maandag 12 april 2010

Liz Franklin - Caffè Italia.

Met Caffé Italia wil Liz Franklin aantonen dat koffie zoveel meer is dan het oppeppende drankje dat de student ‘s anderendaags wel eens durft in te schenken na een nacht vol stomende activiteiten. Het boek bewijst dat koffie niet alleen met gebak wordt verbruikt maar ook ín gebak (tiramisu). Vooral over deze soort ‘bijzetters’ heeft Franklin het.

In het eerste deel wordt er een beknopte uitleg gedaan over de verschillende koffiesoorten. Verder dan maalinstructies voor koffiebonen kom je eigenlijk niet. Ik had meer informatie verwacht over de factoren die de smaak van koffie bepalen. Zo wil ik best wat meer weten over de verschillende soorten koffiebonen of de kweek-, oogst en brandmethodes. Er wordt hoogstens vermeld dat er verschillende smaken zijn – het smaakpalet reikt van kaneel, speculoos, chocolade, romig tot bitter – maar de lezer moet zelf uitzoeken wanneer hij welke koffie gebruikt.

In de recepten wordt dat gebrek aan nuttige informatie ruimschoots gecompenseerd door de eenvoud van de instructie. Naast het onontbeerlijke ingrediëntenlijstje wordt er daarenboven gedacht aan extra benodigdheden als een uitsteekring en een bakplaat, zodat je niet in allerijl nog een instrument uit je keukenkast moet opvissen als je vingers vol hangen met deeg.

Volgens mij zijn de opmerkelijkste gerechten de volgende: zeppole (donuts met ricotta) en sbrisolona (kruimel-citroencake). Dit zijn dan ook de oorspronkelijke en smakelijke ‘dolci’ waaraan Franklin geen persoonlijke toets gegeven heeft. Vooral de torta caprese (chocolade-amandelcake) is een stevige cake om je vingers bij af te likken. Toch zijn niet alle gerechtjes uit dit hoofdstuk even sterk, en dat ligt aan de auteur. Ik denk aan het recept voor baci di dama, ook wel dameskoekjes of Prince-koeken – zij het dat de koekjes een amandelsmaak hebben – genoemd. Voor de vulling zegt ze dat ze soms nutella gebruikt. Waarom Franklin de vulling van haar koekjes degradeert tot een hazelnootpasta – die trouwens het gevecht aangaan met de amandelsmaak – in plaats van echte chocolade, daar kan ik geen goede reden voor bedenken. Om tijd te besparen zal het alvast niet zijn: voor de vulling moet je enkel chocolade temperen en daar vervolgens boter onder roeren. Dit hele proces duurt maximaal 5 minuten. Trouwens; je kan boterganache gemakkelijk een aantal weken bewaren en dus meermaals inzetten.

Het laatste hoofdstuk over hartige hapjes sluit minder aan bij de zoetheden waarnaar een warme kop koffie verlangt. Waarom iemand de voorkeur zou geven aan koffie bij warme kip met artisjok, Parmezaanse kaas en knoflook, is mij voorlopig nog een raadsel.

En dan eindigt het boek plots, zonder een waardig slotwoord. Dat euvel wordt ruimschoots goedgemaakt met een foto van leeggedronken koffiemokken. Terwijl, als je even terugbladert, het boek opent met tot de nok gevulde mokken. Mooi.

Het eerste Europese koffiehuis zou in het zestiende-eeuwse Venetië zijn geopend, reden te meer om bij het maken van een kookboek als Caffè Italia schatplichtig te zijn aan de Italianen. Toch krijgen we geen uitleg over hoe je die heerlijk schuimende laag van de espresso verkrijgt. Echte ‘coffaholics’ zullen bitter weinig aan dit boek hebben. Dat er binnenkort wel een goed boek over koffie zal verschijnen, daarop schenk ik nu mijn bakje troost in.

[Femke Vandevelde]


Titel: Caffè Italia. Haal de Italiaanse koffiecultuur in huis met meer dan 30 heerlijke recepten
Auteur: Liz Franklin
Fotografie: Ryland Peters & Small
Uitgeverij: Gottmer / Becht
Jaar: 2009
Collatie: 64 pp.
ISBN: 978-90-230-1263-4
Kwalitatieve beoordeling: ***
Moeilijkheidsgraad: I

Geen opmerkingen: