoop, en de bereiding – zelfs de afwerking, van de gerechten is eenvoudig. Alleen, zo voegt Van der Jagt er zelf aan toe, moet je je menu wél van een dag van tevoren bedenken. En ik weet niet of iedere lezer overtuigd is van de charme van de vroegmarkt. Ik wel, en ik ga vanaf nu met Hollandse kramen onder de arm op zoek naar topinamboer, kouseband, zeekraal en verwanten. Misschien wordt het boek beduimeld door de handen van de aardappelventers, maar dat geeft niet: dit boek is veel te handig om als pronkstuk te dienen.

[Femke Vandevelde]


Titel: Hollandse kramen
Auteur: Yolanda van der Jagt
Fotografie: Sven Benjamins
Uitgeverij: Mo’media
Jaar: 2009
Collatie: 298 pp. - ill.
ISBN: 978-90-5767-350-4
Kwalitatieve beoordeling: ****
Moeilijkheidsgraad: II

woensdag 25 november 2009

Jef Van den Steen - Belgian Family Brewers. Traditie, Passie, Creativiteit

Om de schaalvergroting en de internationalisering in de brouwsector het hoofd te bieden, hebben een aantal onafhankelijke familiebrouwerijen zich verenigd in de vzw Belgian Family Brewers die hun merken d.m.v. een kwaliteitslabel willen onderscheiden als authentiek en ambachtelijk Belgisch bier. Vooral in de US en Canada vertroebelen de ‘Belgian Style’ bieren de markt voor de bieren die op Belgische bodem worden gebrouwen. Om lid te worden van de v.z.w. en dus het label van Belgian Family Brewers te mogen voeren, moet aan twee basisvoorwaarden worden voldaan: de brouwerij moet één of meerdere productievestigingen hebben in België en er moet al meer dan vijftig jaar ononderbroken bier worden gebrouwen. Ook de afzonderlijke bieren moeten aan een aantal voorwaarden beantwoorden vooraleer het BFB-logo op het etiket mag worden gedrukt. Zo mag het bier uitsluitend gebrouwen worden in België, moet het in België op de markt zijn en alleen door de brouwerij gecommercialiseerd worden. Verder moet de brouwer eigenaar zijn van het merk en mag het bier onder geen enkele andere merknaam of etiket verkocht worden.
Op het moment van schrijven, zijn er dertien brouwerijen aangesloten bij Belgian Family Brewers, en dragen vierennegentig bieren het logo op hun etiket. Meer dan de helft van de brouwerijen komt uit West-Vlaanderen, namelijk Bavik, Bockor, De Halve Maan, Saint-Bernard, Van Eecke, Van Honsebrouck en Verhaeghe. Uit Oost-Vlaanderen zijn Bosteels en Roman aangesloten, uit Henegouwen komen Dubuisson en Dupont, en Antwerpen is vertegenwoordigd met Het Anker en De Koninck.

In Belgian Family Brewers. Traditie, Passie, Creativiteit, vertelt Jef Van den Steen het verhaal van elk van de dertien familiebrouwerijen. Van den Steen begint telkens met de voorgeschiedenis van de brouwerij die dikwijls in aankoopakten of pachtovereenkomsten te vinden is. Daarna volgt een chronologisch overzicht van de brouwerijgeschiedenis waarbij de nadruk volledig ligt op de familiale aspecten. Op soms drammerige wijze bespreekt Van den Steen de familiestambomen van de brouwersgeslachten waarbij de lezer niet gespaard blijft van zakelijke details over huwelijken, woonplaatsen en verhuizingen, studiekeuzes, beroepen etc. Eerder dan een (geïntegreerde) geschiedenis te schrijven van de verschillende brouwerijen, waarbij bijvoorbeeld een maatschappelijk, economisch of productgericht perspectief wordt aangehouden, schetst Van den Steen van elke brouwerij een chronologie die vooral de ware liefhebber, de brouwersfamilies zelf en de bekenden van de brouwerijen kunnen bekoren.

Elke chronologie sluit af met een brouwerijfiche waarin, naast contactgegevens, details te vinden zijn over de productie in 2008, de verhouding export/binnenlandse verkoop, tewerkstelling, thuisverkoop en de mogelijkheid tot brouwerijbezoek. Verder staan de bieren opgesomd die het BFB-logo dragen. Van die bieren zijn doorgaans ook foto’s opgenomen, maar smaak- en aroma-analyses of proefnotities ontbreken dan weer, wat wel jammer is. Vooral met het oog op een bredere bekendmaking van de bieren met BFB-logo is dit een gemiste kans. Wat dan wel weer een goede zet is, zijn de dertien bierrecepten van Stefaan Couttenye (’t Hommelhof, Watou) die na elke brouwerijbespreking worden gegeven. Het gaat hierbij uitdrukkelijk om recepten waarin bier wordt verwerkt (cuisine à la bière), eerder dan gerechten die met bier worden gecombineerd (beer-foodpairing).

Alhoewel dit boek barstensvol informatie staat, ontstijgt dit werk het gemiddelde steekkaartenniveau amper en dat is eigenaardig voor wie Van den Steen een beetje kent als begenadigd verteller. De auteur weet zelden te boeien door het genealogische format van zijn verhalen. De lezer krijgt veel feitelijke en statistische informatie te verwerken maar mist toch de passie en de creativiteit waarvan sprake in de ondertitel. Dit boek legt vooral de nadruk op de traditie die binnen de brouwersfamilies van generatie op generatie wordt doorgegeven en de toon is in overeenstemming met de defensieve strategie van de v.z.w. Mocht ik de vermelde bieren al niet kennen, dan denk ik niet dat dit boek mij tot explorerende aankopen zou hebben aangezet. En dat is jammer. Want behalve de documentatie die het boek nu is, had het ook een visitekaartje en een portfolio kunnen zijn van de smakenrijkdom van de traditioneel ambachtelijke bieren uit onze familiale brouwerijen.

[Edward Vanhoutte]


Titel: Belgian Family Brewers. Traditie, Passie, Creativiteit
Auteur: Jef Van den Steen
Fotografie: Andrew Verschetze
Receptuur: Stefaan Couttenye
Uitgeverij: Davidsfonds
Jaar: 2009
Collatie: 184 pp. – ill.
ISBN: 978-90-5826-643-9
Kwalitatieve beoordeling: ***
Moeilijkheidsgraad: II

maandag 23 november 2009

Marit Le Noble - De Achteruitrijvogel.

Na haar debuut Sprong in het diepe, dat inmiddels al aan een herdruk toe is, verzamelde Marit Le Noble haar jongste culinaire anekdotes in De Achteruitrijvogel.

Uit Sprong in het diepe onthielden we haar ontembare drang naar anders-zijn. Hierin introduceert Le Noble de excentrieke woning van haar en haar vriend Ted: een door water omgeven woonboerderij, op wandelafstand van de stad. Toen de zwangere Marit en Ted in 1999 nood hadden aan nieuwe omgeving, werden ze prompt kersverse runaway parents. Tot 2003 leefden zij als uitbaters van een kampeerterrein. In 2003 hield het nomadische stel halt in Mèze (Languedoc-Roussillon), op een heuvelachtig domein ver weg van de bewoonde wereld. In De Achteruitrijvogel heb je dus al heel wat kasseien achter de kiezen eer je hun nieuw project, het wijndomein Saint Paul le Marseillais, ziet optrekken. De weg tot het luxueuze domein is bezaaid met dagelijkse beslommeringen (lokale wijnverkoop aan dumpprijzen), maar het eindproduct mag er, mits enkele schoonheidsfoutjes, best wezen. Momenteel verkoopt het tweetal zelfs al wijnen en champagne in Nederland – al hoeft u niet verbaasd te zijn als u de wijnetiketten op hun kop tegenkomt.

Toegegeven, het thema is misschien niet al te vernieuwend: veertigers met een midlifecrisis die zich onbezonnen in het grote avontuur storten na een regenachtig bestaan in Noord-Europa. Maar dat maakt het geheel niet minder amusant. Het zijn vooral de details die de lezer doen grinniken: de op seks beluste bakker van het dorp, de scharreltoeristen, de upperdareparty’s, de minnaars, etc. Maar waar ik het hier vooral over wil hebben is de vakkundigheid waarmee Le Noble de technische kant van het wijnproces toegankelijk maakt. Zo vertelt ze hoe sommige van haar percelen bedekt zijn met stenen die de warme die ze overdag opvangen ’s nachts afgeven aan de wortels van de druiventakken. Dit zorgt ervoor dat druiven gemakkelijker samen rijpen. Ook een begrip zoals ‘saigné’ maakt ze met één pentrek aanschouwelijk: hierbij wordt enkel het lekkende sap opgevangen (en dus geen geperst sap) zodat er een minimum aan tannines vrijkomt. Verder vertelt ze in een no-nonsensestijl over haar druivenrassen. Zo houdt ze zich met de traditionele ‘terret bouret’ ver weg van de exclusievere rassen. Het interessantste concept is evenwel haar ‘winesharingproject’ waarmee je als complete leek de kans krijgt om passief wijn te verbouwen. Als je je voor 150 m² grond aanschaft, voorspelt Le Noble je vastberaden een rente van 100 wijnflessen.

Daarnaast is ze ook oprecht. Zo praat ze ongegeneerd ze over haar methodes om de belastingscontrole te ontwijken, het afhaken van haar investeerders en haar sporadisch falen als moeder. En dan heeft ze het nog niet eens gehad over het stadsbestuur dat tegenwerkt in de verstrekking van een B&B-vergunning – officieel staat het domein niet gedomicilieerd, en zijn dus ook de nevenactiviteiten illegaal. Net als de aanmeerplaats van haar boot.

Toch maakt ze er het beste van. Ook in de haar opgedrongen Franse sporttak ‘joutes’ – een sport waarbij mannen op een roeibootje elkaar vanaf een rechtopstaande ladder in het water proberen te duwen, terwijl de vrouwelijke roeiers het gebeuren in goede baantjes proberen te leiden. Om maar te zwijgen over het vestimentaire advies dat ze van haar teamleden aldus toegespeeld krijgt: ‘pas de string, ça coupe en deux’.

Een godin voelt ze zich naar eigen zeggen niet in dat ‘derde wereldland’, al haalt ze wel een pervers genoegen uit haar Sisyphusbestaan. Toch zal ze de liefde voor haar werk nooit toegeven. Wie niet goed leest ziet in het boek dan ook een langgerekte weeklaag, maar wie de moeite neemt om ook de witregels te interpreteren, merkt hoe Le Noble niet zonder de drukte, de onzekerheid en de tegenslagen kan.

Le Noble zorgt met dit boekje voor de promotie van een van de meest gegeerde vakantiestreken in Frankrijk. Na het lezen ervan zie ik er mezelf best wel eens een Occitaans glaasje wijn drinken in de schaduw van een vijgeboom, tenminste daarvan doet het fotokatern me dromen. Met De Achteruitrijvogel levert ze haar tweede ‘culinair toeristische gids’ af, en zo doet ze dag na dag meer afstand van Hollandse drop in ruil voor ‘olives vertes aux pistou’.

Als je voor volwaardige recepten gaat, erger je je onvermijdelijk aan de stereotiepe vakantiegangers die Le Nobles creativiteit in de keuken willen beteugelen, wanneer ze weer eens smeken om spaghetti. Maar als je de ‘petite histoire’ wel degelijk kan appreciëren, dan onthou je de oesterreceptjes uit Bouzigues en de plat locale met ‘cou d’oie farci’ (= gevulde ganzenhals). Had je een wijnatlas verwacht, dan kom je bedrogen uit; helaas zullen de liefhebbers van de objectieve wijnkroniek het dan ook niet voelen ronken als de titel wordt uitgelegd.

[Femke Vandevelde]


Titel: De Achteruitrijvogel. Belevenissen van een Nederlandse wijnboerin in Zuid-Frankrijk
Auteur: Marit Le Noble
Fotografie: Monique Vinke
Uitgeverij: Tirion
Jaar: 2009
Collatie: 144 pp.
ISBN: 978-90-4391-309-6
Kwalitatieve beoordeling: ***
Moeilijkheidsgraad: I